Bouwbeeldhouwer Zijl had ambacht en experiment lief

Tentoonstelling: beelden van Lambertus Zijl, t/m 24 november in het Drents Museum, Brink 1, Assen. Di. t/m vr. 9.30-17u, za. en zo. 14-17u. Vervolgens in het Museum Kempenland (Eindhoven) en het Dordrechts Museum.

De persoonlijkheid van de beeldhouwer Lambertus Zijl (1866-1947) tekent zich duidelijk af binnen de ruime grenzen van zijn nagelaten oeuvre: enerzijds de statige bronzen portretbustes, die in zijn tijd deftige mode waren, anderzijds een enkele meters hoog houtsnijwerk, een krioelende menigte van beduidend meer dan levensgrote kakkerlakken voorstellend. Of de wat larmoyant-lievige kopjes van baby's en kleuters tegenover een kleine bronzen drinker, die met een hoekig gebaar voor de zoveelste maal de fles aan de mond zet. Daartussen instaat zijn vrije werk, vooral dieren in kleinplastiek, de geestige registraties van iemand die zijn ogen niet van olifanten en nijlpaarden kan afhouden, die steeds weer nieuwe karakteristieken in hun houding en gedrag waarneemt.

Lambertus Zijl kan als voorbeeld gelden voor de vele beeldende kunstenaars die in hun eigen tijd belangrijk en zelfs baanbrekend werden gevonden, maar die toch door een strenge en soms onrechtvaardige kunstgeschiedenis ter zijde werden gelaten. Doordat een aantal nazaten van dergelijke kunstenaars, voor zover die rondom 1900 aan het werk waren, een stichting vormden om hun (groot-)vaders tegen de vergetelheid te beschermen wordt hun werk met enige regelmaat in de actualiteit gebracht. Dat gebeurt vooral in het Drents Museum in Assen dat het bezit van de stichting beheert.

Lambertus Zijl is bovendien met honderden sculpturen in het Nederlandse straatbeeld aanwezig, bijvoorbeeld met zijn beeldengroep in Amsterdam-Zuid waarvan de zittende koningin-moeder Emma de belangrijkste figuur is. Hij maakte ook beelden en reliefs voor Berlages Koopmansbeurs. Deze verfraaiingen, die zo hoog staan dat ze normaal gesproken nauwelijks te bekijken zijn, werden met behulp van een hoogwerker van dichtbij gefotografeerd ten behoeve van een speciale diapresentatie.

Lambertus Zijl was begin deze eeuw de belangrijkste Nederlandse bouwbeeldhouwer, een kunstenaar die in samenwerking met architecten en interieurontwerpers niet alleen de kunstzinnige ornamentiek aan en in gebouwen verzorgde, maar ook op de grote passagiersschepen van de Nederlandse Stoomvaart Maatschappij en de Koninklijke Paketvaart Maatschappij. Kunstenaars als Zijl maakten voor de zalen, gangen en hutten van de eerste klas bronzen reliefs, beelden, houtsnijwerk, meubels.

Hoe mooi het geweest moet zijn, blijkt nu in het Drents Museum uit een aantal behouden gebleven bronzen reliefs met voorstellingen uit het Indische leven: Dajakkers, een Balinees edelman, het oerwoud, een prachtig bronspaneel van een woeste zee. Van het schip de Johan van Oldebarneveld bleef de uit 1929 daterende deurpost over die van onder tot boven is bedekt met enorme griezels van houtgesneden kakkerlakken.

Lambertus Zijl werkte vrij en in opdracht. Zo te zien maakte hij geen onderscheid tussen toegepaste en autonome beeldhouwkunst: hem was het ambacht even lief als het kunstzinnige experiment. Hij was bereid tot de academische portretbustes, maar leefde zich uit in speelse bronzen van een drinkende man of een de was uitwringende vrouw en vooral in zijn dieren.

Al die aspecten komen in Assen aan de orde evenals de publicitaire rel rondom zijn beeld van regentes Emma. Met het ontwerp voor dat monument won hij in 1935 een door Den Haag uitgeschreven prijsvraag, maar een commissie in de residentie keurde de keuze van de jury af. Men wilde het niet laten uitvoeren omdat het te schetsmatig werd geacht, omdat het niet tot uiting bracht 'zoals Zij bij Haar volk gekend en geliefd was.'

Amsterdam was wel geinteresseerd en haalde het monument naar het Emmaplein waar het in 1938 werd onthuld. De geschiedenis zou zich grotendeels herhalen: een halve eeuw later hield dezelfde Haagse benepenheid een aan Emma's dochter Wilhelmina gewijd monument tegen omdat het 'niet leek'. In de jaren dertig gaf Den Haag de voorkeur aan een Emmabeeld van de vierde keus, in onze tijd werd genoegen genomen met de copie van een reeds elders opgesteld Wilhelminabeeld.