LEUGENS

Er is slechts een vorm van waarheid, maar er zijnachthonderdnegenenzestig manieren om te liegen. Als we tenminste de optelsom van Mark Twain, die aartsleugenaar, mogen geloven. Het valt in ieder geval niet te ontkennen dat de menselijke beschaving is gebouwd op een fundament van leugens. Daaromheen zoeken de mistflarden van de waarheid wat zielig hun weg. In den beginne ging het al mis (' God schiep de mens naar zijn beeld' - gelooft U het?); daarna volgde een lange parade van fabulators: Kain loog over Abel, Abraham loog over Sara, Jakob loog tegen Isaak, Petrus loog drie maal over Jezus, en dat was goed, want wie niet aan zijn eigen leugens vasthoudt, is geen knip voor de neus waard.

Zoveel is duidelijk: de Bijbel zou maar een saai boekje zijn als het niet vol zou staan met leugens en leugenaars. Wat meer is, het hele proces van civilisatie zou onverteerbaar zijn zonder het scala van onwaarheden dat wij tot onze beschikking hebben. Met de uitvinding van de leugen werd niet alleen de grondslag gelegd voor kunst en literatuur, maar ook nog belangijker voor onderhoudende conversatie. ' Wat enig om je weer te zien!' ; ' Ongelooflijk aardig dat jij ook gedichten schrijft' ; ' We moeten absoluut snel een afspraak maken!' Alledaagse zonden, die in de mond bestorven liggen.

Om dit alles nog eens in beeld te brengen, verscheen onlangs The Penguin Book of Lies, een bundeling leugens, fabulaties, mystificaties en allerhande beschouwingen daaromtrent. Samensteller Philip Kerr is jurist, journalist, reclameschrijver en auteur van misdaadromans: uitermate geschikt dus om het hele schemergebied tussen het leugentje-om-bestwil en de kosmische mythomanie te verkennen.

Vrijwat bekenden uit de wereld van de onwaarheid hebben in dit boek een plaatsje gevonden, varierend van Herodotus, de vader van de geschiedkundige leugen, via Lucretia Borgia, die door pauselijk liegen plots weer maagd werd, tot Richard Nixon (' There can be no whitewash in the White House'). Deze kampioenen onder de leugenaars staan helaas een beetje in de schaduw van een lange rij geleerde onwaarheidvorsers. Veel professionele denkers hebben in de loop der tijd de leugen onder de loep genomen. Zo betoogde Plato dat leugens 'nobel' konden zijn als ze meehielpen de sociale orde te bewaren, en hebben Augustinus en Thomas van Aquino de misleiding van een theologisch fundament voorzien. Hugo de Groot verkende de juridische marges van de onwaarheid. En ook bijvoorbeeld Immanuel Kant, Friedrich Nietzsche en Shere Hite ('On faking orgasms') wijdden uiteenlopende gedachten aan het verschijnsel.

Dat alles doorelkaar in een boek is helaas te veel van het goede. The Penguin Book of Lies weet niet goed wat het wil zijn, een catalogus van leugens (van de 'Piltdown-mens' tot 'Iran-gate'), een bloemlezing van leugenaars (van Ernest 'mijn leven was verzonnen' Hemmingway tot George 'read my lips' Bush), of een wijsgerige ontrafeling van de menselijke neiging tot het onware. Omdat Kerr ook erg zuinig is met literatuurverwijzingen en vooral met begeleidende commentaren, blijft de lezer ten slotte wat onbevredigd achter.

Het heeft geen zin te klagen over het ontbreken van top of the bill leugens, zoals de 'Vinland-kaart', het 'teruggevonden' Shakespeare-drama Vortigern, de dagboeken van Hitler, en sommige goudvondsten van Heinrich Schliemann. Wel is het jammer dat het boek niet weet door te dringen in het hart van de leugen. Iedere poging tot kartering van het verbijsterende spectrum tussen 'economisch met de waarheid omgaan' en ziekelijke pseudologica fantastica ontbreekt. Ook begrijpt Kerr blijkbaar niet dat 'de waarheid' geen eenvoudig stralend ideaal is dat voor goedwillenden onder handbereik ligt. Het zoeken naar de waarheid is een interessant tijdverdrijf; het vinden ervan is zelfbedrog. Want: truth is in the eye of the beholder, en geen objectieve categorie die buiten de menselijke wankelmoedigheid staat.

Kerr heeft zich in zijn boek ook niet verdiept in het zieleleven van de leugenaar. En dat is jammer, want ze zijn er in allerlei fascinerende soorten en maten. Iedere non-valeur kan immers de waarheid in pacht hebben, maar voor een goede leugen is een zekere ontwikkeling vereist.