Zeeuw Piet Dieleman verlaat inspirerende boerenschuur te Arnemuiden; De bescheiden heroiek van de arbeid

De inspiratie waarmee Piet Dieleman (1956) zijn oeuvre tot geheimzinnige spanningen wist op de voeren, was tien jaar lang een Zeeuwse boerenschuur. Binnenkort moet de schuur naast zijn ouderlijk huis wijken voor de oprukkende nieuwbouw van Arnemuiden. Dieleman zal dan verkassen naar een voormalig weeshuis in Middelburg. Daarmee is een eind gekomen aan een decennium 'werkplaatskunst', waarvan het resultaat nu te zien is in de eerste van een reeks monografie-tentoonstellingen in het Gemeentelijk Museum Jan Cunen-centrum in Oss.

Dieleman is van meet af aan zijn eigen gang gegaan, al werd hij aanvankelijk beinvloed door schilders als Baselitz en Kiefer. Hij zegt daarover: '... men moet een plaatsbepaling aangaan. Het is volstrekt naief te veronderstellen dat wat je doet nieuw is. Je meet je aan de groten van de schilderkunst en daaruit destilleert zich een eigen positie... '

Dieleman's entree in de kunstwereld viel samen met de stormachtige opkomst van de 'Nieuwe Wilden'. Kopers stonden destijds ook voor hem in de rij om een doek te bemachtigen. Bij collega-kunstenaars was hij gevierd. In 1984 werd hij door studenten van de Rotterdamse kunstacademie, waar hij zelf vier jaar eerder nog lessen volgde, verkozen tot beste kunstenaar van het jaar. 'Ik vind dat je in je werk nooit een doelstelling moet hebben die boven de eigen waarheid uitstijgt', zei hij destijds, 'want dat haal je niet. Dan leen je je toch weer ergens voor. Dan ondermijn je in zekere zin het eigen werk.'

Deze sympathieke levenswijsheid is Dieleman tot dusver altijd trouw gebleven. Sterker nog, zijn werk is door de jaren heen steeds alledaagser geworden. De eenzame romantische Ik-figuur, die vroeger veelvuldig in zijn doeken voorkwam, is uit zijn huidige werk verdwenen en de wilde verfstreken van weleer zijn nu gebundeld tot geometrische vlakken. Na Mahler klinkt tegenwoordig de eigentijdse romantiek van Mick Jaggers Let's work als arbeidsvitaminen door de schuur, want alle naar buiten het lijstwerk verwijzende heftigheid heeft plaatsgemaakt voor de bescheiden heroiek van de arbeid zelf.

Grijstonen

In zijn schilderij Atelier opname, dat nog stamt uit de tijd dat het neo-expressionisme van de Nieuwe Wilden de wereld veroverde, gaat een zwarte gedaante haast letterlijk op in de achtergrond, die wild-pathetisch geschilderd is in verschillende grijstonen met opvallende lichtplekken. In Atelier opname bepaalt Dieleman letterlijk zijn plaats en dat is zijn werkplaats. In het werk dat hij tegenwoordig maakt is de schuur nog altijd aanwezig, maar teruggebracht tot een schematische ruimte. Wat hij in die ruimte toelaat is eigenlijk alleen het licht.

Dat licht dringt door kleine dakramen naar binnen, zoals te zien is in zijn poetische, impressionistische foto's, die weliswaar in de catalogus zijn opgenomen, maar op de tentoonstelling ontbreken. Als een traditionele macho-tovenaar gaat hij, gewapend met een timmermanspotlood, het gevecht aan met zijn onderwerp, dat uit niet veel meer dan uit licht en perspectief bestaat. Ironie of dubbele bodems ontbreken. Daarvoor zijn zijn tekeningen, schilderijen en sculpturen te fanatiek in elkaar gezet. Zijn werkwijze is eenvoudig en consequent.

In zijn twee-dimensionale werk brengt hij de derde dimensie terug tot een simpele isometrische projectie. Het perspectief wordt dus niet gezien vanuit de waarneming, maar vanuit de meetlat; door een alziend oog zonder standpunt. In principe vertelt Dieleman een saai geometrisch verhaal over een rechthoekige ruimte, waarvan alle vlakken een andere kleur hebben. Maar wat het spannend maakt zijn kleurvlakken, die als openslaande deuren en ramen, voor allerlei verrassende wendingen zorgen en de wetmatige logica doorbreken.

Behalve schilderijen en tekeningen maakt Dieleman sinds enkele jaren ook gipsen beelden. In deze beelden gaat het eveneens om licht en ruimte. Ze bestaan uit gestapelde gipsblokken die tijdens het stollingsproces een kleurpigment hebben meegekregen, waardoor hier en daar gemarmerde effecten en kleurvlekken zijn ontstaan. In de blokken heeft Dieleman gigantische gaten geboord van een halve meter doorsnee. Hierdoor lijken ze op driedimensionale schilderijen.

In zijn meest recente schilderijen zijn de kleurvlakken begrensd door een stevig getrokken potloodlijn, als het ware klaar om als een bouwpakket te worden uitgezaagd. Het geeft zijn schilderijen iets praktisch, alsof Dieleman in zijn schuur bijzonder nuttig werk verricht.