VIETNAM

Verleden jaar keerde de befaamde Amerikaanse journa list Morley Safer terug naar Zuidoost-Azie. Hij wilde zowel Noord- als Zuidvietnamezen interviewen over hun oorlogservaringen. Safers binding met Vietnam stamt uit 1965 toen hij bekendheid verwierf met een reportage over de 'search-and-destroy mission' van een groep Amerikaanse mariniers naar het gehucht Cam Ne. Hij was het die er verantwoordelijk voor was dat CBS News de dramatische televisiebeelden toonde waarin de mariniers met vlammenwerpers boerenhutten vernietigden en de locale boerenbevolking bijeen dreven. Onverbloemd bleek dat geen enkele militair of Vietcongstrijder zich in het dorp ophield en de missie een tragische farce van de bovenste plank was. In de Verenigde Staten werd verontwaardigd op het legeroptreden gereageerd. Sindsdien geldt Safers reportage als het begin van de steeds kritischer houding van het Amerikaanse publiek tegenover de betrokkenheid in Vietnam.

Safer maakt thans in Amerika met het televisieprogramma 60 Minutes furore. Nog onlangs verklaarde hij in een vraaggesprek dat zijn kritische berichtgeving over de oorlog niet tot een betere verwerking van het verleden heeft bijgedragen. Vietnam is bij hem nog steeds als een kwelgeest aanwezig. Met een bezoek aan het land hoopte hij zijn 'flashbacks' beter te kunnen verwerken. Het is dan ook begrijpelijk dat het resultaat van zijn tocht nu in boekvorm is verschenen als Flashbacks.

Bij zijn aankomst in Vietnam verwachtte Safer een verbitterd volk aan te treffen dat zich vijandig jegens hem zou opstellen. In plaats hiervan vond hij een apathische natie waar de oorlog nog steeds zijn schaduw over het dagelijks leven werpt. Bovendien toonden de Vietnamezen, althans degenen die Safer interviewde, meer scepcis jegens de huidige omstandigheden dan tegenover het verleden. Het vervulde hem met verwondering dat zowel Noord- als Zuidvietnamezen de oorlog als een noodzakelijk onafwendbaar 'iets' beschouwden, en de Amerikanen niet vervloekten, zoals de door schuldgevoel gekwelde journalist had verwacht.

Maar juist omdat de geinterviewde Vietnamezen de oorlog als een voltooid verleden beschouwden, en alleen over de actuele politieke situatie wilden praten, raakte Safer het spoor bijster. Zijn zegslieden waren bijna unaniem van mening dat het land sinds het einde van de oorlog belabberd werd bestuurd. Vietnamezen uit het noorden beklemtoonden dat de people's revolution gefaald had (' het land wordt nu geleid door paternalistische, half-opgeleide theoretici'), terwijl mensen uit het zuiden uitblonken in schimpscheuten jegens de communisten in de trant van ' de lieden die Hanoi naar Saigon stuurde, zijn militairen die hun gehele leven gevochten hebben; ze weten niet hoe een school, ziekenhuis of fabriek geleid moet worden'. Safer weet zich, zo blijkt uit zijn boek, vooral geen raad met het dualisme van de Vietnamezen uit het noorden. Hun opmerkingen waarin de vele oorlogsslachtoffers worden gebagatelliseerd brachten hem behoorlijk van zijn stuk. Dat Zuid-Vietnamezen het communistische regime als ondraaglijk ervaren, was de enige voorspelbare ervaring waar hij mee uit te voeten kon. Bovendien was het voor hem shockerend steeds geconfronteerd te worden met de verraste en milde Vietnameze reactie op het Amerikaanse schuldgevoel.

De terugkeer naar de plaats van het onheil leidde tot een mooi boek, maar met een hoge prijs. Somber verliet Safer het land dat zich zo vaak in zijn 'flashbacks' had aangediend. Wachtend op zijn vliegtuig naar Amerika werd hij nog aangeschoten door een inwoner uit Saigon met de vriendelijk bedoelde opmerkte dat de gevluchte Zuid-Vietnamezen in Amerika tenminste een goed bestaan hebben. De gedesillusioneerde journalist ontbrak de kracht hierop te reageren.

In deze context had het verleden jaar verschenen Hearts of Sorrow van de antropoloog James Freeman de deceptie van Safer alleen maar kunnen vergroten. Dat boek toont namelijk haarfijn aan dat zowel de oorlog als de vlucht voor de communistische terreur verlammend werkte op de socialisering van Zuid-Vietnamezen in Amerika. Hoewel van de bootvluchtelingen vaak gedacht werd dat zij snel in de samenleving van de Nieuwe Wereld integreerden, bleek dat geenszins het geval te zijn. Volgens Freeman kan deze misvatting stand houden omdat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen immigranten en vluchtelingen. Vietnamese immigranten vallen in Amerika op door hun ondernemerszin, bootvluchtelingen daarentegen verkeren dikwijls in een positie van isolement en apathie. Ofschoon verwacht kon worden dat de vluchtelingen de Amerikaanse waarden en normen zouden aanwijzen als factor voor de ontwrichting van menig gezin, was het opvallend dat sommige Vietnamese ouders constateerden dat de traditionele gezinsband al tijdens de vlucht uit Zuid-Vietnam desintegreerde. Tijdens de overlevingstocht wierpen de kinderen zich vaak op als verzorger of beschermer van hun ouders opwierpen. Daarmee werd het traditionele Vietnamese respect voor de ouders als basis voor de gezinsband ondermijnd.

Voor de oudere generatie Vietnamezen betekende de vlucht naar Amerika een ontsnapping naar de afzondering. Die eenzaamheid begon al op zee, toen een cruiseschip hen voorbij voer en het orkest op de boot harder begon te spelen om de hulpkreten niet te hoeven horen. Eenmaal in Amerika, gingen de meeste Vietnamese jongeren hun eigen weg en viel menig gezin uit elkaar.

Deze beide indrukwekkende boeken onderstrepen wat een Vietnamese vader ooit tegen zijn kinderen verzuchtte: ' Niemand, maar dan ook niemand, won de oorlog.'

Flashbacks: On returning to Vietnam door Morley Safer 206206 blz., geill., Random House 1990, f46,60(ISBN 0394583744 Hearts of Sorrow. Vietnamese-American Lives door James A. Freeman 446 blz., Stanford University Press 1989, f67,55 ISBN 0804715858