'De toekomst van Albanie is somber, en waarschijnlijkgewelddadig'; Alia's perestrojka: te weinig, te laat

ROTTERDAM, 10 nov. Ramiz Alia hoe lang nog? Vijf jaar na de dood van Enver Hoxha, de vader van het Albanese socialisme, wankelt zijn erfenis, worden zijn starre orthodoxe principes aangetast, is zijn economie vastgelopen en komt zijn jeugd in opstand. Albanie staat aan de rand van een revolutie, en dat die van fluweel zal zijn is niet alleen onzeker, maar ook onwaarschijnlijk.

Na de opbouw van een primitief soort industrie, de drooglegging van de moerassen, de aanleg van zowaar een paar spoorlijntjes en de vastlegging van de principes van Hoxha's steenkolensocialisme is Albanie tientallen jaren lang blijven steken in rigiditeit en immobilisme, op vrijwel elk gebied. Na Hoxha's dood heeft Ramiz Alia, zijn opvolger als leider van de Albanese Partij van de Arbeid (PPSh), getracht de principes wat bij te stellen, niet uit overtuiging, maar uit noodzaak: de industrie immers, vooral gebaseerd op de aanwezige delfstoffen, raakte snel verouderd. Voor modernisering op eigen kracht ontbraken het geld en de technische kennis. Dat betekende dat Albanie zijn poorten moest openen en met het buitenland samen moest werken.

Daar is de afgelopen twee jaar de revolutie in Oost-Europa bijgekomen, eerst Gorbatsjovs perestrojka, vervolgens de snelle val van alle socialistische regimes in het Oosten. De ideologen rondom Hoxha hebben lang hun gif gespuid over de ontwikkelingen in Oost-Europa, maar het was vechten tegen de bierkaai: ook het geisoleerde Albanie bleef de ideologische besmetting van zoveel bevrijding niet bespaard. De stemming, vooral bij de jeugd, is deze twee jaar in zeer hoog tempo geradicaliseerd en inmiddels zijn de arbeiders niet achtergebleven. Bij de grote 'ambassadecrisis' van deze zomer, toen vijfduizend Albanezen hun land via buitenlandse ambassades ontvluchtten, waren vooral jonge arbeiders betrokken en vorige week sprak Alia zelf in zijn toespraak tot het Centraal Comite van 'anarchie op de werkvloer' een erkenning dat het met de stemming onder de arbeiders slecht is gesteld.

Sinds een jaar tracht Alia het tij te keren met telkens nieuwe concessies. Terwijl de ideologen zijn blijven klagen over de teloorgang van het socialisme elders heeft de president en partijchef het morrende volk steeds nieuwe douceurtjes toegeschoven: een beetje meer democratie hier, wat meer economische zeggenschap daar, loonsverhogingen, de introductie van privewinkels, een stukje autonomie voor de boeren en managers en meer openheid in de media, die tegenwoordig weinig woorden zo vaak gebruiken als 'tekortkomingen'. Plotseling was het in deze eerste atheistische staat ter wereld niet langer verboden er een religieuze overtuiging op na te houden, plotseling was daar opeens een ministerie van justitie en waren er verdedigers bij processen die bestonden niet omdat Hoxha vond dat 'elke Albanees zichzelf kan verdedigen'.

Het heeft allemaal niet geholpen. Na de ambassadecrisis is het in Tirana geruchten gaan regenen. Te verifieren viel er niets, maar de geruchten waren te eenduidig en te talrijk om niet tot de conclusie te komen dat zich her en der lang opgekropte spanningen ontlaadden.

Zo wilden de geruchten dat bij vluchtpogingen sinds de zomer in totaal vijfhonderd Albanezen om het leven zijn gekomen; zeker is dat honderden anderen inmiddels naar Joegoslavie en Griekenland zijn ontsnapt, meer dan in vele voorgaande jaren bij elkaar. De geruchten willen dat gedode vluchters ter afschrikking als varkens vastgebonden op het dak van auto's door de grensdorpen zijn gereden; dat in een kloof op de berg Dajti bij Tirana honderd lijken zijn gevonden; dat in Kavaje, vijftig kilometer van Tirana, de plaatselijke partijleider een pak slaag heeft gekregen, de politiechef is vermoord, winkels zijn geplunderd en de politie op de menigte heeft geschoten.

Daarnaast zijn er berichten over massaprotesten, niet van boze menigten met spandoeken en leuzen, maar van stille menigten, die tijdens de traditionele doorgaans gezellige pantoffelparade in de avonduren een massaal en hardnekkig zwijgen als protestwapen gebruiken. Er zijn berichten over voedselschaarste op het platteland, over tekorten aan water, pesticiden en kunstmest. Al die berichten en geruchten zijn aangezwollen tot een stroom die diplomaten in Tirana hoogst ongerust maakt over de toekomst van Albanie.

