Lubbers bepleit meer variatie in arbeidstijden

DEN HAAG, 10 nov. Het kabinet wil zich zo min mogelijk bemoeien met de invoering van een vierdaagse werkweek. Maar premier Lubbers vindt wel dat 'de samenleving toe is aan meer keuzemogelijkheden'.

Na afloop van de ministerraad zei Lubbers gistermiddag de beslissing over een vierdaagse werkweek aan werknemers en werkgevers 'in de bedrijven zelf' over te willen laten. Hij vindt dit geen onderwerp voor het kabinet of de centrale organisaties van de sociale partners. 'De discussie krijgt dan een valse start.'

Als voordeel van een eventuele vierdaagse werkweek geldt voor het kabinet de mogelijkheid om de werktijden opnieuw in te delen. Lubbers vindt dat arbeidstijdverkorting 'niet primair het doel' van een vierdaagse werkweek moet zijn. Maar hij wil niet uitsluiten dat werknemers van deze verandering gebruik willen maken om hun arbeidstijd te verkorten.

De premier acht echter het omgekeerde ook mogelijk. Bedrijven waar nu 36 uur gewerkt wordt zouden door een vierdaagse werkweek van 9,5 uur weer op 38 uur kunnen komen. 'Dat scheelt een jas', aldus Lubbers, die ook sprak over het 'beter uitnutten' van de arbeidstijd.

De premier gaf als voorbeeld bedrijven die nu structureel veel overwerk moeten betalen. Door langere werktijden af te spreken gedurende een kortere werkweek is dat misschien te voorkomen. 'Daar moet je dan wel het personeel bij zoeken', aldus de premier. Hij ontkende dat het kabinet van plan is om een brief aan de Kamer te sturen met een kabinetsstandpunt over de vierdaagse werkweek. 'We nemen een principieel terughoudende positie in.'

Op een 'eensluidend kabinetsstandpunt' was vorige week aangedrongen door Groen Links. Dat gebeurde nadat enkele ministers op uiteenlopende wijze reageerden op het voorstel van FNV-voorzitter Stekelenburg om de komende jaren een aanzienlijk deel van de loonruimte te bestemmen voor verdergaande arbeidstijdverkorting in de vorm van een vierdaagse werkweek. Minister Andriessen (economische zaken) zag er niets in, minister Kok (financien) stond er niet negatief tegenover en minister De Vries (sociale zaken) onderstreepte de eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers. Premier Lubbers schaarde zich gisteren achter de bewindsman van Sociale Zaken, maar signaleerde tevens een toenemende behoefte aan 'variabilisatie' in arbeidstijdpatronen.