Vele Duitse topzwemmers vallen af

MUNCHEN, 12 nov. De hereniging heeft van Duitsland zeker op zwemgebied nog niet het allersterkste sportland van Europa gemaakt. De eerste gezamenlijke selectiewedstrijden in Munchen voor de wereldkampioenschappen begin volgend jaar in Perth werden gekenmerkt door de comeback van de Westduitsers Michael Gross en Svenja Schlicht en het vrijwel totale wegvallen van de vroegere Oostduitse top. Alleen doordat kennelijk in Magdeburg en Rostock de aanvoerlijnen nog functioneerden, pakte het oosten een titel meer dan het westen, 17 tegen 16.

Hoe groot de terugval was, blijkt wel uit het feit dat in de kolossale Duitse afvaardiging voor Perth niet minder dan 22 zwemmers en zwemsters werden opgenomen die niet voldeden aan de selectienorm. 'We hadden ons heel wat meer van de hereniging voorgesteld', aldus de ontnuchterde 'zwemdokter' Hans Hartogh. De lijst van afvallers bevat de namen van prominenten als de Olympische kampioenen Heike Friedrich en Kathleen Nord, wereldkampioene Astrid Strauss en de dubbele Europese kampioene Anke Mohring.

Verscheidene waarnemers zagen de ineenstorting als een bevestiging van hun vermoeden dat doping onlosmakelijk was verbonden met het DDR-sportsucces. Vanuit het vroegere Oostduitse kamp werden andere mogelijkheden aangedragen, problemen met het nieuwe leven en het ontbreken van perpectief. 'De voorbereiding was totaal verschillend', analyseerde de tegenwoordig als journaliste werkzame zesvoudig Olympisch kampioene Kirsten Otto. 'Vroeger was de training het enige dat telde. Al het andere moest daarvoor wijken. Nu moeten ze denken aan aan wat ze erna gaan doen.' Wolfgang Richter, de vroegere chef-trainer: 'Destijds trainden we driemaal daags. Drieduizend kilometer in het jaar. De omstandigheden waren beter dan wat de wereld waarschijnlijk ooit nog zal zien. Na de omwenteling is dat zeker met een derde teruggebracht.'

Hoeveel harde training uitmaakt werd bewezen door Svenja Schlicht. De Hamburgse zwemster trainde achttien kilometer per dag eer zij haar comeback in de wedstrijdsport aandurfde. De 23-jarige Hamburgse won zowel de 100 als 200 meter rugslag (1.02,21 en 2.13,37) en werkte zich op tot de evenknie van de eveneens uit het westen afkomstige Stefanie Ortwig, die zowel op de middenafstanden van de vrije slag de hele concurrentie uit de vroegere DDR te snel af was en met 2.00,23 zelfs voor de beste wereldprestatie van het seizoen zorgde. Alleen op de 100 en 800 meter vrije slag hield de befaamde Oostduitse school nog enigszins stand.

De enige superstar, waar het herenigd Duitsland straks bij het wereldkampioenschap in Australie over beschikt, blijft echter Michael Gross. De drievoudig Olympisch- en viervoudig wereldkampioen had bij zijn terugkeer na een wedstrijdpauze van twee jaar last van griep en ontstoken amandelen. Maar dat weerhield de 26-jarige vlinderslagzwemmer er niet van zowel de 100- als 200 meter vlinderslag op zijn naam te brengen. Op de 200 meter behaalde hij zijn 26ste Duitse titel in de beste Europese seizoentijd van 1.59,06. In de verenigingsestafette was hij als startzwemmer met 1.48,25 op de 200 meter vrije slag zelfs sneller dan bij zijn vijfde plaats in het Olympisch zwembad van Seoul en ruim anderhalve seconde beter dan Stefan Pfeiffer nu op het persoonlijke nummer. (SID)