Drees of Den Uyl?

Hamvraag voor de Partij van de Arbeid: zal Kok de Drees of de Den Uyl worden van de jaren negentig? Dat lijkt misschien wat overhaast: de man is pas een jaar minister, en moet na een zwakke Miljoenennota nog zijn reputatie versterken. Natuurlijk, maar het contrast tussen Drees en Den Uyl is nuttig om het dilemma van de PvdA samen te vatten.

Drees was sober en precies en in Lieftinck had hij een minister van financien in dezelfde stijl. De geschiedenis heeft kritisch geoordeeld over aspecten van het buitenlandse beleid, maar historici hebben respect voor de sociaal-economische politiek. Het beleid gold als rechtvaardig in de ouderwetse betekenis van 'passend bij een rechtsstaat'.

Terugzien op Den Uyl is moeilijker. Nog steeds is zijn reputatie controversieel, als premier en als partijleider. Bovendien vergeten de critici van rechts altijd weer dat Den Uyl premier was tijdens en na de eerste oliecrisis toen maar weinig economen en politici in Europa scherp zagen hoe het beleid moest reageren op een grote en op dat moment nog unieke verstoring in de wereldeconomie. Voorzover Den Uyl en Duisenberg zondigden door meer te streven naar uitbreiding van de overheidssector dan naar behoud van de bedrijfswinsten waren zij waarachtig niet de enigen. De cijfers laten duidelijk zien dat Nederland veel erger ging afwijken van de omringende landen tijdens het kabinet Van Agt-Wiegel. Hun minister van financien Andriessen trad niet zonder reden af.

In ieder geval lijkt het billijk om van Den Uyl te memoreren dat hij meer keek naar gelijkheid van inkomens dan naar maximale groei van de economie: zijn rechtvaardigheidsstreven was sociologisch geinspireerd. Desnoods minder economische dynamiek in ruil voor meer gelijkheid tussen de sociale klassen. Spreiding van inkomen, kennis en macht was de leus en dat betekende in de visie van Den Uyl onder andere hoge belastingen voor de middengroepen, veel werkgelegenheid bij de overheid en verhoudingsgewijs royale uitkeringen.

Drees of Den Uyl: een sobere rechtsorde die de beste kans biedt op stijgende welvaart door hard werk, of een fijnmazig uitgewerkte welvaartsstaat met hoge belastingen voor de rijken en streetcorner workers voor de kansarmen. Tot voor kort dacht ik dat de keuze vooral zou worden afgedwongen door het proces van de Europese integratie. Nederland concurreert met omringende landen waar de belasting lager is en veel meer mensen werken. Dus moet onze overheid wel zuiniger worden met belastinggeld. Die internationale factor goed weergegeven in de nieuwe nota van minister Andriessen blijft belangrijk en het schokkende nieuws van Philips onderstreept dat nog eens. Hoe gezonder onze economie, des te meer toekomst hebben de werknemers van Philips.

Nu is er echter ook een binnenlandse reden om urgent in te grijpen bij verspilling van tijd en geld in de ziektewet, de WAO, de arbeidsvoorziening en de studiefinanciering: laten we de huidige praktijken in de collectieve sector intact, dan wordt de koppeling tussen lonen en uitkeringen onbetaalbaar. Daarom zal vooral de PvdA die zich heeft vastgelegd op handhaving van de koppeling urgent gaan zoeken naar een sobere rechtsstaat a la Drees bij uitkeringen, ziektewet, studiefinanciering en arbeidsvoorziening. Het sociaal optimisme van Den Uyl de maakbare samenleving heeft onbedoeld de rechtsstaat aangetast en is veel te duur gebleken.

Neem bij voorbeeld de discussie over de ziektewet. Recente experimenten in de Rotterdamse haven hebben geleid tot een daling van het ziekteverzuim met een derde deel, omdat de bedrijven nu individueel verantwoordelijk zijn voor doorbetaling van lonen aan zieke werknemers. Bedenk eens wat dit resultaat betekent wanneer het voor de hele economie zou gelden: de produktie (en dus ook de belastingontvangsten) zouden duurzaam met 2-3 procent toenemen ieder jaar miljarden guldens extra. Het ziekteverzuim kan wel degelijk naar beneden, en als men het Rotterdamse systeem niet wil toepassen op heel Nederland ligt er nog de oude suggestie van prof. Stevers. In een van zijn beroemde Volkskrant-artikelen op Prinsjesdag pleitte hij al in 1977 voor een algehele loonsverhoging van vijf procent, waarna iedereen zelf verantwoordelijk zou zijn voor de eerste vijf dagen ziektegeld. Toen vielen zijn wijze woorden op rotsige grond; nu weet de PvdA dat als de arbeidsmarkt niet heel snel een stuk beter gaat werken het gedaan is met de koppeling.

Nog meer taboes gaan sneuvelen in de arbeidsmarkt. Eerder deze maand verscheen eindelijk de grote studie van Aarts en De Jong naar het verloop van de WAO. Uit hun analyse blijkt dat bij ongewijzigd beleid het aantal WAO-ers blijft stijgen met tienduizenden mensen per jaar. De zogenaamde stelselherziening van 1987 had verbetering moeten brengen: puur medische keuringen, beter aanbod van ander werk en een einde aan de praktijk om bijna iedereen volledig arbeidsongeschikt te verklaren. Aarts en De Jong laten zien wat een kostbaar fiasco dat is geworden. Nog geen kwart van de toen mede op grond van hun eerder onderzoek verwachte vermindering is bereikt. Daarom besluiten zij hun studie met drie alternatieve prognoses. De meest radikale daarvan is niet meer of minder dan dat de nieuwe regels uit 1987 voortaan worden nageleefd. Dat zou al in 1994 een verschil uitmaken van meer dan 100.000 WAO-ers, maar vereist precieze medische keuringen en herkeuringen met consequenties voor het ontslagbeleid van de werkgevers. Allemaal afgesproken in 1987, maar nooit echt ingevoerd.

Als de duidelijke taal van fraktieleider Woltgens niet bedriegt, wordt Drees weer het model voor de PvdA en niet Den Uyl. In het debat over werkloosheid en WAO zei Woltgens vorige week voor het eerst dat ambtenaren bij de sociale dienst of het arbeidsbureau die liever niet de wet uitvoeren, daarmee hun baan op het spel zetten. De streetcorner workers zijn eerder gesneuveld dan hun clienten, en het Zweedse model is ook dood. Al deze tekenen wijzen in dezelfde richting: de PvdA probeert in een winter te bereiken wat minister De Koning in zeven jaar niet gelukt is: betere regels voor het ziekteverzuim en handhaving van de wet bij werkloosheid en WAO.

Of denkt u dat de PvdA plezier mag verwachten van een verkiezing in 1991 bij oplopende werkloosheid en verwijten van CDA-VVD dat de koppeling een onbetaalbare luxe is? Daarom wijst het eigenbelang van de partij en dat van haar leider in dezelfde richting: de sobere rechtsstaat van Drees, in de tijd van Den Uyl zo welsprekend levend gehouden in de artikelen van Prof. Stevers, wordt het model voor de jaren negentig.