Het is na het WK akelig stil rond Nederlands hockeyteam

EINDHOVEN/UTRECHT, 10 nov. In februari van dit jaar wonnen de Nederlandse hockeyers in Pakistan de wereldtitel. Het lijkt veel langer geleden. Eigenlijk alleen een paar posters aan de muren van de clubgebouwen doen momenteel nog aan het gouden succes van Lahore herinneren. Bij het eerste grote evenement na het WK, het toernooi om de Champions Trophy in Melbourne (start komende zaterdag), heeft Oranje een team op het veld staan dat de kracht en uitstraling van de nummer een mist. Er zijn binnen de selectie van bondscoach Rob Bianchi ook nog maar zes van de zestien wereldkampioenen over. Een vierde plaats in Australie zou derhalve al als een goed resultaat kunnen worden beschouwd.

Doelman Frank Leistra is door het ontbreken van Marc Delissen de captain van Oranje. Hij zegt straks gemotiveerd en 'als een kampioen' op het kunstgras te zullen staan. 'Over twintig jaar ben ik nog wereldkampioen. Dat gevoel raak ik echt niet meer kwijt. Ook nu dus niet.' Leistra en zijn ploeggenoten werkten onlangs hun laatste serieuze oefenwedstrijd af voor 38 volwassenen en drie kinderen op de tribune. Hij heeft tot zijn spijt geconstateerd dat alle aandacht rondom de behaalde titel zich in de twee weken na het WK concentreerde en er daarna een bijna ijzige en definitieve stilte intrad. 'Zo gaat dat in Nederland', zegt Leistra. 'Als je kampioen wordt krijg je van iedereen schouderklopjes, maar als we bij de Champions Trophy op ons gezicht gaan staan dezelfde mensen wel te lachen. Kijk naar Ajax, naar PSV. Dat heeft het vier jaar goed gedaan, maar toen daarna een keer de titel werd gemist lag heel Nederland dubbel. Dat was ook het geval bij Hein Vergeer. Die won alles, maar op het moment dat het niet meer ging had iedereen altijd al gezegd dat hij er niets van kon.'

Revanche

Leistra is van mening dat de hockeybond (KNHB) er voor had moeten zorgen dat de wereldtitel langer beter zou zijn 'uitgebuit'. 'Ik ken het beleid niet. Ik weet niet eens of er wel een beleid is. Maar ik constateer alleen dat er veel te weinig is gedaan.' Leistra had het, bijvoorbeeld, een goede zet gevonden indien verliezend finalist Pakistan een maand na het WK voor een revanche naar Nederland zou zijn gehaald. 'Een paar wedstrijden in het Wagenerstadion, een paar in de regio, de televisie erbij. Dat zou een succes zijn geweest.'

Bondsvoorzitter Wim Cornelis beaamt dat. 'Maar', zegt hij, 'we hadden de afspraak gemaakt dat de spelers na het WK weer beschikbaar voor de clubs zouden zijn. En als je dan toch nog een keer tegen Pakistan zou gaan spelen had dat wrevel gegeven.' Het KNHB-bestuur heeft nu besloten dat de gouden WK-ploegen mannen, vrouwen alsmede de Batavieren (onlangs de beste veteranen in Maleisie) binnenkort in een feestelijke sfeer wedstrijden tegen de rest van Nederland zullen spelen. Een datum moet nog wel worden gevonden. 'Ik zou', constateert Wim Cornelis, 'eerlijk gezegd niet weten wat wij als bestuur na de behaalde titels nog meer hadden moeten en kunnen doen.' Hij wijst erop dat verenigingen de gelegenheid hebben gekregen de gewonnen bekers op hun eigen complex te bewonderen en dat daar dan meestal een of twee internationals in levende lijve bij werden geleverd. 'Dat waren enorme gebeurtenissen.'

Wim Cornelis zegt de kritiek die de spelers zo nu en dan op de bond hebben niet terecht te vinden. Doelman Leistra noemt het besluit van de KNHB om geen assistent-bondscoach mee naar Australie te sturen ondoordacht. Maar Cornelis wijst op de gemaakte afspraken. Het begeleidingsteam zou niet worden uitgebreid. 'Bovendien is ons niet aangetoond dat het nut heeft een tweede trainer mee te nemen. In Australie worden er wedstrijden gespeeld. In geval van een trainingsstage zou het een andere situatie zijn geweest.' Leistra: 'We zijn wel de wereldkampioen. Dan moet de bond niet zeuren over vijf mille extra kosten. Rob Bianchi heeft geen enkele ervaring met een groot toernooi in het buitenland. Hij kan een assistent goed gebruiken. Hij moet na de wedstrijden de pers te woord staan. Dan zou het prettig zijn als de reserves met een andere trainer nog een balletje kunnen slaan. En zo kan ik meer voorbeelden opnoemen.'

