Journalisten geven kopstukken televisie-training; Cursussen in publiciteit

Een groeiend aantal woordvoerders in politiek, bedrijfsleven en overheid verschijnt niet eerder op de televisie, dan nadat men zich heeft laten voorbereiden door een 'mediatrainer'. Meestal wordt zo'n training gegeven door een voormalig journalist, die zich met zijn kandidaat een halve of een hele dag terugtrekt in een professionele tv-studio. Onlangs kwam het verschijnsel van de mediatraining in opspraak, toen bleek dat aan het kordate optreden van BVD-directeur A. Docters van Leeuwen in KRO's Brandpunt een training door Journaal-presentator Gerard Arninkhof vooraf was gegaan.

'Ik heb inderdaad voor het ministerie van binnenlandse zaken een paar cursussen in publiciteit gegeven', zegt Arninkhof, 'waarbij ook een keer de heer Docters van Leeuwen aanwezig was.' De functie van zo'n training is, legt de nieuwslezer uit, dat de cursisten niet onvoorbereid op 'de publicitaire operatietafel' worden gelegd. Daartoe vertelt Arninkhof zijn kandidaten over het functioneren van pers en audiovisuele media, toont hij hen aan de hand van een rollenspel hoe een tv-interview in zijn werk gaat en instrueert hij hoe men zich in zo'n gesprek wel en vooral hoe men zich niet moet presenteren.

Arninkhof acht het geven van dergelijke trainingen uitstekend verenigbaar met zijn journalistieke werk, mits de journalist/mediatrainer te allen tijde 'zijn integriteit bewaart'. De verontwaardiging over zijn nevenactiviteit acht Gerard Arninkhof volstrekt onterecht: 'Dat is vergelijkbaar met de aloude calvinistische discussie over wat je op zondag wel en niet mag doen. Net als onze samenleving is onze journalistiek doordrenkt met moralisme. Er bestaat nu eenmaal een enorme behoefte aan kennis over hoe de media te werk gaan. Men hangt aan je lippen. Het is een mythe dat je bij dit soort trainingen geheimen zou verklappen of bepaalde trucs uit de doeken zou doen. Daar is geen sprake van. Het gaat om het zeer honorabel overdragen van de dingen die je weet. Ik heb niet het gevoel dat ik daardoor in mijn journalistieke werkzaamheden op enigerlei wijze word beinvloed.' Voor de trainingen die hij en zijn collega's geven wordt eerst toestemming van de hoofdredactie gevraagd.

Ton Planken, oud-presentator van Den Haag Vandaag, geeft al jaren mediatrainingen. Hij acht het leiden van zulke cursussen wel degelijk onverenigbaar met het bedrijven van onafhankelijke journalistiek. 'Misschien heeft Arninkhof zelf de Journaal-berichtgeving over de BVD wel geredigeerd of gepresenteerd', stelt Planken. 'Aan de ene kant geld verdienen aan de campagne van de BVD, anderzijds de berichtgeving daarover verzorgen: dat kan niet. Daarmee kom je in de verleiding de wezenlijke kanten van de informatie te onderdrukken. Kennelijk verdient men niet genoeg bij het Journaal. Dan moet men de salarissen maar verhogen en de journalisten verbieden zoiets te doen. In het belang van de kwaliteit en de zuiverheid.'

De mediatraining blijkt een 'groeimarkt' te zijn, daarover zijn de betrokkenen het eens; een opmerkelijk groot aantal (oud-)Journaalmedewerkers legt zich inmiddels op het specialisme toe. Baanbreker was Bob de Ronde, ex-Journaal-verslaggever en voormalig docent aan de School voor de Journalistiek. Hugo van Rhijn (ex-Journaal en ex-TV 10) verzorgt niet alleen media-cursussen voor politici en vertegenwoordigers van overheid en bedrijfsleven, maar vervaardigt ook bedrijfsfilms. Als voornaamste boodschap geeft hij zijn cursisten mee: wees jezelf en blijf eerlijk. 'Ik vertel ze hoe de pers en de tv functioneren en maak ze duidelijk dat journalisten ook maar mensen zijn en fouten maken.'

Ook Van Rhijn acht het ongewenst dat journalisten in actieve dienst zich met mediatraining bezig houden. 'Toen ik als verslaggever bij het Journaal werkte, heb ik me er principieel nooit mee bezig gehouden. Ofschoon dit vak niet zoveel trucjes kent, zoals sommigen wel doen geloven die mediatrainingen verkopen. Een goed journalist komt toch altijd wel achter de waarheid.'

Willem Bemboom adviseerde in zijn functie van Journaalverslaggever al incidenteel woordvoerders uit politiek en bedrijfsleven, toen hij anderhalf jaar geleden besloot om zich als zelfstandig mediaconsultant te vestigen.

'Het gaat erom de mensen te wennen aan het medium', zegt Bemboom, 'en lange, abstracte en moeilijk te volgen antwoorden te vermijden. Het moet kort en bondig zijn, to the point, zonder het gebruik van jargon of moeilijke woorden. Je moet journalisten niet met ontwijkende antwoorden het bos in sturen. Ik beschouw zo'n training als een bewustwordingsproces; hoe presenteer ik me het beste en hoe komt de inhoud zo goed mogelijk over.'

Ton Planken erkent dat de goed getrainde woordvoerder de media zodanig naar zijn hand kan zetten, dat hij pers, radio- en televisie louter als spreekbuis van zijn boodschap kan aanwenden: 'Naarmate woordvoerders beter beslagen ten ijs komen, moeten de journalisten maar zorgen dat ook zij hun kwaliteit verbeteren. Met de kwaliteit van de journalistiek is het vaak droevig gesteld. De meerderheid van de politieke en financiele journalisten is slecht bewerktuigd. Net zo goed als het de plicht van journalisten is om zich goed voor te bereiden, is het de plicht van woordvoerders om het voortbestaan van hun toko of een fusie goed onder woorden te brengen Er staan vaak grote belangen op het spel. Als journalisten dat als een barriere beschouwen, dan is dat een schande.'

    • Tom Rooduijn