Maij en de rechter

'Meisje Maij' verdient een prijsje. De minister van verkeer en waterstaat strooit al plannetjes over het land uit sinds zij vorig jaar het hek van Huis ten Bosch uitfietste. Nu heeft zij weer een bedreigde beroepsgroep onder de aandacht gebracht. Dankzij haar daadkrachtig boetebeleid tegen zwartrijders hebben de met opheffing bedreigde kantonrechters kunnen demonstreren dat zij paller staan voor de rechtsstaat dan het anti-verflodderingskabinet.

Zelf gaat u natuurlijk nooit in op de uitnodiging even te komen schikken op het politiebureau als u zonder geld bij een meter heeft gestaan. U laat de bon in de auto onder de bank waaien en tekent af en toe een acceptgiro in een opwelling van burgerzin. U gaat zeker niet naar de zitting van de kantonrechter om voor te dragen uit het Groot Smoezenboek. Dat is maar goed ook, hij had u niet verwacht.

In werkelijkheid heeft de kantonrechter wel wat anders te doen. Mr. D. van Emden (44) is een van de ongeveer 120 juristen die dit ambt in Nederland bekleden. Na te hebben gewerkt bij een verzekeringsmaatschappij en in de advocatuur zetelt hij in Gorinchem en doet, met een Dordtse collega samen, het kanton Oud-Beijerland er bij. Voor hem is het strafrecht een tussendoortje, 95 procent van zijn zaken spelen zich af in het burgerlijk recht. Hij voelt zich meer een vredestichter dan een straffer.

Zoals in de zaak die hij deze week op een middag behandelde. In het kantongerecht aan de Vismarkt gaat het om een loodgieter die op staande voet is ontslagen; volgens zijn baas heeft hij op grote schaal koperen leidingen en pvc-pijpen gestolen. Getuigen worden gehoord in een kleine, maar met passende formaliteit ingerichte kamer. Een vrolijk abstract schilderij wint het van de Majesteit.

Het recht is hier niet gewichtig. De kantonrechter draagt een mosgroen pak, geen toga. De werkgever, onderscheidingen op de revers gespeld, krijgt na afloop een complimentje van de magistraat wegens de manier waarop hij zonder juridische ondersteuning de zaak van zijn kant heeft voorgedragen, zonder poging tot beinvloeding. De loodgieter heeft intussen ander werk, dus het drama blijft beperkt tot de eer en een loonbedrag van een paar maanden.

Later zegt Van Emden: 'Je probeert zulke zaken op te lossen. Door actief te zijn dien je werkgever, werknemer en de gemeenschap, verdere procedures zijn kostbaar. De mensen komen hier vaak binnen met een tandartsengevoel. Soms lukt het alle partijen te laten weggaan met een grijns op het gezicht. Dan heb ik het gevoel iets te hebben gedaan. Zo gaat het natuurlijk niet altijd'

Hier geen achterstanden, al heeft het grote moeite gekost een tweede tekstverwerker toegezegd te krijgen. De kantonrechter en zes medewerkers zijn in Gorcum en omstreken het kantongerecht. Een plank uit de bodem van het Nederlandse justitiele bouwwerk. De onderste laag die volgens de plannen van de minister van justitie in 1995 moet samenvallen met de volgende laag, die van de rechtbanken.

Van Emden: 'In theorie moeten kantonrechters en rechtbanken meer op elkaar gaan lijken. Dat zal maar ten dele waar zijn. Kantonrechters zijn vaak meer door de wol geverfde figuren. Vergeet niet dat wij meer zaken afhandelen dan alle hogere rechters bij elkaar, wij zijn de werkmieren van de Nederlandse rechterlijke organisatie. Ik heb hier al een jaar of vier een toename van het aantal zaken met tien procent per jaar weten op te vangen zonder enige uitbreiding.

'Ik ben bang dat de kantonrechters het kwikzilverachtige dat hun optreden als het goed is kenmerkt, zullen verliezen in de meer bureaucratische omgeving van de rechtbanken. Het voordeel zal hoogstens marginaal zijn. Als wij straks als vice-presidenten ons werk moeten blijven doen, krijg je reizende rechters, stromen (kwijt rakende) dossiers en minder begrip voor lokale omstandigheden. Ik denk niet dat ik er onder die omstandigheden bij zal zijn.'

De kantonrechters worden er van verdacht dat zij nu bij wijze van verzetsdaad aan de noodrem hebben getrokken. Zij hebben de procureurs generaal bij de gerechtshoven, en daarmee 'Den Haag' deze week geschreven dat zij niet van plan zijn 195 gulden straf op te leggen aan betrapte zwartrijders die weigeren in tram, bus of trein de daar opgelegde boete van honderd gulden te betalen. Het blijft dus goedkoper de controleur uit te lachen en hem een prettige werkdag te wensen.

De argumenten van de kantonrechters zijn duidelijk. Er zou een wanverhouding ontstaan tussen de straf voor zwartrijden en die voor andere, soms gevaarlijker overtredingen. Bovendien wijzen de kantonrechters de vijf bazen van het openbaar ministerie erop dat hun besluit tot verhoging van de eisen niet was genomen op grond van gewijzigde strafrechtelijke opvattingen, maar ten gevolge van de ontstane 'politiek realiteit'.

Met andere woorden: Maij kan nog zo veel bedenken, zolang de wet niet anders oordeelt over het verschil in ernst tussen zwartrijden en te hard rijden, gaan wij niet zwaarder straffen. Montesquieu leeft, ook in Gorcum. Van Emden: 'De PG's hebben ons, tegen de gewoonte in, niet van te voren geraadpleegd. Maar het is principieler. Hier verzint de administratie iets, en de rechterlijke macht wordt opgedrongen daar zonder wettelijke basis maar aan mee te doen. 'Je vaardigt een oekaze uit en dan moeten die lastige rechters niet moeilijk doen.' Dat tast de wortels van de rechtsstaat aan.

'Persoonlijk vind ik het heel vervelend voor controleurs in de tram, maar hier moeten wij voorrang geven aan de instandhouding van de organisatie van ons recht. De rechter wordt steeds vaker zonder enige regelgeving tot het ontwerpen van hele codes gedwongen, een soort noodrecht. Kijk maar naar het familierecht en de euthanasie. Je krijgt steeds meer wederzijdse bemoeiverschijnselen: de politiek geeft ons ongewenste richtlijnen en wij moeten de kolen uit het vuur halen voor de wetgever.'

Gelukkig brengt Den Haag de kantonrechtspraak dicht bij de mensen ook op orde. De grenzen van het kanton Gorinchem worden gelijk getrokken met de provinciegrenzen. Makkelijker voor de politie. Nu strekt het kanton zich nog uit over drie provincies, heel slordig. Straks moeten burgers uit Woudrichem, die met de fiets en de pont zo in Gorcum zijn, tientallen kilometers verderop naar Breda voor een zaak bij de kantonrechter. Veel netter in hun eigen provincie, maar de eerste zitting is niet te halen met het openbaar vervoer. De reorganisatie van Nederland vordert gestaag.