Toneelmuziek van de altviolist Horsthuis kan op zichzelf staan

Wat moet een toneelpubliek met muziek? Componist Maurice Horsthuis heeft er weinig illusies over, zo blijkt uit een interview in het nieuwste nummer van het maandblad Jazz Nu. 'De mensen die in de zaal zitten, komen niet om naar de muziek te luisteren en zijn die ook meteen weer vergeten, tenzij ze onthouden dat ze er behoorlijk last van hebben gehad'. Met deze woorden is gelijk het dilemma geschetst waar makers van toneel- en filmmuziek voor staan: zich onderschikken of opvallen. In het ene geval vervalt de componist in decoratieve deuntjes die terecht in de vergetelheid geraken, in het andere schrijft hij muziek die zo sterk is dat het hoofdprodukt concurrentie wordt aangedaan. De eerste soort verdient geen aandacht, van de tweede categorie zijn er beroemde voorbeelden: de toneelmuziek van Brecht en Eisler en Miles Davis' filmmuziek voor Enscenseur pour l'echafaud.

De toneelmuziek van altviolist Maurice Horsthuis moge zo'n klassieke status nog niet bereikt hebben, ze is in elk geval kleurrijk en persoonlijk genoeg om op zichzelf te kunnen staan, zo bleek in het Stedelijk Museum. Zeer grof ingedeeld viel het repetoire uiteen in twee genres: bijna stilstaande beelden waarin het aankomt op minimale details en spectaculaire, soms bijna slapstick-achtige constructies waar het componeer- en speelplezier van af knettert. Vrijwel bewegingloos maar niet zonder spanning waren het openingsstuk Black Menuet voor vier blazers en contrabas, en het door veertien strijkers plus blaaskwartet gespeelde La tour qui chante, in gedachte opgedragen aan Maurice Ravel.

Heel krachtig klonk het door koper omlijste Spaanse lied El Rigor, gezongen door altiste Charlotte Lap, geraffineerd met het door Jannie Pranger vertolkte Voor Yvette afkomstig uit Berthold Brechts Mutter courage. Dat Jannie Pranger behalve een goede sopraan ook een begaafd vingerfluiter is, bleek in enkele haarzuivere met de klarinet mee gefloten unisono's. Het zeventien minuten durende De Spul tenslotte met een Franse tekst voor Charlotte Lap, bevatte bijna alle ingredienten die de muziek van Maurice Horsthuis zo te genieten maken: de spanning tussen compositie en improvisatie, de levendige instrumentatie (de rol voor de cimbalon was echt een vondst) en de zin voor ingehouden drama.

Dat Maurice Horsthuis het in zijn tienjarige toneelcarriere het met menige acteur aan de stok heeft gehad, kon men zich bij dit alles goed voorstellen. Een acteur wil nu eenmaal schitteren, niet figureren in een wereld vol muziek.