Voorstel Woltgens werkweigeraars te 'korten' valt slecht; 'Ach, Thijs wil ook wat roepen'

PvdA-fractieleider Woltgens wil blijkens recente uitspraken de onwillige werkloze harder aanpakken. Desnoods moet diens bijstandsuitkering worden ingetrokken. Ook maande hij de gemeentelijke sociale diensten tot strengere controle. Sociale diensten, arbeidsbureaus en projectwerkers hebben veel moeite met zijn opmerkingen: 'Woltgens heeft de mensen zeer gedaan.'

HENGELO, 10 nov. 'Toen ik die uitspraken van Woltgens over de onwillige werkloze las, dacht ik: ach, Thijs wil ook wat zeggen. Het deed me denken aan de film 'De muis die brulde' met Peter Sellers in de hoofdrol.' W. Maas, directeur van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Hengelo, kent het klappen van de zweep op de arbeidsmarkt. Zeker waar het gaat om langdurig werklozen, die hier in Twente een relatief grote groep vormen door de ondergang van de textielindustrie en recentere ontslagen bij Holec en Stork. Een klein deel van hen valt in de categorie 'niet-willers', zoals ze in het GAB-jargon omschreven staan. Maas schat hun aantal voor Hengelo op enkele tientallen: 'Dus dan vraag ik me af: waar praat Woltgens over?'

De fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer heeft met zijn uitspraken over korten op de uitkeringen van werkweigeraars en de 'clientgerichte' opstelling van sociale diensten een baksteen in een toch al niet rimpelloze vijver gegooid. Die vijver bestaat uit het leger van werklozen, waarvan er ongeveer 400.000 een bijstandsuitkering krachtens de RWW (Rijksgroepsregeling werkloze werknemers) ontvangen. Ze worden omringd door een menigte instanties die zich inspannen het rustende voetvolk weer in het arbeidsproces terug te voeren.

De klap kwam er hard aan. Zoals een voormalige werkloze zegt: 'Woltgens heeft de mensen zeer gedaan, zonder dat ze zich teweer kunnen stellen.' Woltgens zou een overdreven voorstelling geven van het aantal onwilligen. Bij een rondgang langs sociale diensten, gewestelijke arbeidsbureaus, speciale werkgelegenheidsprojecten en de betrokkenen zelf keert die grief als een repeterende breuk terug. Volgens een ruwe schatting valt vijf procent van het werklozenbestand als onwillig te bestempelen. Dat komt neer op 20.000 'gevallen' over heel Nederland. Maar er zijn duidelijke verschillen tussen de provincie en de grote stad, in het bijzonder Amsterdam. Directeur J. J. van Ravensberg van het GAB in de hoofdstad: 'Van de 70.000 mensen die bij ons bureau staan ingeschreven, zou je er naar mijn schatting 10.000 onwillig kunnen noemen. Dat zijn meest oudere mensen die intussen allang een eigen oplossing hebben gevonden. Ze halen hun uitkering, klussen er wat bij, brengen de nota's van de tandarts rond en de vrouw doet ook nog wat.'

Drs. M. R. A. Luijpen, directeur van de gemeentelijke sociale dienst Hengelo: 'De echte niet-willers vormen maar enkele procenten van het totaal, wellicht slechts anderhalf procent. Zijn dat de mensen die, zoals Woltgens vreest, het sociale stelsel ontwrichten? Verreweg de meesten willen graag een baan, ze solliciteren zich lam. Dat blijkt ons uit de gesprekken die wij gemiddeld eens in de acht maanden met onze clienten voeren. Die toespraak van Woltgens was meer het oplaten van een ballon en bepaald geen beleidsnota. Het gevaar bestaat wel dat je met dit soort kreten de opinie opzet tegen de hele groep.'

