Talk of the town

Als redacteur van NRC Handelsblad durf je je dezer dagen nauwelijks meer zonder bivakmuts op straat te vertonen, maar het moest nu toch echt gebeuren: de kapper. Al meteen na binnenkomst merkte ik dat zijn jovialiteit niet meer die sprankelende spontaniteit van vroeger had.

'Dag', zei hij stroef, 'wat kan ik voor je doen?'

'Je best', probeerde ik nog olijk.

Hij leidde me zwijgend naar een wasbak, duwde me in een stoel en trok mijn hoofd met een ruk achterover. Terwijl hij onnodig veel water in de kraag van mijn bloes morste, beet hij me toe: 'Eigenlijk had ik geen NRC-redacteuren meer willen knippen.'

'Ik vraag me af of je wel klanten mag weigeren', zei ik zo goedmoedig mogelijk.

Een honend lachje. 'Er bestaat ook nog zoiets als de vrijheid van knippen.'

Hij spoelde na met ijskoud water en dreef me vervolgens zonder verdere plichtplegingen naar een kappersstoel.

'Wat bezielt je?', vroeg ik, toen hij bijna blindelings de schaar in mijn haar begon te zetten.

'Dat zul jij niet weten', zei hij grimmig. 'Man, ik ben de afgelopen twee weken door een hel gegaan. Ik kom op dinsdag 30 oktober na mijn werk nietsvermoedend thuis. Daar zit Els brullend boven die rotkrant van jullie. Ik zeg: Els, wat is er in godsnaam aan de hand? Het enige wat ze kon uitbrengen, was: ze hebben 'm eruit gegooid! Ik ruk die krant uit haar poten en toen zag ik het: Els had er met viltstift een rouwrand omheen getekend. We hebben er tot diep in de nacht over nagepraat. Op het laatst zaten we elkaar te troosten!'

'Ik hou van lezers die van de krant houden', onderbrak ik hem.

Hij scheen het niet te horen. 'Het ergste moest nog komen. De volgende dag op de zaak! Wat zeg ik: de volgende dagen! Hele stammentwisten! Niet over de Golfcrisis, niet over de gijzelaars in Bagdad, zelfs niet over de elleboog van Van Basten, nee, de enige kwestie was: had het woordje 'de' gebruikt mogen worden. Daar ging het over. En niet alleen bij mij, maar ook bij de groenteboer, bij de dokter en in het cafe. Het was het gesprek van de week, of hoe zeg je dat in jouw dieventaaltje: de talk of the town. Heel Nederland was weer even een groot gesticht.'

'Heb je niet te veel kranten gelezen?' vroeg ik voorzichtig.

Hij haalde diep adem en zei niet zonder dreiging: 'En jij?'

'Niet te kort in de nek', zei ik.

'Waar stond jij?'

'Moeilijk', kuchte ik. 'Enerzijds is er de vrijheid van de columnist, anderzijds zijn er de grenzen van de... '

'Stop!' brulde hij. 'Dat woord wil ik hier nooit meer horen. Ik wil alleen van je weten: wat heb je gedaan?'

'Ik heb gedreigd met een columnstaking', zei ik ferm.

'En wat zeiden ze?'

'Ze waren dolblij. Het heeft me nog veel moeite gekost om dat dreigement weer tersluiks in te trekken.'

Hij zuchtte ontgoocheld. 'Slapjanus. Je verbergen achter ironie, he. Ik had meer van je verwacht. Die naam van je... die is toch een beetje... eh... bijbels. Ik heb het je nooit willen vragen, maar ben jij niet eh... '

'Verraad in Nederland nooit iets over je afkomst, want je zult er altijd op beoordeeld worden', zei ik.

Hij fixeerde me met een blik vol afschuw in de spiegel. 'Als je maar niet denkt dat ik je ooit bijzonder intelligent heb gevonden.'

Nadat ik had afgerekend, probeerde hij nog een zweem van de oude vertrouwelijkheid in zijn stem te leggen toen hij vroeg: 'We hebben zaterdag gelezen dat jullie 'geprangde hoofdredacteur' nog met een schriftelijke reactie komt. Wat kunnen we verwachten? Eerherstel?'

'Ik zou de zaak de volgende dag voor de zekerheid dicht houden', adviseerde ik voor ik wegvluchtte.