Het in Melbourne afwezige cornerkanon Floris-Jan Bovelander heeft in een interview in Sport International verklaard dat hij naar de Champions Trophy was meegegaan als men voor hem uitstel van zijn studie had geregeld. Ook captain Delissen ontbreekt in Australie om die reden. 'Dat valt me tegen van Floris-Jan', reageert Cornelis. 'Indien hij een beetje z'n best had gedaan had er een oplossing kunnen worden gevonden.' Cornelis leest alle klachten die de internationals in interviews op de KNHB hebben. Hij heeft er vaak ook geen moeite mee. 'Ik erger me er alleen aan dat altijd de bond wordt aangevallen. Er wordt nooit direct een persoon aangesproken, een voorzitter of een directeur. Dan is het moeilijk je te verdedigen.'

Het is trouwens een opvallend verschijnsel dat ontevreden hockeyers nooit echt in opstand komen. Het ligt niet in hun aard. En het heeft volgens Leistra alles met realiteitszin te maken. Hij beseft namelijk dat het WK in Pakistan met 70.000 toeschouwers op de tribune een uitzondering was. 'Ik ben als Nederlandse hockeyer gewend in lege stadions te spelen, vijftig toeschouwers op woensdagavond en duizend, soms iets meer, in het weekeinde.' Hij zegt dat hockeyers als amateurs eigenlijk blij moeten zijn met alles wat ze krijgen. 'Winnen is voor ons het belangrijkste. De ontevredenheid over secundaire zaken komt pas ergens achteraan. Daar moeten we niet te veel energie instoppen. Dat is meestal toch vechten tegen de bierkaai.'

Bijdrage

De hockeyers zouden professionalisering van hun sport afwijzen. 'We hebben nu alles in eigen hand. We zijn op deze manier onafhankelijk en kunnen zonder problemen een keer afzeggen voor een toernooitje. Dat is ook veel waard', bekent Leistra. 'We zijn amateurs. Dus behoren we ook niet voor onze prestaties te worden betaald. Maar een tegemoetkoming voor de tijd die je in je sport stopt is wel op zijn plaats. Je kan door de wedstrijden en trainingen soms niet werken, als student geen bijbaantje nemen en je mist je sociale contacten.' Volgens Cornelis doet de bond er alles aan 'de internationals makkelijker te laten leven'. 'We doen echt genoeg voor de spelers.' In de periode voorafgaande aan de Olympische Spelen en het wereldkampioenschap kregen de spelers een maandelijkse bijdrage van 400 gulden. Dat moet in de toekomst een hoger bedrag worden.

Cornelis steekt toch ook wel degelijk de hand in eigen boezem door te stellen dat het bestuur de internationals beter en meer zou kunnen informeren over de gang van zaken. Verleden week werden de belangrijkste spelers voor een gesprek uitgenodigd. Frank Leistra zegt dat dat onderhoud 'best verhelderend' is geweest. Het bestuur vroeg de hockeyers onder meer geduld te hebben wat betreft de nieuwe stichting Individuele Begeleiding. Die moet de hockeyers als aanvulling op de activiteiten van de NSF op maatschappelijk en financieel gebied gaan steunen. 'Maar er wordt ons al vier, vijf jaar veel beloofd', zegt Leistra. Cornelis kan zich de kritiek wel voorstellen. 'We hebben veel tijd nodig gehad om de plannen uit te werken.' Volgens de bondsvoorzitter wordt de stichting per 1 januari actief. Er is een startkapitaal van 250.000 gulden. Per jaar wordt er een bedrag van ongeveer 100.000 gulden gestort. Cornelis: 'Dat lijkt veel, maar vergeet niet dat we over veertig spelers praten.'

Belangrijker dan het geld vindt Cornelis het feit dat de hockeyers maatschappelijk goed terecht komen. Hij wijst op vijf spelers van de gouden WK-selectie die een mooie carriere in het vooruitzicht hebben. 'Dat is meer waard dan 30.000 gulden aan premies. Die zijn straks op en dan rest alleen de herinnering aan een succesvolle sportloopbaan', zegt de chirurg van het Ouderijn-ziekenhuis in Utrecht. 'Het is niet te bewijzen dat ze zo terecht zijn gekomen door het hockey. Maar men heeft door de ontwikkelingen bij het hockeyteam wel kunnen zien dat zo'n jongen zich kan inzetten voor een doel en goed in een groep kan functioneren. Als ik iemand zou moeten selecteren zou ik dat zeker in mijn beslissing laten meetellen.'