Wurging moet inflatie Brazilie beeindigen

LIMA, 10 nov. De strijd is hard, want 'de tijger' biedt hevige weerstand. Te hevig wellicht voor de Braziliaanse president Fernando Collor de Mello en zijn vrouwelijke superminister van economische zaken, Zelia Cardozo de Mello, die als de dompteuse al ruim een half jaar het verschijnsel inflatie 'de tijger', zoals Collor het noemt in Brazilie de baas tracht te worden.

Over de maand oktober droeg de inflatie 13,7 procent. En daarmee is de doelstelling van het ambitieuze en gewaagde plan-Collor, dat op 16 maart dit jaar werd gelanceerd, bij lange na nog niet gehaald.

De vrees voor een langdurige recessie is nu groot in Brazilie. Het aantal faillissementen in de maand oktober was een derde hoger dan in de voorgaande maand. In de belangrijke industriestad Sao Paulo alleen al bedraagt het aantal werklozen ruim een miljoen.

Voor de 37-jarige minister Zelia Cardozo lijken de slechte tijdingen maar niet op te houden. Begin vorige maand kwam, met veel publiciteit, een einde aan haar verrassende relatie met haar collega van Justitie en daarmee ook aan de ministeriele loopbaan van deze 58-jarige Bernardo Cabral.

President Collor was duidelijk minder gecharmeerd van deze politieke 'telenovela' dan het smullende Braziliaanse publiek. Niet zozeer de affaire als wel de mogelijke politieke implicaties baarden hem grote zorgen. De ministeriele minnaars hadden namelijk niet geschuwd gebruik te maken van overheidsappartementen voor hun geheime ontmoetingen.

In het Brazilie van Fernando Collor de Mello worden telenovela's echter niet meer volgens zo'n script geschreven. Collor had immers de verkiezingen mede gewonnen dank zij zijn belofte om de corruptie binnen het rijk van de 'Maharadja's' (de ambtenaren) uit te roeien. En omdat Zelia te belangrijk voor hem is in de strijd tegen de inflatie, moest Cabral wel het veld ruimen.

Iets dergelijks gebeurde op 19 oktober toen de president-directeur van het machtigste staatsbedrijf in Brazilie, het oliemonopolie Petrobras, gedwongen werd af te treden na een verschil van mening met de minister van economische zaken. De president-directeur meende, evenals zijn collega's in de internationale oliewereld, dat de benzineprijzen omhoog moesten als gevolg van de Golfcrisis. Maar Zelia's mandaat bestaat simpelweg uit de presidentiele opdracht om 'de tijger' te bestrijden. De benzineprijs bleef daarom gelijk en president-directeur Da Motta Veiga verdween van het toneel, onrust binnen het Braziliaanse kabinet en de politiek achterlatend door zijn publiekelijke beschuldiging dat de regering-Collor vriendjespolitiek bedrijft.

Voor de minister van economische zaken was Motta's ontslag en Collors openbare steunbetuiging aan haar een Pyrrusoverwinning. Donderdag besloot ze alsnog de benzineprijs 29 procent te verhogen en ze is er nog steeds niet in geslaagd de torenhoge inflatie tot een acceptabel niveau terug te dringen.

Daags na de inauguratie van de president, op 15 maart van dit jaar, begon Zelia Cardozo met de uitvoering van een gewaagde programma ter bestrijding van die inflatie, dat in de wandeling het plan-Collor is gaan heten. De Brazilianen werden onaangenaam verrast met de mededeling dat hun spaartegoeden voor onbepaalde tijd waren bevroren. Lonen en prijzen gingen eveneens de ijskast in en bleven er een half jaar, ondanks protestacties en stakingen in verschillende sectoren van de economie. Zelia en president Collor openden daarnaast de grenzen voor produkten uit het buitenland, een novum in het traditioneel protectionistische Brazilie.

De economische schok had aanvankelijk succes, maar het maandelijkse inflatiepercentage laat zich nog steeds niet in een cijfer uitdrukken. De 13,7 procent van vorige maand verschilt weliswaar enorm met de tachtig procent in de laatste maand van de vorige regering, maar volgens de meeste economen is de inflatie nog veel te hoog om de basis te bieden voor een gezonde economie.

Daarmee zijn de slechte economische tijdingen voor de regering-Collor nog niet uitgeput. De federatie van staatsondernemingen in Sao Paulo berekende onlangs dat het bruto nationaal produkt (BNP) in Brazilie dit jaar met zes procent zal dalen. En uit Brazilies handelsbalans over september blijkt wel een overschot van 711 miljoen dollar, maar dat is het op twee na kleinste dit jaar.

Het departement van buitenlandse handel in Brasilia wijt dit aan de lage dollarstand, die ongunstig is voor de export, en aan de verminderde vraag naar Braziliaanse produkten door onderontwikkelde landen. Bovendien heeft Brazilie op grote schaal duurdere olie en tarwe moeten kopen in het buitenland.

Uit dit laatste gegeven spreekt wel het succes van een ander facet van Collors economische politiek: de liberalisering van de handel. Vooral de handel met buurland Argentinie (agrarische produkten, waaronder tarwe) kent sinds een half jaar een onstuimige groei. Binnen de Latijns-Amerikaanse gemeenschap van landen loopt Brazilie nu, samen met Argentinie en Venezuela, voorop om de intraregionale handel verder te bevorderen. Deze maand zetten vertegenwoordigers van de regeringen van Argentinie, Brazilie, Paraguay en Uruguay in Asuncionion hun handtekening onder everdrag dat moet leiden tot de formele oprichting van de Gemeenschappelijke Markt voor de Zuidelijke Punt per 1 januari 1995.

Intussen wordt ook een begin gemaakt met de sloop van het uitgebreide overheidsapparaat. De opvolger van de ontslagen Petrobras-directeur Da Motta Veiga, heeft bij zijn ambtsaanvaarding laten weten te zullen werken aan de beeindiging van het staatsmonopolie op de verkoop van olieprodukten. De nieuwe directeur, Eduardo Teixeira tot voor kort rechterhand van minister Zelia wil het Congres voorstellen dit monopolie al in 1993 op te heffen.

President Collor erkent dat de nog immer hoge inflatie in Brazilie naast de 120 miljard dollar hoge schuld aan het buitenland het grootste struikelblok voor zijn regering vormt. In een recent vraaggesprek met het dagblad de Financial Times weet Collor 'het hardnekkige verzet van de tijger' aan de 'inflatiecultuur in Brazilie', waarin sommige zakenmensen 'meer winst kunnen maken door financiele speculatie dan door produktief werk'. Sommige buitenlandse waarnemers menen echter dat de Braziliaanse economie te omvangrijk is om door welke regering dan ook te kunnen worden beheerst.

Toch is Brazilie met het huidige beleid op de goede weg, zo menen de economen. Professor Heron de Carmo van het onderzoeksinstituut FIPE in Sao Paulo noemt het bemoedigend dat het vrijlaten van de prijzen in september na een half jaar van bevriezing niet heeft geleid tot de alom voorspelde prijzenexplosie. Naar zijn mening bieden Collor en Zelia daarom vast te houden aan hun krap-geldpolitiek en hoge rentestanden. Het doodvonnis over de tijger wordt door middel van wurging voltrokken.