'De onwillige werkloze bestaat niet'

Ton Duivenvoorden uit Hengelo, 47 jaar, gehuwd, twee kinderen. Tot maart jongstleden tien jaar werkloos. Brak zijn studie in de chemische technologie af na het kandidaatsexamen. Was een paar jaar leraar aan een school voor laboratoriumpersoneel. Is nu stafmedewerker bij de gemeentelijke stichting Minimabeleid.

'Sinds februari 1980 stond ik als werkloze ingeschreven bij het arbeidsbureau. Een tijdlang solliciteerde ik naar banen in het onderwijs, maar dat lukte niet, ook niet op part-time-basis. In 1983 besloot ik bewust alleen op die banen te schrijven waarvoor ik met enige zekerheid in aanmerking kwam. De frequentie van solliciteren liep terug tot een of twee keer per jaar. Ik had me voorgenomen hier niet gek van te worden. In tweeenhalf jaar 2.500 brieven schrijven vind ik ongezond.

'Natuurlijk heb ik aan een herorienteringsgesprek bij het arbeidsbureau deelgenomen. Daar staan twee prullenbakken: een voor de hopelozen en een voor de veronderstelde 'niet-willers'. Door mijn werkloosheid was ik in de belangenbehartiging terecht gekomen, voor mensen die in dezelfde situatie zitten. En wat heb ik gemerkt? De werklozen snijden elkaars keel af om een nul-uur-contract te krijgen. Met andere woorden: de onwillige werkloze bestaat niet.

'Als ik zo'n Woltgens hoor praten, denk ik: wat verschrikkelijk zielig als hij meent op deze manier stemmen te moeten winnen. Ferme taal, populistische taal, maar het is al zo vaak gezegd. Woltgens draait, zoals zovelen voor hem, de zaak om. Hij praat over plichten van mensen van wie de rechten niet zijn verwezenlijkt.'