Economische Zaken wil marinewerven meer armslag geven

DEN HAAG, Minister Andriessen (economische zaken) wil de voorwaarden waaronder de marinewerven De Schelde, RDM en Wilton-Fijenoord moeten werken, verruimen. Bij de ontmanteling van het Rijn-Schelde-Verolme concern (RSV) in 1983 werden aan de drie werven beperkende voorwaarden opgelegd. Nu de defensie-opdrachten verminderen als gevolg van de ontspanning tussen Oost en West moeten de werven ook op de civiele markt kunnen opereren.

Dit blijkt uit de nota 'De Nederlandse defensie-industrie' die minister Andriessen (economische zaken) mede namens de bewindslieden van defensie gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ongeveer een maand geleden was al bekend dat het ministerie van economische zaken geen extra middelen zal uittrekken om de Nederlandse defensie-industrie te helpen bij het omschakelen op civiele produkten. Dit zou volgens minister Andriessen 'tot een ongewenste situatie leiden die vergelijkbaar is met de gang van zaken zoals we die nog steeds waarnemen in de Europese scheepsbouw en zoals die in het verleden gold voor de staalindustrie'.

De defensie-industrie zal zelf een antwoord moeten vinden op de vermindering van de defensie-uitgaven ten gevolge van de ontspanning tussen Oost en West. In de Nederlandse defensie-industrie zijn ruim 20.000 mensen werkzaam bij ongeveer 250 bedrijven. De omzet bedraagt circa drie miljard, ongeveer anderhalf procent van de totale omzet van de gehele Nederlandse industrie.

Bij de ontmanteling van RSV in 1983 nam de overheid De Schelde en de RDM over om de bouw van fregatten en onderzeeboten veilig te stellen. Over het soort schepen dat de werven mochten bouwen, de marktsegmenten waarin ze mogen opereren en de capaciteit zijn toen afspraken gemaakt. De twee werven moeten de verleende overheidssteun afbetalen indien de winst dat mogelijk maakt. De RDM werd ook gedwongen civiele werkzaamheden af te stoten.

Nu defensie-opdrachten teruglopen, zijn die beperkingen een belemmering om over te schakelen op civiele opdrachten en daarom gaat minister Andriessen het kabinet voorstellen daaraan een einde te maken.

Volgens Andriessen is er de overheid veel aan gelegen om de specifieke kennis voor de bouw van marineschepen te behouden. Bij overheidsopdrachten zullen Nederlandse werven 'zo lang de internationale regelgeving dit toestaat' als eerste in de gelegenheid worden gesteld om een offerte uit te brengen. Over de opdracht van het ministerie van defensie voor de bouw van kustmijnenvegers en een bevoorradingsschip is nog geen beslissing genomen. De defensienota die eind dit jaar, begin volgend jaar wordt uitgebracht, moet daarover uitsluitsel geven.