DE WIJZE LESSEN VAN STAMSNIJDER

De Nederlandse professionele veldrijders, Henk Baars, Adri van der Poel, Frank van Bakel, Huub Kools, Martin Hendriks en de oude Reinier Groenendaal, zijn ongerust. De zes lopende en fietsende ploeteraars maken zich zorgen over de ontwikkelingen in hun sport, die op een dood spoor dreigt te raken, en over hun gebrekkige kennis van de meest uiteenlopende zaken. Wegens dat laatste willen ze zelfs terug in de schoolbanken, ten minste als er een kundige leraar voor de klas staat. Die is nu gevonden in Hennie Stamsnijder.

Afgelopen donderdag werd de laatste hindernis genomen. Ex-toprijder Stamsnijder, momenteel als sales-manager werkzaam, gaf zijn ja-woord aan Gerrie van Gerwen, de coordinator van de Stichting Bevordering Beroepswielersport (SBB). Hij wordt begeleider en zal de twijfelende crossers op een aantal middagen van allerlei tips voorzien. 'Stamsnijder was tien jaar geleden al verder dan de lichting van nu', meent Van Gerwen. 'Dan bedoel ik zijn inzichten in licenties, reglementen, organisaties, etcetera. Daar weet de huidige lichting weinig van af.'

Oud-prof Van Gerwen raakte vorig seizoen nauw bij het veldrijden betrokken. Hij nam de rol van steun- en toeverlaat van de professionele WK-ploeg op zich toen Ad Rijnen, lid van de profsectie van de wielerbond, zich terugtrok. Van Gerwen verbaasde zich meteen over 'stomme kleinigheden'. 'Ik kwam er achter dat de deelnemers aan het WK hun oranje trui na afloop aan de bond moesten teruggeven. Dat irriteert, is slecht voor de sfeer.' Van Gerwen kwam nog veel meer leed ter ore en als goede luisteraar werd hij een soort vertrouwensman. Vandaar ook dat de zes veldrijders bij hem aan de bel trokken toen ze de behoefte aan een begeleider voelden.

De keuze viel op Stamsnijder, die bekent dat hij gezien zijn verleden geen nee kon zeggen. 'Altijd heb ik geschopt tegen misstanden die het veldrijden bedreigden. Vijf jaar terug heb ik er samen met Roland Liboton al op gehamerd dat de cyclo-cross, wil die overleven, in het wiel moet gaan zitten van het wegrennen. Het invoeren van zogeheten FICP-punten was nodig, zodat de mondialisering op gang werd gebracht. Want het veldrijden is alleen in Nederland, Belgie en een beetje in Zwitserland populair. Het stelt dus, net als het schaatsen, in de wereld niks voor. Maar met onze ideeen is gewoon niets gedaan. Met als gevolg de stilstand.'

Regenboogtrui

Toch veronderstelt Stamsnijder dat er spoedig een FICP-klassement komt, 'maar dan zijn we er nog lang niet.' Hij is van oordeel dat het te rustig is rondom de huidige generatie. Stamsnijder doelt ook op wereldkampioen Henk Baars. 'Na zijn overwinning heeft niemand meer iets van die regenboogtrui vernomen. Toen ik die titel pakte (in 1981, red.) was dat wel heel anders. Vroeger had je ook nog de opgefokte vetes: die tussen Van Damme en De Vlaeminck in Belgie en die tussen Groenendaal en mij. Die affaires trokken toch publiek.'

In Gieten, waar Danny de Bie gisteren de tweede wedstrijd van het Superprestige-klassement won, wilde Stamsnijder niet vertellen wat zijn komende lessen aan de zes veldrijders precies inhouden. Van Gerwen is openhartiger. Stamsnijder zal vier middagen onderricht geven. Zijn eerste verhandeling gaat over training en medische zaken. Volgens Van Gerwen is gebleken dat de profs zich financieel geen trainer kunnen veroorloven, zo die al is te vinden. 'Ze experimenteren maar wat. Een inspanningsdocent en een vertrouwensarts zouden waarschijnlijk goede raad kunnen geven.'

Stamsnijder zal later het onderwerp presentatie aansnijden. 'Baars was vroeger een in zichzelf gekeerd baasje', verduidelijkt Van Gerwen, 'nu is hij opener als hij een microfoon onder zijn neus krijgt. Maar hij is nog lang niet perfect.' Op de derde zitting praat Stamsnijder over het omgaan met stress. Van Gerwen: 'Het is een feit dat alle rijders bij de start heel gespannen zijn, omdat een goed begin zo belangrijk is. Sommigen klappen door die spanning volledig in elkaar. Er zijn technieken om die te verkleinen. Bovendien moeten de renners erop worden gewezen dat iedereen bij het vertrek vlinders in zijn buik heeft. Gedeelde smart is halve smart, zeg ik maar.'

Van Gerwen kleurt als hij vertelt wat het vierde deel van Stamsnijders cursus behelst: de boekhouding. 'Het klinkt lullig, maar eenvoudige tips op dat gebied zijn waardevol. Er zijn rijders die absoluut niet weten welke beoepskosten voor de fiscus aftrekbaar zijn. Stamsnijder is precies op de hoogte, ook omdat hij bij de belastingdienst heeft gewerkt. Als hij na een rit ergens had gegeten met een soigneur en een mecanicien, bewaarde hij de nota altijd zorgvuldig.'

Stamsnijders wijze lessen moeten een bijdrage leveren aan een beter imago van het veldrijden, dat in de ogen van Van Gerwen een face-lift zou moeten ondergaan. Hij mist voldoende speed, colour and danger. 'Het parcours moet korter en er moet minder worden gebaggerd. Het komende WK-strijdtoneel (ook in Gieten, red.) had aanvankelijk volop snelheid. Totdat een commissaris van de internationale unie, een man die zelden een wedstrijd ziet, het afkeurde. Hij wilde er acht balken in telkens twee achter elkaar anders was die kunstenaar De Bie te veel in het voordeel. Hoe is het in godsnaam mogelijk?'

Blubber

Wat de colour betreft zegt Van Gerwen: 'Veldrijders zijn te grauw en grijs door de blubber. Die smerige mannen zijn niet interessant voor de sponsors, wier namen op de shirts dikwijls niet eens zijn te lezen. Goed, een keer per jaar mag zo'n modderballet, zoals Parijs-Roubaix ook een keer per seizoen mooi is. Maar veldrijden moet je schoon houden. Het is een fantastisch gezicht, al die gekleurde shirts in die natuurlijke omgeving, als je geluk hebt met sneeuw. Als ik dat beeld zie denk ik: dat moet toch een grote sport kunnen worden?'

Van Gerwen, ten slotte, over danger. 'Het veldrijden moet gevaarlijk lijken. De mensen genieten van een fietser die over een smal weggetje rakelings langs een boom raast. Geloof me nou maar, er gebeuren weinig ongelukken. De cyclo-cross zou zo geweldig in trek kunnen zijn als de bonzen en organisatoren beter zouden inspelen op de smaak van de mensen. Jammer, maar dat lukt slecht. Ik zeg niet dat de vooruitgang nul komma nul is, maar het gaat wel heel langzaam. Vraag het ook maar aan Stamsnijder.'