Niet alleen hen: ook Alia zelf. Tijdens het PPSh-plenum van vorige week ging de partijleider verder dan ooit tevoren. Het Albanese hervormingsmodel komt in een stroomversnelling, in elk geval relatief. Alia was niet zuinig met kritiek. Vooral de partij zelf moest het ontgelden. Zij heeft zich ernstig misdragen, in het altijd zo opgehemelde verleden. Het wordt tijd, aldus Alia, de invloed van de partij te verminderen, ze moet sociale en burgerorganisaties aanmoedigen meer onafhankelijkheid en vrijheid van meningsuiting aan de dag te leggen. 'Daartoe moeten we bestaande sociale organisaties transformeren tot pluralistische lichamen en hun banden met de partij en de staat nieuw vaststellen. Elke praktijk en mentaliteit, gericht op het optrekken van een voogdijschap (over die organisaties) werkt belemmerend', aldus Alia; massa-organisaties zijn 'geen simpele instrumenten van de partij'.

Anders gezegd: de rol van de PPSh moet worden verkleind en die van organisaties en instellingen als het parlement, de vakbonden en de massaorganisaties moet worden vergroot en het is tijd de grondwetsformulering over de rol van de partij opnieuw te formuleren nu is de PPSh nog 'de enige leidende kracht in de samenleving'.

Bovendien moet de partij eens beter naar zichzelf kijken, vond Alia: 'Een partij zonder interne democratie en zonder opbouwend debat is tot falen gedoemd en ook onze socialistische samenleving kan zich niet ontwikkelen zonder vrije meningsuiting. De partij moet geen bevelen geven en moet de voorrechten die andere organisaties toekomen niet in handen nemen. Ze mag en kan niet direct staatsmacht uitoefenen. Ze moet zich aan de wet onderwerpen. De wet staat boven alles.'

De grondwet moet ook worden gewijzigd om het verbod op godsdienstuitoefening te verzachten en om de nieuwe verkiezingsprincipes te verwerken, zo kondigde Alia aan. Een meerpartijenstelsel krijgt Albanie niet, maar bij de volgende verkiezingen zullen de criteria voor de kandidaatstelling worden versoepeld, en zal in het geheim worden gekozen uit meer dan een kandidaat. Ten slotte moet in de grondwet een wettelijke basis worden gelegd voor nieuwe, marktgerichte principes die dit jaar voorzichtig zijn ingevoerd. Zelfs het artikel dat het aanvaarden van buitenlandse kredieten verbiedt staat op verdwijnen.

Het zijn maatregelen die binnen de Albanese context zeer ver gaan. Alia heeft voor het Bulgaarse scenario gekozen: hij trachten net als de geloofsgenoten in Sofia een jaar geleden zijn positie te redden door wat macht te delen, wat stapjes terug te doen en beperkt te hervormen, in de vrome hoop erger te voorkomen.

Of het lukt is de vraag. Het socialisme is er nergens in geslaagd zich met succes te hervormen en het Albanese socialisme staat dank zij de 44 jaar aanhoudende starheid van Enver Hoxha nog veel verder van democratische en vrije-marktprincipes af dan de inmiddels afgeschafte versie in de andere Oost-Europese landen.

Bovendien konden de nieuwe concessies wel eens te laat komen. De jeugd (veel jeugd) heeft genoeg van het houtje waarop de Albanezen al veertig jaar bijten. Veel intellectuelen nemen er geen genoegen meer mee in dit spartaanse, potdichte land niet uit de voeten te kunnen. En veel arbeiders geloven zie Alia's klachten over 'anarchie' kennelijk niet meer in de ijzeren discipline die het klimaat binnen en buiten de Albanese fabrieken altijd heeft bepaald.

Daarnaast heeft de bevolking van Alia's hervormingen weinig goeds te verwachten. Ze voorzien in het schrappen van subsidies voor verlieslijdende bedrijven. Dat betekent dat het volk moet inleveren, mogelijk zelfs werkloosheid moet accepteren, en dat terwijl de Albanese levensstandaard met afstand de laagste in Europa is.

Dat wakkert de bezorgdheid over een mogelijke revolutie nog aan. Ismail Kadare, 's lands grootste schrijver, gaf vorige maand met zijn vlucht naar Frankrijk al te kennen niet meer in Alia's plannen te geloven. Hij is vorige week bijgevallen door Gramoz Pashko, 's lands meest vooraanstaande econoom. Hij noemde Alia's hervormingen 'ondoordacht en halfslachtig'. 'De tijd raakt op', aldus Pashko. 'De toekomst is somber, en waarschijnlijk gewelddadig.'