De Natie 9

Wat is het gesprek van de week? Het onderwerp waar iedere bekende je over aanschiet. Onderweg naar het station kom ik Ischa Meijer tegen, die meteen begint: ' Antisemieten, daar hebben wij joden een heel fijne neus voor. En Max Pam heeft geen recht van spreken, als halfjood. Natuurlijk is die Van Doorn een antisemiet, maar wat geeft dat nou?' En ik spreek Annemarie Grewel, die zegt: ' Ik was indertijd hartstikke tegen die opvoering van Fassbinder, maar ik vind niet dat Van Doorn weg moest bij de NRC. Een toneelstuk dat antisemitische teksten verspreidt zonder dat weerwoord mogelijk is, vind ik nog iets heel anders dan een hoogleraar die een dom - in de zin van: onzorgvuldig - stukje schrijft.' En Renate Rubinstein, die vraagt: ' Zou het soms komen omdat Knapen van katholieke komaf is? Katholieken zijn altijd benauwd om joden te kwetsen, omdat ze in de oorlog zo weinig voor hen hebben gedaan.

Hoewel, Van Doorn is ook van huis uit katholiek.' En, bij de Beurs van Berlage waar hij directeur is, mijn vriend Huib Schreurs die eveneens rooms is opgevoed: ' Hele vreemde zaak. Onbetamelijk? Ik had in die stukjes niks ergs gelezen.' En, op weg naar zijn uitgever, Jan Kuitenbrouwer die zich afvraagt wat toch 'de grenzen der betamelijkheid' zijn die Van Doorn zou hebben overschreden: ' Leeft Amy Groskamp-ten Have nog?' Nee, maar hijzelf wel. De uitgever, Mai Spijkers, overhandigt me Jans aanstaande bestseller Leefstijl (hoofdstuk 1: Hoe hoort wat wanneer waar) en merkt op: ' Een hoofdredactie moet zich niet inlaten met de opiniepagina.' Waarop een van zijn medewerksters: ' O nee? Mogen die enge Goerees er dan ook op schrijven?' Het gesprek van de week.

Op dinsdag 30 oktober deelt de hoofdredactie van NRC-Handelsblad de lezers mee dat columnist J. A. A. van Doorn met zijn columns over Israel en joodse journalisten de 'grenzen van de betamelijkheid' heeft geschonden en prompt beeindigt betrokkene zijn medewerking. Hoofdredacteur Ben Knapen laat mij, als eindredacteur van Lopend Vuur, weten dat hij niet in dit mediaprogramma over de kwestie wil spreken en dat over de zaak maar in de 'eigen kolommen' gediscussieerd moet worden. Ik ben dus al half en half onderweg naar Etten-Leur om met de hoofdpersoon over de affaire na te beschouwen, als Van Doorn afbelt. Hij wil de krant die hij 'via de voordeur' verlaten heeft niet 'door de achterdeur' weer binnenkomen. Is dit Bijvoegsel de achterdeur? Wel meldt hij, dat veel lezers hem opbellen die van plan zijn omwille van hem hun abonnement op te zeggen. Zelf gaat hij - na drie weken van opwinding - liever 'gewoon weer aan het werk'. De publiciteit kan verder beter niet over hem gaan, maar over de 'strapatsen' van de NRC. Jammer, ik had hem graag bezocht om interviewsgewijs te onderstrepen dat ik zijn vrijheid als columnist lelijk geschonden acht.

