De vijgenplek

Het kopen van planten is geenszins de simpele laatste stap in de tuinplanning die het zou moeten zijn. Na besloten te hebben wat je wilt kopen lijkt het de eenvoudigste zaak van de wereld om met je lijst naar de kwekerij te gaan en een winkelwagen te vullen met planten en heesters, net als op de supermarkt. Maar helaas heeft planten kopen in eerste instantie niets uit te staan met de zorg om exemplaren uit te kiezen die gezond zijn en niet in te kleine potten zitten: waar je het eerst mee te maken krijgt is dat niet meer dan zowat 50% van wat je zoekt beschikbaar is. Het is wijs, zij het deprimerend, om een lijst van tweede keuzes bij je te hebben, zoniet om rekening te houden met de mogelijkheid van een krankzinnige koopimpuls, wanneer je, dol van frustratie, de dichtstbijzijnde en minst bij je tuin passende plant op je winkelwagen laadt.

Teveel Engelse tuinboeken lezen, dat is ook vragen om moeilijkheden: niets is zo irritant als te horen krijgen dat een bepaalde plant in Nederland niet als wintervast wordt beschouwd, en dus niet verkocht wordt. Je begint te merken dat je in een volkomen verschillend universum woont: de ene Latijnse naam na de andere wordt beantwoord met mismoedig hoofdschudden, tot de wanhopige kweker uitroept: Waar hebt U deze planten in vredesnaam vandaan?

Dit voorjaar gingen we naar een grote en nogal sterk op Engeland georienteerde kwekerij, en daar wachtte ons weer een andere moeilijkheid: alle interessante planten waren al verkocht. Waar de roos die ik wilde, de Wife of Bath, hoorde te staan, was alleen een lege plek; de Buddleia Lochinch, dito. Beide werden aanbevolen in Better Gardening van Robin Lane Fox, kennelijk een boek dat in dat deel van de wereld op menig nachtkastje kan worden aangetroffen.

En zo kwam ik met een jonge vijgeboom thuis.

Er is iets speciaals aan de hand met vijgebomen. Afgezien van associaties met de Hof van Eden en hete zomers in Griekenland roept deze boom bij mij ook het beeld op van een speciaal soort tuin in Engeland: oud en ommuurd, met een knoestige, door staken ondersteunde moerbei, een grote magnolia en massa's oude klimrozen. Bij mijn vaders ouderlijk huis bij Dublin, dat ik me vaag kan herinneren, stonden drie enorme vijgebomen tegen een zuidmuur; ik zie ze bijna als heel oude leden van de familie, over wie alleen fluisterend werd gesproken. Aan schrijvers ontlokt de vijgeboom ook lyrische ontboezemingen; lees Christopher Lloyd over hoe je de vogels weg moet houden van de bijna rijpe vruchten door ze te beschermen met kleine papieren zakjes: ' Waarachtig, vijgen lijken wel speciaal te zijn ontworpen om papieren zakjes over zich heen te krijgen het is waar, ze dienen ook als slaapzaal voor oorwurmen, maar die doen vijgen niet veel schade' (The Well-Tempered Garden) en men is onmiddellijk overtuigd. De gedachte je Hollandse tuin in te lopen en eigen zelfgeteelde vijgen in papieren zakken te oogsten is volkomen onweerstaanbaar.

Helaas is mijn Hollandse tuin een van de minst voordehandliggende plekken voor een vijgeboom in het Noordelijk halfrond; we hebben wel muren, maar in de zon bakken die nimmer. Dit vermocht niet mij ervan te weerhouden beschrijvingen van vijgen te lezen, tot ik ze bijna van buiten kende: alleen al de namen zijn voldoende om je aan het dromen te zetten. Black Ischia - een onweerstaanbare naam, naar het schijnt ook het fijnst van smaak, maar moeilijk te vinden; Brunswick is te groot, maar Brown Turkey, degene die ik kocht, kan in een pot worden geteeld. Aangezien een vijg meer vruchten draagt wanneer de wortels dicht opeengepakt zitten is dat een gemakkelijker oplossing dan een ingegraven betonnen kuip in het bloembed.

Mijn Brown Turkey zag er uit als het lelijke jonge eendje: een volkomen rechte stam, ongeveer anderhalve meter lang, eindigend in vijf onmiskenbare vijgebladen, net voldoende voor vijf Griekse efeben, en als toegift drie miniatuur vijgjes. Eenmaal thuis en in zijn pot zag het er volkomen belachelijk uit; bezoekers vroegen met twijfelende stemmen: 'zou dat een vijgeboompje kunnen zijn?' en bijna even onzeker (want wie zou geloven dat daar ooit een zwaan uit zou kunnen groeien?) wezen we de piepkleine vruchtjes aan.

Maar de lengte bleek gunstig te zijn: we vonden, tussen onze overheersende schaduwen, de vijgeplek van onze tuin, de enige juiste plaats, gesitueerd op een soort kruispunt van de zonnestralen, waar hij bijna de hele dag met zijn hoofd in de zon zou staan.

De drie vijgjes hielden het, als gevolg van een aaneenschakeling van natuurlijke en onnatuurlijke factoren, niet lang uit; maar we gaven flink water en kunstmest en zie, op een dag verscheen een nieuwe tak. Tegen het eind van de zomer had zich zelfs een heel woud van takken ontwikkeld, bijna vanaf de grond, hetgeen het uitgeteerde silhouet volkomen had veranderd en voldoende blad opleverde voor twee flink uit de kluiten gewassen Griekse voetbalelftallen.

Er kwam zelfs nog een tweede oogst van weer drie vijgen; in een minder ellendig klimaat zouden die nog wel rijp zijn geworden, maar nu moesten ze helaas worden verwijderd: rot zou van de vruchten uit naar de takken kunnen kruipen en ze doden. Zo is een hele zomer voorbij gegaan zonder dat de papieren zakjes er aan te pas kwamen.

Intussen is er nu weer een nieuw probleem in het vooruitzicht: de overwintering. De Engelse boeken bevelen aan, of het vanzelf spreekt, om potplanten en -bomen in de koude kas te zetten. Helaas, die hebben we voorlopig nog niet. Een voordehandliggend alternatief is de koude logeerkamer, maar dat stuit ook op practische bezwaren; als de winter mild uitvalt kan hij wel buiten blijven, zo stellen sommige auteurs gerust. Zet hem wel dicht bij de deur, adviseerde een deskundige vriendin, anders strompel je straks, wanneer het weerbericht vorst voorspelt, met een lantaarn door je tuin, je potplanten bij elkaar zoekend terwijl de temperatuur zakt tot tien onder nul.

En daar staat hij nu, verbannen van de vijgeplek en berooid van bijna al zijn bladeren, analoog aan de staat waarin ik hem kocht. Het was wat pervers, misschien, om in een tuin die al vol stond met bomen er nog een bij te zetten; maar een vijg is niet zomaar een boom als een andere. Als de tuin een 'ground plot for the mind' is, zoals Thomas Hill het in 1577 beschreef, dan is de vijgenboom geheugen, verbeelding en smaak ineen. Ik denk niet dat enige andere plant in de tuin mij zo na aan het hart is gebakken.