Hamzah Zeid

Imam Hamzah Zeid (56) behoort met de Amsterdamse dominee Wouters tot de initiatiefnemers van een delegatie, die in Bagdad wil pleiten voor de vrijlating van Nederlandse gijzelaars. De afgelopen week wachtten de Utrechtse imam en zijn medereizigers vergeefs op een visum.

De eerste dag

Toen dominee Wouters mij vroeg om deel uit te maken van de delegatie die naar Bagdad zou gaan heb ik meteen ja gezegd. Ik was pijnlijk getroffen door de anti-Arabische campagne in het hele Westen. De dominee zijn zoon zit daar vast en hij hoort bij de groep Nederlanders die nooit meedoen aan dit soort campagnes tegen de andere mensen. Zijn sympathie voor de andere medemensen was voor mij een van de redenen waarom ik meteen ja gezegd heb. Verder wilde ik ook laten zien dat de moslims hier wel degelijk deel uitmaken van de samenleving.

Ik had gehoopt, en nadrukkelijk ook gevraagd, dat de zaak geheim moest worden gehouden tot wij enige zekerheid zouden krijgen over het wel of niet slagen. Maar helaas: in Nederland kan men niets verbergen en niets kan geheim blijven. Zo kwam de zaak aan het licht en werd onze missie een onderwerp van hevige discussie. Mijn zorg lag in het feit dat het ons door de Nederlandse mensen wordt verweten als wij straks niet kunnen slagen. Na enige redenering dacht ik dat wij als leden van de delegatie altijd kunnen zeggen dat wij in ieder geval geprobeerd hebben iets te doen en niet met de armen over elkaar zijn blijven zitten.

Met die gedachte ging ik met de andere leden naar de Iraakse ambassade in Den Haag. Wij werden warm en zeer gastvrij ontvangen. De ambassadeur is een heel aardige man en een zeer ervaren diplomaat. Maar zijn teleurstelling over de Nederlandse houding wilde hij niet verbergen. Hij zei dat hij ons initiatief zeer waardeerde en ons persoonlijk respecteerde. Maar hoe kan hij ons verder verkopen. Wij zijn maar drie vooraanstaande religieuzen, maar voor deze taak zijn wij beslist niet geschikt. Men verwacht in Bagdad dat mensen van het politieke toneel zich met deze zaak zullen bemoeien. Hij gaf enkele voorbeelden, zoals Jesse Jackson, Edward Heath en Willy Brandt. Die mensen gingen weliswaar niet namens hun regeringen, maar zij zijn mensen met klinkende namen en een zekere internationale faam.

Ik kon merken dat hij de uitlatingen van het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken als erg beledigend heeft ervaren. Ik vind het wel terecht dat hij kwaad is omdat niemand in het Westen iets over het woord vrede wil horen. Ik heb mijn uiterste best gedaan tijdens onze ontmoeting om mij te concentreren op het humane karakter van onze missie. De andere leden van de delegatie deden hetzelfde en waren zelfs sterker en duidelijker dan ik met hun liefde voor vrede. De ambassadeur bleek heel gevoelig te zijn voor de zorg van de ouders van de mensen die daar vast zitten. Hij begreep hun grieven en daarom wilde hij ons helpen. Hij beloofde zijn uiterste best voor ons te doen en gaf ons hoop. Hij zei dat hij bijna zeker is dat de delegatieleden wel een visum zullen krijgen. Hij beschouwde ons als een missie uit het gewone volk dat zich inzet voor de vrede. Dominee Wouters bevestigde onze bedoeling ten aanzien van de vrede en noemde meteen de missie als missie van vrede.

Op de zelfde middag ging de delegatie zonder mij naar het ministerie van buitenlandse zaken in Den Haag. En die avond kwamen verschillende uitlatingen van verschillende politici hier en daar over onze missie. Ik, als niet-Nederlander, ervoer die uitlatingen als negatief, ontmoedigend en zelfs belemmerend. Ik heb het gevoel dat die uitlatingen gewoon een poging zijn om onze missie toch onmogelijk te maken. Maar ik denk dat wij eerst moeten wachten tot wij meer duidelijkheid krijgen over alle reacties en tot wij zeker weten dat wij een visum zullen krijgen. Want alles hangt van dat visum af. Als Bagdad vindt dat de delegatie niet gewichtig genoeg is, en wij kunnen dus niet gaan, dan houdt daarmee alles op. Maar als we gaan dan wil ik dat wij een duidelijke mening over onze delegatie moeten hebben en omdat wij geen politieke mensen zijn en ons niet met de politiek willen bemoeien, hoeven wij ons ook niet achter welke politieke uitlatingen dan ook wat van hier of van daar is. ..)

Na deze eerste dag heeft de redactie geen bericht meer ontvangen van de heer Hamzah Zeid.

Hamzah Zeid