Russen euforisch en onzeker over bondgenootschap met Duitsland; Verdrag Bonn-Moskou geen 'Rapallo'

Nu nog is de Amerikaanse dollar het eerste internationale betaalmiddel in de Sovjet-Unie. Maar de D-mark is in opmars. Nog even en de Duitse munt kan de plaats van de dollar innemen.

Dat zou passen bij de tegenwoordige bewondering in de Sovjet-Unie voor de Duitsers. In de woorden van Nikolaj Portoegalov, een adviseur van minister Edoeard Sjevardnadze: 'Alle buitenlandse investeerders zijn welkom, maar de Duitse zijn het belangrijkst'. In stilte hadden Londen en Parijs gehoopt dat wij in Moskou het ondankbare werk zouden doen, zo schreef Portoegalov onlangs in het weeblad Der Spiegel. Dat draaide echter op een teleurstelling uit omdat 'de rol van wereldmacht Duitsland dit keer noodgedwongen toekomt'.

Elf maanden geleden was Moskou bovenal huiverig voor de eenwording. Nu gaat het enthousiasme zo ver dat de Sovjet-Unie het nodig acht om de andere Westerse mogendheden gerust te stellen dat de liefde niet zal leiden tot een exclusief bondgenootschap. Over een herhaling van Rapallo, het Italiaanse badplaatsje waar de Weimar-republiek en de bolsjewieken in 1922 buiten de rest van Europa om een verdrag sloten waarin de training van het Russische leger en de geheime opbouw van de Duitse krijgsmacht werden geregeld, hoeven we ons geen zorgen te maken. Het verdrag dat de beide staten vrijdag hebben gesloten is niet 'tegen' iemand gericht, zo verzekerde Gorbatsjov drie dagen geleden in Bonn. Om misverstand te voorkomen, prees hij bij die gelegenheid ook nog even de rol van de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk, het land dat hij twee weken geleden niet voor niets nog even had bezocht om er een apart bilateraal verdrag te tekenen.

Tempo

Het tempo van deze omslag mag er niettemin zijn. Tijdens de topconferentie met de Amerikaanse president Bush op Malta, begin december 1989, zei Gorbatsjov immers nog dat de Duitse eenwording een 'kunstmatige versnelling' zou zijn waarmee het democratiseringsproces in Oost-Europa alleen maar zou worden 'bemoeilijkt'. Hijzelf en Sjevardnadze herhaalden vervolgens met regelmaat dat het nieuwe Duitsland geen lid van de NAVO mocht worden en, vervolgens, als het toch niet anders kon, dat het dan zoals Frankrijk alleen in politieke zin deel mocht uitmaken van het bondgenootschap en niet militair. Maar nu, met bijna twintig miljard D-mark en de hulp van een groep Duitse 'experts op hoog niveau' op zak, is het louter hosanna. Een 'nieuwe fase in de Europese geschiedenis' is ingetreden. Na twintig jaar inzet van Willy Brandt en Hans Dietrich Genscher, zo jubelde Gorbatsjov vrijdag met bondskanselier Helmut Kohl aan zijn zijde in een verwijzing naar de filosoof Emmanuel Kant, zijn de verhoudingen tussen de twee 'grote volkeren herleid tot het traktaat over de eeuwige vrede'.

Aleksandr Bovin, de buitenland-commentator van de regeringskrant Izvestia, zei het een paar weken geleden temidden van de pin-ups en portretjes van voormalig KGB-chef en partijleider Andropov die zijn werkkamer sieren, aldus: 'Duitsland is een vredelievende staat geworden. Voor zeker vijftig jaar is de vrede gewaarborgd. De geschiedenis loopt niet meer langs politiek-militaire lijnen. Elke discussie over geo-politieke uitgangspunten is derhalve zinloos, vervelend zelfs'.

Bewondering

Maar kloppen die emoties wel? Ten dele. In zekere zin heeft de Sovjet-Unie haar bewondering voor de DDR overgeplant op de Bondsrepubliek. De DDR was in de ogen van Moskou altijd het 'voorbeeld' van een geslaagde planeconomie. De centrale sturingsmechanismen waren daar in de 'arbeiders- en boerenstaat', zo dachten ze in de Sovjet-Unie, het meest geavanceerd. Het was welhaast een laboratorium en sinds de bouw van de Muur bovendien de eerste handelspartner.

