Zeeuwse veren kampen met problemen

VLISSINGEN, 12 nov. 'Het is een hopeloze zaak. Nu hebben we weer het probleem met de Prinses Beatrix. Dat schip is zo oud dat het moet worden vervangen. Wij roepen het al drie jaar!' Secretaris J. Mak van de dienstcommissie van de Provinciale Stoombootdiensten (PSD) wordt er moedeloos van. De laatste jaren gaat het slecht met de veerdiensten Kruiningen-Perkpolder en Vlissingen-Breskens die de PSD over de Westerschelde onderhoudt: is er niets mis met de veerboten, dan hapert het wel bij de steigers die het verkeer van en naar de boten leiden. En zijn er geen technische mankementen dan is het, zoals vanmorgen, wel de mist die de PSD dwingt de boten tijdelijk uit de vaart te nemen. De gevolgen zijn voor de passagiers. Die kunnen zich in lange rijen opstellen en wachten tot het hun beurt is.

De Zeeuwse VVD-afdeling presenteerde vorige week bij de algemene beschouwingen voor 1991 cijfers waaruit blijkt dat het aantal auto's dat niet in een keer kan worden overgezet sinds 1987 bijna is verdubbeld; toen waren het er nog 375.000 per jaar, inmiddels is dat aantal opgelopen tot 708.000. De malaise met de Zeeuwse veerboten heeft alles te maken met het uitblijven van een beslissing over de aanleg van een Vaste Oeververbinding over de Westerschelde (WOV). Want, zo redeneren de overheden, als er toch een brug of tunnel komt, is het zonde om nog veel in de veerboten te investeren.

Maar ook de komst van de WOV zit in het slop. Het komende half jaar nemen het ministerie van verkeer en waterstaat en de provincie Zeeland een besluit over de plaats waar de vaste oeververbinding zou moeten worden aangelegd en daarna beginnen de onderhandelingen met eventuele bouwers. Maar minister Maij-Weggen heeft al haar voorkeur laten doorschemeren voor het duurste traject, dat ligt ten westen van Terneuzen en Ellewoutsdijk. De aanleg ervan zou ongeveer 830 miljoen gulden kosten. Daarbij is het volgens haar uitgesloten dat het rijk meer bijdraagt dan de eerder toegezegde 41,1 miljoen per jaar.

Dit zou betekenen dat de provincie extra geld op tafel moet leggen en met de huidige rentestand is dat een hachelijk avontuur. Tijdens de algemene beschouwingen lieten de Provinciale Staten-fracties hun twijfel over de haalbaarheid van de WOV dan ook duidelijk blijken. En daarmee kreeg het belang van een goed functionerende veerdienst weer meer prioriteit.

De politieke partijen stuitten onmiddellijk op het nieuwste probleem van de Provinciale Stoombootdiensten: in 1994 zal de Prinses Beatrix, het oudste schip van de PSD-vloot zeer waarschijnlijk niet meer worden goedgekeurd door de scheepvaartinspectie. De Beatrix werd in 1958 in de vaart genomen en had in '88 al vervangen moeten zijn. Maar met de WOV voor de deur, besloot de provincie de oude veerboot op te knappen en voorlopig door te laten varen.

In een rapport dat vrijdag door de verantwoordelijke gedeputeerde J. D. de Voogd werd gepresenteerd, pleit een onafhankelijk adviesbureau voor de bouw van een nieuwe dubbeldeks veerboot. De meest sobere versie zal ongeveer 67 miljoen kosten. Gedeputeerde De Voogd hoopt een goedkopere oplossing te vinden door deze week onderhandelingen te beginnen met een reder die tijdelijk een boot zou willen verhuren aan de PSD.

Provinciale Staten bespreken de veerbootkwestie morgen opnieuw. Secretaris Mak van de dienstcommisse wacht intussen alle initiatieven af. Hij hoopt dat er vooral een goede oplossing wordt gevonden. 'Want daaraan heeft het de afgelopen jaren ontbroken. Altijd kwamen de politici met goedkope en halfslachtige oplossingen. En dat die niet werken, is inmiddels gebleken.'

    • Annet van Eenennaam