Maar onverrichterzake verzeil ik op een receptie in de Tweede Kamer, waar ik Ronny Naftaniel tref, de woordvoerder van de Israel-lobby in Nederland. ' Die van Doorn is een reactionaire man', begint hij, het glas rode wijn ter hand. ' Hij heeft al eerder bedenkelijke uitlatingen gedaan: over het apartheidsregime in Zuidafrika en over het RIOD waar te veel joden zouden werken. In zijn column over joodse journalisten beging hij ontoelaatbare generalisaties en zijn reactie in de tweede column was halfslachtig en onvoldoende. Hij maakte excuus, maar vervolgens verergerde hij de zaak nog door de kwestie-Fassbinder erbij te slepen. In hun benarde situatie roepen de Israeliers volgens hem joodse journalisten op tot zelfcensuur, en daar heeft hij zelfs een zeker begrip voor. Maar het verzet tegen de opvoering van Fassbinder heeft daar helemaal niks mee te maken! Hij verwart daar Israel en de joden. Hij heeft ongelijk en wat hij schrijft is te betreuren, maar doordat zijn columns in de NRC verschenen kon je erop reageren en was een fatsoenlijke discussie mogelijk. Ik vind dat niemand, zolang hij binnen de grenzen van de wet blijft, het schrijven onmogelijk gemaakt moet worden. Van Doorn hoefde dus van mij niet weg bij de NRC.'

Ik reis door naar Rotterdam, waar Jan Blokker in een deprimerend moderne zaal de eerste van twee openbare gastcolleges geeft over 'de kwaliteit van de journalistiek'. De ontvangende hoogleraar zegt me, dat hij Knapen gemist heeft in de uitzending van Lopend Vuur: ' Ik denk dat hij spijt heeft. Het is toch ook onzin?' De politicoloog Theo van Praag, een oude kennis, komt op mij af: ' Absurd, die handelwijze van NRC. Als de stukken van Van Doorn niet deugden, is de hoofdredactie er toch zelf verantwoordelijk voor dat ze geplaatst werden?' ' Als ik Knapen was, had ik Van Doorn nooit ontslagen', zegt Blokker in de pauze bij de koffiegamel. ' Ik had hem in de eerste plaats nooit aangenomen, maar dat heeft Ben ook niet, hij heeft hem aangetroffen. Ik had hem misschien wel willen ontslaan, maar dan toch meteen bedacht dat ik hem beter over een paar maanden kon laten vertrekken en niet nu, zwichtend voor oppositie. Ik vond dat echt onzin, een heel rare move.' Volgende week zal Blokker onder andere spreken over ' grote holle deftige woorden als vrijheid en betamelijkheid'.

Is er dan niemand, vraag ik me af in de trein terug, die het standpunt van de NRC-hoofdredactie deelt? Thuisgekomen bel ik Gijs Schreuders, oud-hoofdredacteur van De Waarheid, die in deze immers met een bijdrage over 'antisemitische tendenzen' het eerste schot voor de boeg loste en prompt voor 'stalinist' werd uitgemaakt. En jawel: ' Als lezer vind ik het goed, dat Van Doorn weg moest. Valt me weer mee van de NRC.' Maar: ' De argumentatie vind ik slap. Die column van hem was van A tot Z antisemitisch, daar blijf ik bij, dat is ook niet weerlegd. De hele discussie is echter verschoven naar de vrijheid van de columnist. Die moet er zijn, vind ik ook. Een columnist moet prikkelen, uitproberen, grenzen verkennen. Alleen: daarin wordt een grens bereikt bij antisemitisme. Maar de hoofdredactie van de NRC gooit het kennelijk liever op 'onbetamelijkheid' en dan begint iedereen natuurlijk over de bedreigde vrijheid van de columnist. Wiens uitingsvrijheid is er trouwens bedreigd en door wie? Toch vooral door Van Doorn de uitingsvrijheid van joodse journalisten, die door hem onder verdenking zijn gesteld?' Het is dus halve bijval en van een toonzetting waarvan je je kunt afvragen of Knapen er verguld mee is. Ik bel voor een weerwoord de geprangde hoofdredacteur, die gebogen zit over een vertrouwensbreuk tussen zijn krant en haar lezers. Hij is alleszins openhartig, maar wil liever zelf schriftelijk antwoorden, in de eigen kolommen. 't Zal hem niet meevallen. Ik ben benieuwd.

    • John Jansen van Galen