Het gesnauw van Raas in een oordopje

Een paar jaar geleden dacht coach Jos Ge ijsel heel slim te zijn. De fysioloog, bezeten van de schaatsmarathon, wilde zijn pupil Richard van Kempen een zendertje meegeven zodat hij hem tijdens de vele rondjes over het ijs vanaf de kant van nuttige adviezen kon voorzien. Maar de officials stonden het experiment niet toe, omdat het de wedstrijd zou vervalsen. Dat laatste argument hanteerden eerder ook Amerikaanse wielerbestuurders toen een VS-baanploeg de piste wilde betreden met een intern communicatiecircuit, ten einde door hun trainer te kunnen worden ingefluisterd. Weg ermee dus.

Die twee ervaringen hebben Andre Cramer niet ontmoedigd. De 31-jarige inwoner van Zuid-Scharwoude ontwikkelde een systeem dat bijzonder geschikt lijkt voor het wielrennen op de weg. De ploegleider maakt daarbij in zijn auto gebruik van een zender en een mobilofoon, terwijl de coureur een oordopje en een ontvangertje (drie bij vijfeneenhalve centimeter) onder zijn shirt draagt. Van de internationale bond (UCI), zo weet Cramer al, zal geen verzet komen. Want zijn vondst is vooral bevordelijk voor de veiligheid. Als de teambazen hun rijders vanuit de volgerswagen kunnen toespreken, hoeven ze immers niet langer meer een soort dodenrace tussen het peloton door naar voren te maken.

De formatie Buckler van Jan Raas testte het systeem al in de Ronde van Nederland (augustus) en is heel geinteresseerd in het idee, dat voor vijf renners in totaal zevenduizend gulden kost. Cramer geeft toe dat de betrokken coureurs via deze telefoon slechts kunnen luisteren. 'Ze kunnen Raas niets terugzeggen. Technisch zou ook dat tamelijk simpel mogelijk zijn, maar van een van knechten zijn naam ben ik kwijt hoorde ik dat daar ook geen behoefte aan bestond. Als ze een lekke band of een ander mankement hebben, dan steken ze gewoon hun hand op.'

Jelle Nijdam van de formatie-Raas ziet wel wat in het communicatiesysteem. 'Vooral als je het parcours niet kent is het nuttig. De ploegleider kan je vertellen dat er een gevaarlijke bocht aan komt of een wegversmalling. Ook in het heetst van de strijd kan hij bruikbare wenken geven. Wel is het heel vervelend dat je niks kunt terugzeggen. Als Raas eens snauwt, snauw ik graag wat terug. Wanneer hij nu al te lastig doet zal ik hem maar stiekem afzetten. Ik kan natuurlijk ook net doen of ik hem niet hoor.'

De vraag rijst of de politie bezwaar kan aantekenen en of de tegenstanders de gesprekken kunnen afluisteren en zo hun strijdplan kunnen aanpassen. 'Er is geen sprake van piraterij', verduidelijkt Cramer. 'De apparatuur is goedgekeurd. Afluisteren kan in principe natuurlijk, want dat gebeurt zelfs bij de politie, die wat dit betreft over het meest geavanceerde materiaal beschikt. Maar wie op die manier achter de taktiek van Raas wil komen zal toch van redelijk goede huize moeten komen, een freak moeten zijn. Als je stomweg een scanner koopt en je kent onze frequentie, dan ben je er nog lang niet.'

Kopman Nijdam, gek op computers waarmee hij soms tot diep in de nacht bezig is, denkt daar wat gemakkelijker over. 'Ik heb een scanner en als ik wil kan ik zo alle in auto's gevoerde telefoongesprekken horen. Echt waar.' Hoe zit het met de irritatie; hindert Cramers apparaat de gespannen coureur in de beslissende finale? Nijdam: 'Mij helemaal niet. Want het is zo klein als een luciferdoosje.' Cramer gaat nog verder: 'De praktijk heeft al uitgewezen dat niemand daar echt last van heeft. Sommige renners vergaten het ding zelf af te zetten, ze merkten niet eens dat ze het bij zich hadden.'