De hele groep: dat is een zeer heterogene massa waarop uiteenlopende keurtroepen van hulpverleners zijn losgelaten. De werkloze, jong en oud, wordt op tientallen welzijnshanden richting arbeidsmarkt gedragen. De hulpmidden zijn schier onuitputtelijk: leer-werkprojecten, jeugdwerkgarantieplan, banenpools, terugploegregelingen, herorienteringsgesprekken en trajectbemiddeling. Amsterdam alleen al kent een breed spectrum aan instrumenten, waaronder een platform werkgelegenheid minderheden, migrantenwerkwinkel, START, Job Match bv en Baanvak, waarin sociale dienst en arbeidsbureau samenwerken.

Helmond heeft naam gemaakt met Maatwerk, een vorm van arbeidsbemiddeling gericht op werklozen die als onbemiddelbaar te boek staan. De moeilijkste gevallen dus, die overblijven als de room van het werklozenreservoir is geschept. Het betreft mensen ouder dan veertig jaar, allochtonen, licht geestelijk en lichamelijk gehandicapten, zogeheten randgroepjongeren (soms drugsverslaafden) en werklozen met alleen lagere school of een onvoltooide lagere beroepslopleiding.

Maatwerk kenmerkt zich door wat men noemt een individuele benadering van zowel werkloze als werkgever. Projectleider J. Berends: 'Ons uitgangspunt is de positie van de werkloze te verbeteren en ervoor te zorgen dat de arbeidsmarkt aan goede mensen komt. Steeds vragen we ons af: wat zijn naast hun zwakke hun sterke punten? Ieder mens heeft sterke kanten. Ga daar nou eens van uit. Wij van Maatwerk hebben in vier jaar tijd 600 mensen aan een baan kunnen helpen. Zeshonderd van de 3500 tot 4000 moeilijk bemiddelbaren. Dat vind ik, ook al haakte later negen procent af, een mooi resultaat als je nagaat dat die mensen afgeschreven waren.'

Doelend op Woltgens' uitspraken zegt Berends: 'Er mag natuurlijk best serieus gekeken worden naar het probleem van de onwillige werklozen en wat het de staat kost, maar je moet niet paniekerig reageren met kortingen op de uitkeringen zonder dat je weet over welke mensen het gaat en hoe groot die groep is. Geef die mensen een eerlijke kans een baan te krijgen, die bij hen past. En als ze dan nog niet willen, dan kun je aan strafkortingen gaan denken.' Tot nu toe zijn de arbeidsbureaus volgens Berends onvoldoende in staat geweest de zogenoemde onbemiddelbaren een reele kans te bieden. 'Die kans is er als ze van confectie naar maatwerk overstappen.'

GAB-directeur Maas in Hengelo is van mening dat het begrip 'passende arbeid', zoals in de wet vermeld, bijna niet meer te hanteren is. Maas: 'Van onwil is pas sprake als iemand een baan weigert die bij hem past als een sleutel in het slot. Passen ze niet, dan kun je twee dingen doen: de sleutel (dus de sollicitant) of het slot (de baan) bijvijlen, want zoiets werkt naar twee kanten. Maar vaak zijn bedrijven niet bereid tot dat vijlwerk. Liever kopen ze iemand weg bij een ander bedrijf.'

Een recent geval. Een werkloze, op kosten van het GAB bezig aan een omscholing tot stoffeerder, solliciteert bij een woningstoffeerderij. Tijdens de sollicitatieprocedure krijgt hij te horen: 'Sorry meneer, we hebben al iemand anders gevonden met ervaring.' Dat blijkt iemand te zijn die de bedrijfsleider zojuist ontmoette op een feestje. Maas: 'In zo'n geval kun je je afvragen: wie weigert er nu passende arbeid?'