Ten tweede heeft de Sovjet-Unie altijd een wat ambivalente houding gekoesterd jegens de Duitse deling. Stalins geheime dienst-chef Lavrenti Beria formuleerde het in 1953 in kleine kring ooit zo: 'De DDR? Wat is dat nu helemaal? Het is niet eens een echte staat. Het land kan alleen bestaan door de Sovjet-troepen'. Dat lokte toen verontwaardiging uit bij zijn gesprekspartners, onder wie ex-minister van buitenlandse zaken Molotov en diens latere opvolger Gromyko, omdat Moskou er in die jaren juist op tamboereerde dat Duitsland als 'neutrale' staat moest worden verenigd.

Slechts om ideologische redenen kon deze schemertoestand al die decennia in stand worden gehouden, aldus Leonid Tsedelin, het hoofd van de Duitse afdeling op het Instituut voor Internationale Economische en Politieke Studies in Moskou. Het buitenlandse beleid van Stalin en diens opvolgers ging altijd uit van de Duitse eenheid, niet omwille van de Duitsers maar omdat zo een socialistisch Europa dichterbij kon worden gebracht. Tsedelin: 'Het primaat van de ideologie hield geen rekening met ons eigen belang. Voor ons Russen was het altijd onbegrijpelijk dat we ons als grootmacht moesten gedragen. Daarom kunnen we nu zo luchthartig adieu zeggen tegen die supermachten-politiek van toen. De DDR had hier nooit een wezenlijke voet tussen de deur. Niemand huilt hier nu om het verlies van de DDR'.

Er schuilt niettemin ook een oneigenlijk element in de euforie. Dat is niet gelegen in het ressentiment dat bij sommige ouderen in de Sovjet-Unie leeft en waaraan zo nu en dan in bozige ingezonden brieven in kranten en weekbladen lucht wordt gegeven. Het zijn tenminste drie structurelere problemen die de feestvreugde wel eens eerder zouden kunnen verstoren dan de vijftig jaar die Bovin geeft.

Ontsporingen

Allereerst is er de positie van het Sovjet-leger in Oost-Duitsland. De berichten over de wanhoop die zich meester heeft gemaakt van de 380.000 militairen en hun 220.000 gezinsleden, verwarring die leidt tot de verkoop van wapens, desertie en andere ontsporingen enerzijds en agressie van Duitse zijde anderzijds, beginnen de Sovjet-Unie heel voorzichtig zorgen te baren. 'Het Sovjet-leger heeft de test van de Westerse leven niet doorstaan', schreef de journalist Andrej Goerkov vorige week schuldbewust in het weekblad Moskovskije Novosti. Hij erkende dat deze hete adem in de nek van het Sovjet-leger wel eens terug zou kunnen slaan op de nieuwe verhoudingen. Een snelle aftocht is volgens Bovin daarom geboden. Daar voelen de militaire autoriteiten echter niet veel voor, deels uit overwegingen van prestige en deels omdat ze de mensen geen fatsoenlijk onderdak laat staan werk kunnen bieden.

Behalve het leger ligt nu bovendien ook de KGB in het schootsveld van de kritiek. De KGB heeft daarover tot nu toe gezwegen. Maar de pogingen van de staatsveiligheidsdienst om het netwerk van de Stasi over te nemen en zijn agenten een 'toevluchtsoord' in de Sovjet-Unie te verschaffen, kunnen volgens Goerkov makkelijk 'escaleren'.

En dan is er nog die ene structurele hypotheek die op de as Moskou-Bonn rust: de economische desintegratie van de Sovjet-Unie. Er wordt nu al een emigratie naar het Westen van maar liefst twintig miljoen Russen voorspeld. Die willen merendeels naar het land van Mercedes, Opel, volle winkelstraten en fatsoenlijk burgerlijk leven, zoals de Oekraiense cineast Stanislav Gavaroechin dit jaar zo haarscherp heeft vastgelegd in zijn apocalyptische documentaire 'Zo kun je niet leven'. Anders dan Portoegalov hoopt, kan zelfs Duitsland volgens Bovin aan dat proces weinig toe- of afdoen. Het succes van de economische perestrojka ligt maar voor tien procent in het Westen. De rest moeten de Russen zelf doen. 'Het is ons probleem.' Maar, zo voegt hij daar sjagrijnig aan toe, 'hoe slechter het in de Sovjet-Unie zal gaan, hoe slechter het ook in Europa zal gaan'.

Beiers bier

Er spreekt een gebrek aan zelfvertrouwen uit dat in bredere kring nog heel geprononceerd leeft. Een nieuwe volkswijsheid luidt als volgt: 'Hadden we de oorlog maar verloren, dan hadden we nu ook Beiers bier kunnen drinken'.