Ondernemers sceptisch over kansen in Oost-Duitsland

AMSTERDAM, 12 nov Bij Aalberts Industries in Venlo, een bedrijf gespecialiseerd in hoogwaardige industriele produkten, werken sinds kort enkele medewerkers afkomstig uit de voormalige DDR. Tot volle tevredenheid, aldus directeur J. Aalberts.

Maar met de afzet van zijn produkten in de voormalige DDR verloopt het minder voorspoedig en evenmin is Aalberts er in geslaagd om in de oude communistische boedel een geschikt bedrijf te vinden om over te nemen. 'We hebben het opgegeven', zei Aalberts eind vorige week op een studiedag georganiseerd door de Landelijke Samenwerking Economisten over het onderwerp Nederland-Duitsland.

De ondernemer hield geinteresseerde collega's voor: wie zaken wil doen met Oost-Duitsland, doet dat het beste via bedrijven in West-Duitsland. Die hebben de beste contacten en kennen de weg. 'Wij starten voorlopig geen nieuw bedrijf in de ex-DDR, maar we leveren wel direct of indirect aan Westduitse ondernemingen die hun produktie starten in Oost-Duitsland' zei Aalberts.

Voor Aalberts Industries profielen, gereedschap, fijn-mechanische instrumenten, aluminium constructies, componenten voor de computer- en elektronicaindustrie is Duitsland een belangrijke markt. De helft van de export gaat naar de Bondsrepubliek: in 1980 bedroeg de export naar West-Duitsland een miljoen gulden, in 1989 was dat twintig miljoen gulden. Aalberts heeft verkoopkantoren in Beieren, Baden-Wurttenberg en Berlijn. Bij het bedrijf, dat sinds 1987 op de beurs is genoteerd en zijn omzet zag stijgen van acht (1980) tot honderd miljoen gulden (1989), werken vijfhonderd werknemers.

Aalberts: 'In Oost-Duitsland zijn mogelijkheden maar over vijf of tien jaar. En dat duurt voor een ondernemer veel te lang. Wij zijn niet overdreven optimistisch, maar wel voortdurend bezig te kijken wat er gebeurt. Het is een markt met zestien miljoen mensen en er is veel geld beschikbaar. Maar onze visie is dat je er beter later tegen weliswaar hogere kosten kunt instappen, dan nu overhaast terwijl de onzekerheid nog veel te groot is.'

Niettemin zag Aalberts toekomstmogelijkheden: zijn bedrijf heeft Siemens als klant, dat inmiddels in de voormalige DDR actief is. Het levert onderdelen aan de Airbus vliegtuigindustrie en laserprinters voor banken. Nu het bankwezen in de DDR van de grond af moet worden opgebouwd en Lufthansa de oude Interflug-vloot drastisch zal moderniseren, biedt dat mogelijkheden voor de Nederlandse toeleverancier.

Jaarlijks is volgens deskundigen naar schatting honderd miljard D-mark aan nieuwe investeringen nodig in de voormalige DDR. Daarmee wil het niet erg vlotten. Dit jaar zullen de particuliere investeringen niet meer dan vijf miljard D-mark bedragen.

Hoe lastig het is om tot zaken te komen met Oost-Duitsland vertelde G. O. Engelberts van het handelshuis Procos in Haarlem. Via een Westduitse dochtermaatschappij is hij betrokken geraakt bij de export van Oostduitse vleeswaren. Probleem is dat de 63 slachthuizen, die in Oost-Duitsland bestaan, niet voldoen aan de strenge EG-normen voor hygiene en veiligheid. Ze zullen vervangen worden door twintig moderne slachthuizen. Stork, een van de grote leveranciers van slachthuisinstallaties in de wereld, maakt goede kans op een deel van deze bestellingen.

De afzet van de vleeswaren is volgens Engelberts geen probleem. Hij wil met zijn bedrijf een contract sluiten met een voormalige Landproduktionsgenossenschaft (landbouwbedrijf), waarbij de boeren zouden delen in de winst op de verkoop van de vleeswaren, zodat ze een prikkel krijgen om kwalitatief beter vee aan het slachthuis te leveren. Via de Europese Gemeenschap valt ook nog wel aan subsidies te komen.

De grootste moeilijkheid is de overname van het oude slachthuis, dat nu nog valt onder de Treuhandanstalt, de beheerder van de voormalige Oostduitse Volkeigene Betriebe. De Treuhandanstalt heeft opdracht tot sanering en privatisering van de ex-staatsbedrijven, maar maakt daarbij nog weinig vorderingen.

Een van de grote problemen, waarop ook Engelberts is gestuit, is de waardebepaling van de bedrijven, de grond en de gebouwen. Onder het communistische bewind werd niet aan een balans gedaan; bovendien zijn de eigendomsverhoudingen onzeker omdat voormalige eigenaren rechten kunnen doen gelden op hun bezittingen als die na 1949 werden genationaliseerd.

Kritiek op de werkwijze van de Treuhand had ook C. Maas, thesaurier-generaal van het ministerie van financien. Maas zei dat de Treuhandanstalt een agentschap dreigt te worden met sociale doelstellingen, zoals beperking van de dreigende massawerkloosheid in Oost-Duitsland. Daarvoor is de Treuhand volgens hem niet het juiste instrument omdat deze gemakkelijk ten prooi kan vallen aan politieke wensen en liquidatie van bedrijven zo lang mogelijk uit de weg zal gaan. 'De Treuhandanstalt moet privatiseren en niet blijven steken in saneringen', zei hij.