Europa in het onderwijs

Deze week valt bij alle middelbare scholen een brochure getiteld 'De Europese Gemeenschap in het onderwijs' door de bus. Het is de eerste uitgave van het dit jaar ingestelde Europese Platform voor het Nederlands Onderwijs, dat de europeanisering moet regelen van het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs. Voor veel scholen zal de brochure een openbaring zijn. Ze zullen er in lezen wat TEMPUS inhoudt, waar de afkorting ARION voor staat, hoe je je kunt aanmelden voor LINGUA en wat Jaques Delors bedoelt met zijn Projet Classe 1992.

Want nog lang niet alle scholen zijn zo ver als het Spaarne Lyceum in Haarlem. Deze school organiseerde donderdag een internationaal symposium over het moderne vreemde talenonderwijs in Europa, heeft uitwisselingen met scholen in Frankrijk en laat een heuse Francaise extra lessen Frans voor getalenteerde brugklassers verzorgen. Vorig jaar bleek uit een enquete dat niet meer dan een kwart van de middelbare scholen uitwisselingen met het buitenland heeft, dat de helft ze in de toekomst wil opzetten en dat driekwart het belang van uitwisselingen inziet. Uitwisselingen van leraren zijn nog sporadischer. De meeste scholen schrikken terug voor de kosten en de moeilijk te realiseren vervanging van deelnemende leraren.

Toen de uitslagen van de enquete juli vorig jaar bekend werden, was daarmee het vermoeden bevestigd dat Nederland bepaald geen koploper is bij internationale uitwisselingen in het onderwijs. Ons land heeft op dit gebied niet de traditie van Duitsland, Groot-Brittanie of Frankrijk, met bureaus als de Pedagogischer Austauschdienst in Bonn of het Central Bureau in Londen.

Ook al omdat de EG bezig is het accent (en het geld) te verschuiven van uitwisselingsprogramma's in het hoger onderwijs (ERASMUS) naar soortgelijke inititatieven in het middelbaar onderwijs, besloot men in Zoetermeer om in te grijpen. Begin dit jaar kondigde een ministeriele notitie de komst van het Europese Platform aan. Dit platform moet, net als de bureaus in het buitenland, voorlichten over mogelijke uitwisselingen en helpen bij de uitvoering ervan. Voorlopig is het Europese Platform ondergebracht bij de instantie die ook de enquete heeft gehouden, het Centrum voor Internationale Vorming in het Nederlandse Onderwijs (CEVNO).

Rector D. Kraamwinkel van het Spaarne Lyceum vindt het allemaal niets te vroeg. Het internationale symposium van zijn school was mede bedoeld om het bestaan van het EG-programma LINGUA onder de aandacht te brengen. LINGUA stelt geld beschikbaar voor nascholing in het buitenland van leraren in de moderne vreemde talen en voor uitwisseling van scholieren ouder dan 16 jaar. De informatie over het programma in Uitleg, het blad van het ministerie dat alle scholen ontvangen, was summier. Veel scholen hebben het over het hoofd gezien.

Zelf heeft Kraamwinkel het LINGUA-geld nog niet nodig. Voorlopig doet zijn school niet aan uitwisselingen van leraren. 'Versterkt Frans' is nog maar net begonnen, waardoor er alleen maar brugklassers en leerlingen uit 2 VWO aan meedoen. Het project wordt gesponsord door twee bedrijven in de regio: een Frans bedrijf en een Nederlands bedrijf met veel Franse contacten. Ook de gemeente Haarlem (het bevoegd gezag van de school) betaalt mee. Dat is samen net genoeg om de Franse lerares te betalen. Een ouderlijke bijdrage van 500 gulden per jaar moet de kosten van de uitwisselingen dekken. Het project is vorig schooljaar begonnen, over viereneenhalf jaar krijgt de eerste lichting van de option internationale een VWO-diploma waarmee leerlingen zonder toelatingsexamen in het Franse hoger onderwijs terecht kunnen.

Volgens de enquete van het CEVNO zijn de meeste uitwisselingen ontstaan op initiatief van leraren. Die leraren legden het contact met de buitenlandse school zonder tussenkomst van schoolbestuur, ministerie of een van de vele instellingen voor onderwijsverzorging. Geldbronnen boorden ze zelf aan. Ook in Haarlem vermeldt het speciale informatieboekje trots dat de school al sinds 1980 uitwisselingen heeft: met Parijs, met Comines, met het Duitse Bocholt. Op het programma-boekje voor het internationale symposium staan (in het Engels) de sponsors vermeld.

