Guatemala kiest weer burger als president maar leger houdtmacht

LIMA, 10 nov. Vinicio Cerezo Arevalo is begonnen aan zijn laatste twee maanden als staatshoofd van Guatemala, een presidentschap onder curatele van het leger, in een land waarin de staat van de mensenrechten omgekeerd evenredig is aan de schoonheid van de natuur. Morgen kiezen de Guatemalteken Cerezos opvolger, de tweede burger als president na drie decennia openlijke militaire dictatuur.

Bij zijn aantreden in 1985 werd de christen-democraat Cerezo geconfronteerd met een meedogenloze strijd tussen de politieke extremen in de Guatemalteekse samenleving. Vooral in het begin van de jaren tachtig, tijdens de dictatuur van generaal Efrain Rios Montt, kende het politieke geweld trieste dieptepunten.

Het leger voerde een harde anti-guerrillacampagne tegen de verzetsbeweging URNG, waarvan vooral onschuldige boeren het slachtoffer werden. Duizenden Guatemalteken vluchtten naar buurland Mexico. In de steden hielden rechtse doodseskaders huis onder vakbondsleiders, studenten, journalisten en eigenlijk iedereen die zich niet wilde neerleggen bij het feit dat in het land van negen miljoen mensen slechts een kleine groep de economische en politieke macht in handen heeft.

Na vijf jaar een burger op 's lands hoogste post is er niet veel veranderd in Guatemala. Weliswaar is er sinds vorig jaar achtereenvolgens in Oslo, Madrid en Mexico-Stad een dialoog op gang gekomen tussen de verschillende maatschappelijke groeperingen in Guatemala en de guerrillabeweging, maar tot tastbare resultaten heeft dit overleg nog niet geleid. De strijd gaat gewoon door, zoals president Cerezo zelf nog vorige week vrijdag merkte. Volgens het dagblad Prensa Libre kwam het presidentiele buitenverblijf Santo Tomas, zo'n 50 kilometer ten zuiden van Guatemala-Stad, vijf uur lang onder guerrillavuur te liggen.

Achter de coulissen van Cerezos presidentschap speelt het leger nog steeds een actieve rol in de Guatemalteekse politiek. Na drie decennia militair bestuur lijkt het grootste deel van de strijdkrachten, onder leiding van minister van defensie generaal Hector Gramajo, content met deze plaats op het tweede plan, al was het maar omdat deze plek meer uitzicht biedt op wapenleveranties uit de Verenigde Staten.

Dat er toch een gevoel van heimwee binnen de militaire gelederen bestaathebben de drie pogingen tot staatsgreep tegen Cerezo de afgelopen vijf jaar wel bewezen. Het uitblijven van een nieuwe machtsovername door de militairen in Guatemala is vooral te danken aan de sterke positie van generaal Gramajo, die mikt op het presidentschap in 1995 als gekozen president, wel te verstaan.

Ook bij de verkiezingen morgen speelt een oud-militair een belangrijke rol. Dezelfde Rios Montt die in het begin van de jaren tachtig 'het communisme' in zijn land te vuur en te zwaard bestreed, wil nu als gekozen president leiding geven aan de 'morele wederopbouw' van Guatemala. Na in 1983 op zijn beurt door een militaire coup ten val te zijn gebracht, wijdde Rios Montt zich aan zijn nederige taken als lid van de protestants-evangelische sekte 'El Verbo' (Het Woord). Zo kon de oud-dictator achter een bezem worden aangetroffen in een gebedsruimte van de sekte.

Dit jaar liet Rios Montt zich inschrijven voor de presidentsverkiezingen, maar de Guatemalteekse grondwet verbiedt degenen die via een staatsgreep aan de macht zijn gekomen zich ooit nog eens als kandidaat te stellen. Na maandenlange juridische haarkloverij bekrachtigde het Hooggerechtshof vorige maand deze bepaling. Rios Montt doet dus morgen niet mee maar desondanks kwam hij uit opiniepeilingen wel als de sterkste kandidaat naar voren.

De oud-dictator heeft nu zijn vele volgelingen opgeroepen tot een 'stem tegen het systeem' door morgen de kiesbiljetten ongeldig te maken of er zijn naam op te schrijven. Uit zijn uitspraken blijkt dat Rios Montt nog steeds rekening houdt met het aanstaande presidentschap, grondwet of niet.

De uitsluiting van Rios Montt heeft de overige twaalf kandidaten weer enige hoop gegeven. Nu de oud-generaal niet meedoet, zal vrijwel zeker geen van de andere kandidaten de benodigde vijftig procent van de stemmen halen. Een tweede stemronde in januari tussen de nummers een en twee uit de eerste ronde zal daarom zeer waarschijnlijk nodig zijn.

Onder de resterende, overwegend rechtse kandidaten bevindt zich ook oud-minister van buitenlandse zaken Adolfo Cabrera Hidalgo, de opvolger van Vinicio Cerezo als leider van de christen-democraten. De kandidatuur van Cabrera wordt door buitenlandse diplomaten in Guatemala met gefronste wenkbrauwen gevolgd. De naam van de oud-minister wordt vaak genoemd in verband met de bloeiende drugshandel in het land.

Maar ook de kandidatuur van Cabrera is door een ingreep van buitenaf in gevaar gekomen. Vorige week werd hij onverwachts opgenomen in een ziekenhuis in Houston (Texas) met zware maagklachten. Het is nog onduidelijk of Cabrera er morgen wel bij kan zijn.

En zo blijven er eigenlijk nog maar twee kandidaten over die een werkelijke kans maken op het Guatemalteekse presidentschap. Van deze twee heeft de oud-journalist Jorge Carpio Nicolle van de Nationale Centrum-Unie (UCN) nog de beste papieren, gevolgd door de oud-burgemeester van Guatemala-Stad, Alvaro Arzu Irigoyen namens de Nationale Vooruitgangspartij (PAN). Volgens recente opiniepeilingen zou Carpio op 25 procent van de stemmen kunnen rekenen, Arzu op 18 procent en de christen-democraat Cabrera op slechts 10 procent.