Ton Sijbrands ziet mij toch als een toekomstigeconcurrent

Harm Wiersma (37) is bondscoach van de Nederlandse dammers. De zesvoudige wereldkampioen, die in 1984 een punt achter zijn loopbaan als speler zette en zijn wereldtitel vacant stelde, zal zich tijdens het wereldkampioenschap in Groningen vooral verdienstelijk proberen te maken in de demonstratiezaal. Daarnaast hoopt hij een paar Nederlanders te kunnen seconderen. Wiersma over de kansen en de nukken van Sijbrands en Van der Wal, en over zijn terugkeer als speler in relatie tot zijn zakelijke inslag.

Heeft u als bondscoach eigenlijk wel invloed gehad op de voorbereiding van de vijf Nederlandse dammers op het wereldkampioenschap?

Ik heb ver voor het wereldkampioenschap de spelers een brief gestuurd waarin ik me beschikbaar stelde voor trainingssessies. Ze hebben niet allemaal gereageerd. Sijbrands bijvoorbeeld gaf de voorkeur aan een eigen sparringpartner, Krajenbrink. Hij zondert zich graag af. Hij heeft er bovendien geen behoefte aan met mij bepaalde spelsituaties door te nemen omdat hij bang is dat die dan in andere kringen bekend worden. Het is tenslotte een invidueel titeltoernooi. Ik denk dat zijn houding ook een beetje te maken heeft met het feit dat ik misschien terugkom als speler. Hij ziet mij toch als een toekomstige concurrent.

Dat meent u toch niet?

Ik geloof echt dat dat bij Ton speelt. Hij weet dat ik speel met de gedachten om weer terug te komen. Ik speel bij hem in de club. Dus hij kent mijn kracht en mijn overwegingen. Vanaf volgend jaar ga ik een paar proefmatches in de Sovjet-Unie spelen. Ik ken daar veel spelers. Aan de hand van die partijen neem ik een besluit. Ik geef toe dat mijn plan niet los staat van mijn handelsactiviteiten in de Sovjet-Unie. Sinds een jaar treed ik als een soort bemiddelaar op. Die matches zijn bedoeld als een goede promotie voor mijn damzaken en natuurlijk ook voor de damsport in het algemeen. Ik weet dat Russen goed kunnen organiseren. Ze moeten alleen een aanleiding hebben om iets te organiseren. Nu, die ga ik hen met mijn dammatches geven. Het zijn natuurlijk vooral zakelijke ambities. De vraag is alleen of ik de smaak weer te pakken zal krijgen. Want eigenlijk mis ik het topdammen niet sinds ik 1984 als wereldkampioen stopte. De rol waarin ik nu zit, dampromotor, bondscoach en clubspeler, bevalt me uitstekend. Op afstand en toch betrokken.

U vindt dat spelers als Koeperman en Verpoest op grond van hun reputatie en verdiensten voor de damsport ongeacht hun speelkracht op een wereldkampioenschap moeten spelen. Zou het niet goed zijn voor de damsport als oud-wereldkampioen Wiersma, die pas 37 is, ook meedeed aan het wereldkampioenschap?

Ieder jaar word ik gevraagd aan een titeltoernooi mee te doen. Ik kan zo tienduizend gulden verdienen als ik er op inga. Maar ik doe het niet. Ik mis de motivatie, de sfeer, de oude maten. Vroeger was het niet belangrijk of je geld verdiende. Misschien was dat de geest van de tijd; lekker vrij. Het was in iets anders te doen, waarin je je vrij voelt. De flowerpower, een vrij beroep, kunnen zeggen dat je dammer bent. Dat is voorbij. En als je je ergens niet prettig in denkt te voelen, moet je er niet aan beginnen. Al die conflicten en intriges tussen de spelers onderling en tussen spelers en bestuurders. Die heb ik genoeg gehad. Die spanning om niks. Er staat niets tegenover.

Koeperman mocht aanvankelijk niet meedoen. Toch raar, een man die wereldkampioen is geweest. Er doen op het WK spelers mee die veel slechter zijn.