Scholen als het Spaarne Lyceum getroosten zich veel moeite, en het is des te opvallender dat zij in de enquete zeggen ' niet precies te weten wat de effecten van de uitwisselingen zijn'. Men heeft de indruk dat ze ' goed zijn voor de taalvaardigheid' en dat leerlingen ' belang hebben bij de kennismaking met een andere cultuur'. De notitie van het ministerie is niet veel helderder. ' Onderwijs zal zich meer en meer moeten gaan orienteren op Europa en de Europese arbeidsmarkt', staat er. Verderop in de notitie blijkt dat het ministerie bovendien geen modderfiguur wil slaan als in 1991 Nederland het voorzitterschap van de EG zal bekleden. Dan zal ' bijzondere aandacht moeten worden besteed' aan de Europese dimensie in het onderwijs.

Bij dit gebrek aan duidelijkheid is het niet verwonderlijk dat er een wildgroei aan ideeen is ontstaan. Op een eerder dit jaar georganiseerd congres 'Leraar zijn in Europa, leraar worden in Europa' waren workshops over zulke uiteenlopende onderwerpen als 'De Europese dimensie in de leerplannen voor de mens- en maatschappijvakken voor 12- tot 16-jarigen', 'Nederlands filosofie-onderwijs in het Europa van 1992', 'Een gemeenschappelijke geschiedenis over Europa', 'Intercultureel onderwijs en de eenwording van Europa' en 'De noodzakelijke bewustwording van leraren in een open Europa'.

Zelf is de EG al even uitbundig bezig. Het onder auspicien van de Europese Commissie uitgebrachte overzichtsgidsje is sinds kort voorzien van een duimgreep, om althans de schijn van duidelijkheid op te houden. Behalve de al genoemde programma's staan op die greep nog vermeld COMETT, EURIDYCE, PETRA, EUROTECNET en IRIS. Omdat het gidsje van 1989 is, ontbreken PHARE en TEMPUS. Onder de naam PHARE heeft de EG 300 miljoen ECU uitgetrokken voor projecten op het gebied van landbouw en milieu. TEMPUS is een programma dat de samenwerking tussen universiteiten in West- en Oosteuropese landen moet stimuleren.

En alsof dat allemaal nog niet genoeg is, staat in een Uitleg van juni dat ' de Europese integratie in de komende jaren een heel wat prominentere plaats moet krijgen binnen het Nederlandse lesboek'. Aan de educatieve uitgeverijen zal het niet liggen. Tijdens het congres 'Leraar zijn in Europa, leraar worden in Europa' konden de deelnemers de vele nieuwe leerboeken op het gebied van Europa alvast inkijken: elke zichzelf respecterende uitgeverij had een kraampje ingericht. Inmiddels is het jaar van het Nederlandse voorzitterschap van de EG door het ministerie in Zoetermeer omgedoopt tot '1991: een Europees jaar voor het onderwijs'.

' Samenhang ontbreekt in Europese dimensie in onderwijs', was de eerste kritische kop eind vorig jaar in het blad van een van de onderwijsvakbonden. Directeur G. H. Oonk van het 'uitvoerend bureau' van het Europese Platform hoopt dat dit nu snel verandert. Het platform is pas in mei ingesteld, en begint zo langzamerhand enig overzicht te krijgen. De weerslag hiervan zal voortaan drie maal per jaar in 'De Europese Gemeenschap in het onderwijs' aan de scholen worden toegestuurd.

Voor rector Kraamwinkel van het Spaarne Lyceum liggen de zaken vooralsnog eenvoudig. ' Wij willen een levendige, aantrekkelijke school'. Dat daarbij is gekozen voor 'versterkt Frans' (en sinds dit schooljaar ook Spaans van een door de Spaanse ambassade bekostigde native speaker) is eigenlijk een kwestie van toeval. ' We hadden die uitwisselingen nu eenmaal, daar zijn we op doorgegaan.'

En dan is er nog een reden voor het 'versterkt Frans'. De gemeente Haarlem steunt het project omdat het met de VWO-afdeling van de school niet zo goed gaat. ' Je ziet die leerlingen aan het Spaarne voorbij fietsen, op weg naar het Coornhert Lyceum, het Stedelijk Gymnasium of het Christelijk Lyceum', zegt een ambtenaar van de Dienst Onderwijs. ' Voor ons als bevoegd gezag is het belangrijkste doel van het project: een stabiele instroom van leerlingen op de VWO-afdeling.' En inderdaad, beaamt hij: de keuze van 'versterkt Frans' lag voor de hand nu het Coornhert-Lyceum zich profileert met exacte vakken voor meisjes.