Eigen biografie wordt eenzijdige loftrompet

De drang om te boekstaven is een afgeleide van het verlangen naar onsterfelijkheid. We weten dat we doodgaan en misschien kunnen we daar vrede mee hebben, maar er moeten toch althans een paar sporen achterblijven. Een kind krijgen, een boom planten, een boek schrijven gelden hiervoor als de klassieke opties. Wie heeft er nooit met de gedachte gespeeld de eigen levensgeschiedenis op schrift te stellen? Als je jong bent, komt het er niet van vanwege drukte met het leven zelf; als je oud bent en er de tijd voor hebt, lijkt het ineens minder belangrijk. De affaires en crises van dertig jaar geleden hebben hun urgentie verloren. Over het verleden praten is een ding, dat wauwelt lekker weg, maar het verleden opschrijven kost wel even wat meer energie. Vandaar de 'boom' in ghostwriters, autobiografieen gebaseerd op interviews en boeken-geschreven-in-samenwerking-met. Ook 'gewone mensen', dat wil zeggen zij die niet onmiddellijk tot de verbeelding van de massa spreken, kunnen nu hun eigen biografie schrijven of laten schrijven, afhankelijk van het bedrag dat ze er voor over hebben. Voor $ 79.95 heeft de firma Senior Software Systems in Austin, Texas, een computerprogramma te koop, 'Memories' genaamd, dat zo'n 1200 vragen behelst, verdeeld over vijf categorieen. Deze categorieen volgen de chronologie van het leven: basisinformatie over geboorte en familie, jeugdherinneringen tot 12 jaar, tienertijd, jong volwassenheid en de rijpe jaren.

Neal Vahle is biograaf van beroep en heeft weinig fiducie in een dergelijk hulpmiddel. 'Al die vragen beantwoorden nodigt uit tot zwetsen', zegt hij, want hij gelooft heilig in de zuiverende taak van de eindredacteur.

Vahle, een rossige man van ongeveer 45, doceerde Amerikaanse geschiedenis aan drie Washingtonse universiteiten en was hoofdredacteur van New Realities, een tijdschrift met holistische inslag. Elke twee maanden schreef hij daarin een profiel van een geslaagd persoon. Totdat hij op het idee kwam dat zoiets ook voor niet-bekende personen interessant zou kunnen zijn. Nu adverteert hij in een Washingtons huis-aan-huis-blad en in een tijdschrift voor ouderen, Senior Citizen. Hij biedt zich aan als beschrijver van iemands leven, niet voor een anoniem lezerspubliek, maar ten behoeve van de kinderen en kleinkinderen van de bewuste persoon. 'De familiegeschiedenis gaat zo snel verloren', zegt hij, 'met de huidige mobiliteit weten mensen vaak niets meer van het leven van hun grootouders. Vroeger, als je het huis van je overleden ouders opruimde, vond je nog wel eens een stapel oude brieven, maar de telefoon laat geen sporen na.'

Hij werkt zowel in opdracht van de persoon zelf als ook van kinderen of kleinkinderen die een profiel van een van hun ouders of grootouders bestellen. Dat hangt af van de vraag wie er betaalt, vandaar het verschil in nuance tussen de twee opeenvolgende advertenties. De 'profiles' die hij maakt hebben een lengte van 6.000 a 9.000 woorden, vergelijkbaar met een uitgebreid tijdschriftartikel, al houdt hij zich ook aanbevolen voor het schrijven van biografieen op boeklengte. Zijn tarief is vijftig cent per woord, dus voor een 'profile' ligt de prijs tussen de 3.000 en 4.500 dollar. Het hele proces neemt twee werkweken in beslag, waarbij inbegrepen: een interview van vijf uur, het uitwerken van de bandjes, het maken van de eerste versie, een tweede gesprek waarin de persoon commentaar geeft op de tekst en eventueel met aanvullingen komt, en ten slotte het schrijven van de definitieve versie, opgemaakt op zijn personal desk-top-publishing-computer, geillustreerd met foto's uit het familiealbum en uitgegeven in een oplage van vijftien of twintig.

'Het tweede gesprek is altijd tricky', zegt Vahle, 'meestal is iemand in de tweede helft van het interview goed op dreef gekomen en met de interessante verhalen gekomen, maar als ze het dan eenmaal zwart op wit zien staan, schrikken ze en willen ze het geschrapt hebben.'

Het profiel dat hij me van tevoren had toegestuurd om een indruk te geven van zijn werk was inderdaad geen voorbeeld van een rooie-oortjes-leven. Het betrof een man die duidelijk een steunpilaar van de maatschappij was geweest, wiens leven in het teken van de sociale rechtvaardigheid had gestaan met veel commissiewerk in de sector onderwijs, maar zijn scheiding werd met een krappe alinea afgedaan. 'Hij had het wel allemaal verteld', zegt Vahle, 'zijn ongelukkige huwelijk en de wroeging over het aandeel dat hij erin had, maar ik moest het er toch weer uithalen.'

Vindt hij het niet vervelend, dat het dan zo'n eenzijdig loftrompetverhaal wordt? Neal Vahle zit er niet mee: 'Zij zijn de consument. Aan steggelen over passages die eruit of juist erin moeten begin ik niet eens. Voor mij is dat niet lucratief.'

Schrappen vindt hij niet erg, maar zijn hekel aan aanvullingen is des te groter. Hij ligt nu in de clinch met een vrouw die uitgebreid haar seksuele ervaringen had verteld, maar in tweede instantie al haar uitspraken wilde nuanceren en herformuleren. 'Dan ben ik ontzettend veel tijd kwijt aan de revisie, terwijl de prijs voor het geheel vastligt.' Daarom schrijft hij ook in de derde persoon, dat geeft meer distantie en minder gedelibereer.

Als ik zeg dat ik de nadruk toch wel sterk vind liggen op het beroep en niet op het persoonlijk leven, bevestigt hij dat ten volle. Een van zijn klanten vertelde dat zijn motivatie om een profiel te laten maken was dat zijn kinderen hem eigenlijk niet kenden, omdat hij vroeger zo weinig thuis was geweest. Hij vond dat hij dat gemis moest goedmaken door in detail uit te weiden over zijn werk. Zouden die kinderen daar echt op zitten te wachten? Ik stel me voor dat herinneringen aan meer emotioneel geladen gebeurtenissen, zoals het eindexamen of een eerste liefde de (klein)kinderen meer zullen aanspreken. 'Dat is heel goed mogelijk', knikt Vahle, 'maar het werk is voor de generatie mannen die nu aan pensioen toe is, heel erg belangrijk geweest. Werk en leven overlapten elkaar praktisch. Daar liggen de prestaties waar ze trots op zijn en dat willen ze bewaard hebben voor het nageslacht.'

En hoe zit het met de vrouwen? Vrouwen zijn makkelijker te interviewen dan mannen, omdat ze minder huiverig zijn om over persoonlijke dingen te spreken. Toch sneuvelt er net zoveel van vrouwen als van mannen als het erom gaat te bepalen wat er in de definitieve tekst moet komen. Niets is zo moeilijk als de eigen ijdelheid te regisseren en Vahle als plaatsvervangend regisseur is niet streng: 'Het is een aardigheidje, meer niet. Zij willen hun levensverhaal opgetekend, waarin het positieve overheerst; ik schrijf dat graag voor ze op.'