Dat Koeperman slechts tweede reserve stond, is reglementair juist. De Nederlandse dambond stond op het standpunt dat Van Aalten op reglementaire gronden de eerste reserve was. Volgens afspraak mag hij bepalen wie er meedoet en niet de werelddamfederatie. Bovendien is er geen kampioenschap geweest van het Amerikaans continent, waar Koeperman als Amerikaan nu toe behoort. Daardoor heeft hij zich niet kunnen kwalificeren. Ze zouden de spelers aan de hand van de rating kunnen uitnodigen. Dat lijkt eerlijker. Maar dan zou je een wereldkampioenschap tussen alleen maar Russen, Nederlanders en een paar Afrikanen krijgen. Spelers uit andere landen moeten ook een kans krijgen. Er is niets vreemds aan dat Koeperman naar Nederland komt in de veronderstelling dat hij mag invallen voor de Costaricaan Wallen, vervolgens door de organisatie wordt geweigerd en uiteindelijk toch mee mag doen omdat Verpoest niet komt opdagen. Koeperman is zo'n type die toch was gekomen. Al is het alleen maar om demonstraties te geven. Alleen waren er dan problemen geweest over zijn financiele vergoeding. Wie had zijn hotel moeten betalen? Dat had ik dan weer moeten regelen met de organisatie. Gelukkig doet hij nu toch mee. Heb ik een probleem minder. Het is goed dat hij meespeelt. Het is jammer dat Verpoest er niet bij is. Al 65 jaar en een levende legende. Al sinds het wereldkampioenschap van 1948 doet hij onafgebroken mee. Het is raar dat hij er niet is. Die man is altijd zo gedreven. Als hij aan kampioenschappen in het buitenland meedoet, probeert hij kosten uit te sparen door met zijn vrouw in een caravan te slapen.

Hoe denk u over de kansen van Jannes van der Wal? Heeft u als bondscoach wel greep op hem?

Dat weet ik niet. Hij is naar me toe gekomen omdat hij vaak in tijdnood komt. Ik heb hem wat adviezen gegeven. Maar hij heeft er helaas weinig meegedaan. Dat heb ik gechecked. Dat heeft te maken met gebrek aan discipline. Met Sijbrands is hij het meest gemotiveerd voor dit kampioenschap. Maar hij doet dingen waarvan ik me afvraag of hij daar wel wat aan heeft. Daarom maakt hij volgens mij minder kans op de titel. Het is bij hem net of hij pas op het laatste moment moet. Hij had er ook een paar maanden eerder mee kunnen beginnen. Ik snap het wel, hij schuift problemen voor zich uit. Hij komt niet alleen vaak in tijdnood in een partij, maar ook in andere zaken. Ik weet ook niet of hij zichzelf genoeg bij het toernooi betrekt. Het zou bijvoorbeeld beter zijn als hij in het spelershotel eet en blijft en niet ergens anders in Groningen omdat hij daar toevallig woont. Sijbrands zondert zich ook af. Maar dat is een ander soort speler. Van der Wal is erg op zichzelf, maar het zou beter voor hem en de onderlinge verhoudingen zijn als hij zich wat meer in de randsfeer beweegt. Hij schijnt serieus met dit toernooi om te gaan. Maar dat moet nog blijken, ha, ha, ha.

Als speler liet u zich bijstaan door een hypnotherapeut om de concentratie te bevorderen. Is dat niet iets voor Van der Wal?

Dat zou zeker goed zijn. Ik heb het hem ook geadviseerd. Maar hij moet de follow-up geven. Hij is toch volwassen. Ik kan hem moeilijk bij het handje nemen en naar zo'n man slepen. Hij weet echt wel dat het de naam van de damsport niet ten goede komt als hij gekke dingen doet of zich verslaapt voor een belangrijke partij. Dat raakt hem heus wel. Hij is gewoon een beetje bijzonder. Hij leidt zijn eigen leven. Hij is niet gemakkelijk te sturen, iemand die door ondervinding, door schade en schande, leert. Van der Wal kan zich tot het uiterste inzetten. Hij is een man van uitersten. Maar hij moet leren die in de hand te houden. Hij komt weliswaar alleen op bizarre wijze in het nieuws, maar als je met hem praat blijkt hij hoogst intelligent, weliswaar niet op het sociale vlak. Hij kan erg scherp zijn. Hij doorziet dingen vaak sneller dan anderen. De meeste dammers zijn introvert. Dat is voor een bondscoach moeilijk werken.