Drs. S. J. van Driel is directeur van de gemeentelijke sociale dienst Den Haag. Er werken 900 mensen. Per jaar wordt ruim 400 miljoen gulden aan RWW-uitkeringen verstrekt: vijf procent van het landelijk bijstandspotje. In 1989 stonden in de residentie 20.000 clienten als langdurig werkloos ingeschreven. Van hen zijn er volgens Van Driel ruim duizend gesanctioneerd, omdat ze zich onvoldoende inspanden een baan te krijgen. Van hun uitkering werd tussen de 3 en 20 procent ingehouden. Van Driel: 'Dus je ziet dat die kortingen waar Woltgens over spreekt, wel degelijk worden toegepast, al gaan we zelden tot 100 procent, zeker niet als de betrokkene een gezin heeft. Straffen is trouwens minder effectief. Tegen een vent van 23 jaar kun je beter zeggen: je krijgt nog 3 tot 6 weken en dan moet je een baan hebben, anders gaan we op je uitkering korten. Dreigen helpt het meest. We zijn hard maar beleefd. Je moet de mensen op hun verantwoordelijkheid aanspreken.'

Van Driel kan weinig waardering voor de opmerkingen van Woltgens opbrengen. 'Als u weet wat wij in Den Haag niet allemaal doen om de langdurige werkloosheid aan te pakken. Al die rapporten en nota's. We zijn hier ook al een jaar eerder dan het rijk voorschreef met de herorienteringsgesprekken begonnen. En nu hebben de gemeenten het ineens gedaan. Hij scheert de werklozen bovendien te makkelijk over een kam en zo dreigt stigmatisering van de hele groep.' Wel suggereert hij de aanspraak op passende arbeid te laten vervallen voor degenen die langer dan drie jaar werkloos zijn: 'Elk jaar dat iemand werkloos is, moet het begrip worden verruimd.'

Van Ravensberg, GAB-directeur in Amsterdam: 'Dat de zaak bij de PvdA om is, was me al langer duidelijk. Het is alleen jammer dat zo wordt getamboereerd op het sanctiemiddel. Daar geloof ik niet zo in. Als arbeidsbemiddelaar moet ik het vertrouwen van beide partijen hebben. Dreigen met sancties kan ik daarbij niet gebruiken.'

Toch behoort Van Ravensberg allerminst tot de zachte sector van het bemiddelingswezen: 'Inkomenszekerheid, dat is het geloof in Nederland. Zonder dat je je verhaal hoeft te doen, krijg je boem je uitkering. Het primaat ligt hier bij de uitkeringsfabrieken. De arbeidsbemiddeling is daardoor volstrekt uitgekleed. Wij zitten hier met 250 man, terwijl de sociale dienst over 1600 ambtenaren beschikt. In Zweden draaien ze de zaak om. Eerst werk zoeken, dan een uitkering. Daar zouden wij in Nederland een begin mee kunnen maken door jongeren van 21 tot 23 te verplichten eerst naar het arbeidsbureau te gaan. En als ze daar zeggen: 'Met die figuur kunnen wij volstrekt niets', dan kun je altijd nog aan een uitkering denken. Met die groep moet je geen consideratie hebben. Ook voor hun eigen bestwil, want nu laten we ze in een langdurige werkloosheid terechtkomen. Dat vraagt om problemen als sociaal isolement en maatschappelijk deraillement.'

Een Hengelose fabriekswijk herbergt het project Werkparaplu. Deelnemers zijn jongens en meisjes in wat men noemt een achterstandssituatie: hun kansen op de arbeidsmarkt zijn gering, omdat ze tot de etnische minderheden behoren, hun toch al geringe opleiding voortijdig afbraken of anderzins tussen wal en schip raakten. 'Daar proberen wij ze tussenuit te vissen', zegt projectleidster N. Froberg. Onder de paraplu zitten diverse kleinschalige werkplaatsen als Total Loss (sloopwerk), Mikmak (kleding maken) en N. A. S. A. (sleutelen aan auto's). 'De mensen beseffen vaak niet wat hun mogelijkheden zijn, maar hier ontdekken ze dat ze wel wat in hun mars hebben. Zeventig procent komt terecht op een school of krijgt een baan. Als Woltgens praat over onwillige werklozen en over korten op de uitkeringen, dan moet je er ook iets tegenoverstellen. Wij vormen daarin, vind ik, een belangrijke schakel. Wij zorgen dat de mensen weer op de rails komen.'