Goede bedoelingen

HET IMPERIALISTISCHE, kolonialistische Duitsland, waarvan vorig jaar ter gelegenheid van de Wende menigeen wakker lag, dient zich nog lang niet aan. Michail Gorbatsjov, op bezoek in Bonn, Speyer en Oggersheim, moest tot zijn teleurstelling ontdekken dat het nieuwe Duitsland onvoldoende financiele tractoren ter beschikking heeft om de tot ver over haar assen in de modder vastzittende kar van de Sovjet-economie weer op de verharde weg van de vooruitgang te trekken. Duitsland heeft voorlopig de handen vol aan Duitsland. En aan West-Europa, want ook een voortgezette integratie aan de Westzijde kost marken om de totdusver chronische verschillen tussen de verschillende lidstaten in te perken.

Maar zijn er dan voorbij Polen geen prachtige kansen voor winstbeluste ondernemers? Hier wreekt zich het misverstand dat ondernemers gretig risico's nemen. Het tegendeel is waar. De gewone ondernemer, klein en groot, is er op uit om als hij al risico's moet accepteren zich daartegen te verzekeren, het liefst bij de belastingbetaler. Maar zelfs dan. Met heimwee spreken zij die gewend waren zaken te doen in het Sovjet-blok over de reusachtige ministeries in Moskou waar afspraak afspraak was en waar met een minimum aan persoonlijke inspanning een maximum aan resultaat kon worden geboekt. Voor de zakenman uit het Westen wel te verstaan. Of de Sovjet-samenleving wijzer werd van de transactie was niet wezenlijk aan de orde. Nu moet het zakenleven letterlijk de boer op, naar comfort-arme provinciestadjes, waar kleine orders wachten en nog steeds veel, veel bureaucratie.

DAN SPREKEN wij nog niet over de sociale onrust, eventueel vertaald in stakingen, over (gewapende) etnische conflicten, over bestuurlijke verbrokkeling. De Sovjet-samenleving wordt tegelijkertijd in zoveel verschillende richtingen getrokken dat de Europese Gemeenschap zichzelf moest adviseren op de plaats rust te blijven toekijken totdat er enige duidelijkheid zou ontstaan. De kredietverschaffer, de investeerder, de overheidsadviseur, zij vragen zich af welk plan gelding heeft, bijvoorbeeld dat van de centrale overheid of dat van de Russische federatie, of doet iedereen maar alsof?

De wens om toch zoveel mogelijk de schijn op te houden komt voort uit de politiek niet uit machtswellust of expansiedrang, maar uit het gevoelen tekort te schieten. Op langere termijn kan West-Europa het zich niet veroorloven om ten Oosten van de Oder-Neissegrens nieuwe gevaren te laten ontstaan. Van het begin af aan had het streven naar ontspanning tussen Oost en West naast de centrale veiligheidscomponent een sociaal-economische doelstelling, vanuit de overweging dat uitzichtsloze armoede en achterstelling explosief materiaal vormen. Vrijwel dagelijks blijkt dat die overweging op werkelijkheidszin stoelde. De chaos in de Sovjet-Unie, de tot gewelddadigheid oplopende politieke spanningen in de rest van Oost-Europa, voortkomend uit onvrede met de sociaal-economische terugslag sinds de omwenteling van 1989, het zijn evenzovele tekenen van regressie.

DES TE kwalijker dat het Westen, en West-Europa in het bijzonder, niet over de politieke en bestuurlijke slagkracht beschikt om een rol van betekenis te vervullen. Bijna zou men zeggen: hadden de verenigde Duitsers maar de potentie die hun nog een jaar geleden werd toegerekend. Dan zou de visite van de Sovjet-president minder in het teken hebben behoeven te staan van de goede bedoelingen en meer concrete maatregelen hebben kunnen opleveren.