Heeft u een idee over de kansen van Sijbrands. Hij is zo'n vijftien kilo afgevallen. Om zich wat beter in zijn vel te voelen, zegt hij. Vroeger vond hij lichaamsbewegingen als wandelen of fietsen zinloze bezigheden.

Sijbrands is gemotiveerder dan ooit. Dat zou er mee te maken kunnen hebben. Van de Nederlanders is hij het meest gemotiveerd. Dat merk je aan alles. Die twee gemiste kansen op de wereldtitel hebben hem volgens mij diep geraakt. Een speler die tot in de toppen van zijn tenen geladen is, is erg op zichzelf. Dan ben je onaangenaam voor je omgeving. Dat hoort zo. Het heeft hem ontzettend geirriteerd dat zijn secondant Krajenbrink de competitiepartij niet vooruit mocht spelen. Gelukkig is dat nu opgelost. Maar de dreigementen van Ton zijn erelidmaatschap terug te geven en niet op het WK te verschijnen geven aan dat hij op scherp staat.

Wat zijn z'n zwakke kanten?

Hij heeft moeite met zijn zelfvertrouwen. Dat is een beetje een karaktertrek van hem. Hij is een intellectueel. Intellectuelen zijn bijna per definitie een beetje onzeker. Maar ook vanuit de eigenschappen van het damspel is een gebrek aan zelfvertrouwen verklaarbaar. In een dampartij kun je je betere spelinzicht niet altijd tot uitdrukking brengen. Dat maakt je onzeker. Dat is frustrerend. Van een knoeier is het moeilijk winnen. In de damsport zeg je niet: 'Daar win ik wel even van'. Daar is het spel te onlogisch voor.

Bij het dammen wordt nooit zoveel overdreven aandacht besteed aan de rol van secondanten als bij het schaken. Of is die rol gewoon minder belangrijk?

Ik denk het niet. Het hoort bij de sfeer van het schaken een beetje ingewikkeld te doen. Maar Sijbrands bijvoorbeeld heeft niet voor niets zoveel stampei gemaakt om Krajenbrink vrij te houden voor het wereldkampioenschap. Krajenbrink is zijn vaste secondant. Hij is voor Ton erg belangrijk en niet alleen op het technische vlak. We hebben nu voor het eerst een financiele bijdrage van NSF gekregen ten behoeve van training, vergoeding van secondanten en aanschaf van prive-computers. Dat is ruim tienduizend gulden. Alle spelers krijgen een bedrag en die moeten maar zien hoe ze dat verdelen. Ik heb tegen Van der Wal gezegd ook een secondant te nemen. Of hij het doet is een tweede. Maar ik neem aan dat hij Scholma, die ook uit Groningen komt, heeft gevraagd. Daarnaast ben ik als bondscoach natuurlijk oproepbaar om te seconderen. Maar zoals ik eerder zei zullen ze mij niet gauw vragen omdat ze bang zijn dat ik zaken zou kunnen doorspelen. Het blijft toch een individueel kampioenschap.

Sinds wanneer gebruiken dammers computers?

Ik was natuurlijk de eerste, ha, ha. Ik heb zo'n ding al een paar jaar. Ik moet wel als trainer/bondscoach. Het is toch belangrijk partijen op te slaan. Iedereen heeft zijn eigen systeem. Veel heb je natuurlijk in je hoofd of in boeken. Gantwarg heeft geen computer, zegt hij, omdat hij weet dat in de Sovjet-Unie zo'n ding zo wordt gestolen. Ik geloof dat zo'n dertig spelers over de hele wereld over computers kunnen beschikken. Sijbrands is de enige in Nederland. Jos Stokkel kan er nu dank zij het NSF-fonds ook een kopen. Hij kan nu nog een beroep op de mijne doen wanneer hij varianten wil doornemen. Waarom zou je alles in je hoofd opslaan als er computers bestaan?