'Accijns op brandstof kan nog flink omhoog'

DEN HAAG, 12 nov. De accijnzen op motorbrandstof kunnen nog flink omhoog. Dit blijkt uit een onderzoek van het Centrum voor energiebesparing en schone technologie in Delft, waarvan de resultaten vanmiddag bekend zijn gemaakt. Met de accijnsverhoging kan worden bereikt dat het autogebruik wordt teruggedrongen.

Bij het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van de Stichting Natuur en Milieu en mede gefinancierd door het ministerie van verkeer en waterstaat, is rekening gehouden met de ontwerp-richtlijn van de Europese Commissie die op 1 januari 1993 van kracht moet worden. Volgens deze richtlijn, waarover de betrokken ministers het in de EG nog eens moeten zien te worden, moet de accijns op diesel in Nederland met 9 tot 12 cent per liter omhoog en moet er een accijns op LPG worden ingevoerd van minimaal 20 cent (behalve Nederland kennen alleen Belgie en Portugal in de EG geen accijns op LPG).

Voor accijns op benzine schrijft de richtlijn een minimumniveau voor waar Nederland al boven zit, maar geen maximum. Ervan uitgaande dat een nadelig prijsverschil met Duitse benzine van 35 a 40 cent acceptabel is, is er op dit moment ruimte voor een accijnsverhoging in Nederland van 6 a 10 cent voor gelode benzine en 1 a 6 cent voor ongelode. Als in Duitsland per 1 januari 1991 de accijnzen omhoog gaan, zoals is voorgenomen, kunnen in Nederland de accijnzen nog eens met 2 a 3 cent extra omhoog. Wanneer de buurlanden in 1993 hun minimumtarieven voor benzine hebben aangepast aan de Europese richtlijn, is in Nederland een accijnsverhoging van 11 a 15 cent voor gelode en 5 a 9 cent voor ongelode benzine mogelijk.

Staatssecretaris Van Amelsvoort (financien) heeft in de Tweede Kamer al eens laten weten een prijsverschil van 35 cent voor benzine tussen Nederland en Duitsland aanvaardbaar te vinden. Het verschil was al eens groter: in de jaren 1987 en 1988 was de benzine in Duitsland 43 tot 46 cent goedkoper. Het verschil met Belgie is veel kleiner, de laatste jaren gemiddeld 19 cent per liter.

Het kabinet was eerder van plan per 1 november een prijsverhoging van 8 cent (inclusief BTW) door te voeren, maar dat werd tegengehouden door de Tweede Kamer, waar een ruime meerderheid van oordeel was dat door de gestegen olieprijzen de benzine al duur genoeg was. Niettemin heeft het kabinet zich de mogelijkheid voorbehouden het komende voorjaar alsnog een accijnsverhoging voor te stellen.

De zogenoemde grenseffecten bij een accijnsverhoging in Nederland waarbij Nederlanders goedkopere benzine in Duitsland of Belgie gaan tanken houden een beperking in, geeft het Centrum voor energiebesparing toe. Dat bleek ook bij een recente studie van het Nederlands Economisch Instituut. Zou de accijnsverhoging van 8 cent zijn doorgegaan, dan was 20 procent van de extra opbrengst naar de buurlanden weggevloeid. Het aantal liters dat over de grens wordt getankt, stijgt van 71 miljoen naar 126 miljoen per jaar, 2,8 procent van de totale benzineverkoop. Dat leidt tot een belastingderving van 151 miljoen gulden (accijns en BTW) en tot een gemiste omzet bij de Nederlandse pompstations van 169 miljoen (nu 99 miljoen).

Grotere mogelijkheden voor accijnsverhoging zijn er volgens het Centrum voor energiebesparing als Nederland, Duitsland en Belgie samen de prijs optrekken. Wanneer Duitsland en Belgie daarbij een prijsverschil van 30 cent met hun buurlanden accepteren, kan in Nederland de accijns op benzine en LPG met 40 cent omhoog.

Hogere accijnzen kunnen gepaard gaan met een verlaging van de motorrijtuigenbelasting, de 'variabilisatie' waarvoor het kabinet zich in de regeringsverklaring vorig jaar heeft uitgesproken. Het Centrum voor energiebesparing noemt in zijn rapport ook andere mogelijkheden: teruggave van de accijnsverhoging aan de burger door BTW-tarieven te verlagen of de werkgeverspremies. Ook kan het geld (ten dele) worden gebruikt voor beter openbaar of collectief vervoer en voor fietsvoorzieningen.