Christopher Lasch over het moderne leven zonder verleden; 'Ikben een levend voorbeeld van de amnesie die ik betreur'

De Amerikaanse historicus Christopher Lasch kreeg op slag wereldfaam door zijn cultuurpessimistische boek 'The cultus of narcissism' over de moderne mens zonder cultuur, zonder geschiedenis, zonder sociaal verband en zonder moraal voor wie niets anders rest dan navelstaren en streven naar instant bevrediging. Hoe heeft dit narcisme zich ontwikkeld in tien jaren van Reagan-materialisme? Hoe groot is de schok van de leegte?

Zijn hele beroepsleven heeft Christopher Lasch aan universiteiten doorgebracht. Het succes van zijn bestseller The cultus of narcissism elf jaar geleden heeft hem nooit van zijn echte vak afgeleid: geschiedenis. Veel studenten zullen niet eens weten welke boeken over de hedendaagse Westerse cultuur hij op zijn naam heeft staan. Hij gebruikt ze niet voor zijn colleges, want die gaan over Amerikaanse politieke, religieuze en culturele geschiedenis tot 1900.

Lasch (58) streek twintig jaar geleden neer in Rochester in het noordwesten van de deelstaat New York, aan het meer van Ontario. Hij is getrouwd en heeft vier kinderen. Zijn vrouw is pottenbakster.

Sinds zijn bestseller over narcisme heeft hij in The minimal self, psychic survival in troubled times (1984) geschreven over de minimale persoonlijkheid, zonder moraal, zonder cultuur, zonder verleden. Voor overdracht van cultuur tussen de generaties is in de moderne samenleving nauwelijks nog plaats. De actualiteit van de televisie en van dagelijkse consumptie vult het hele beeld. De minimale persoonlijkheid heeft niets om zijn dagelijkse bestaan aan af te meten. Overdreven bezorgd over zichzelf en geconfronteerd met stijgende misdaadcijfers, de wapenwedloop, economisch verval, achteruitgang van het milieu zoekt de minimale persoonlijkheid zijn heil in 'psychische overleving'.

' Egoisme, ikkisme, yuppie-hebzucht - de gebruikelijke aanduidingen van onze malaise - beschrijven niet heel duidelijk wat ons mankeert', vatte hij eind vorig jaar samen in de New York Times. ' De morele bodem is uit onze cultuur weggevallen. Amerikanen hebben geen dwingende prikkel om de bevrediging uit te stellen, omdat ze niet langer in de toekomst geloven. Als je de achtergrond wegneemt, vult de voorgrond het hele beeld - een opdringerig 'ik wil'.'

Met een zekere ernst neemt Lasch plaats aan de witte tafellakens in de faculteitsclub van de University of Rochester. De imposante opgang, hoge plafonds, koepel en houten lambrizeringen van de club stammen uit de tijd dat de universiteit nog het instituut voor het hogere leren was, zoals Lasch het propageert, en niet de vakkensupermarkt van vandaag.

Terwijl Lasch praat, schalt twee tafeltjes verder een politicoloog in een Duits accent over de vraag of er zoiets als een middenklasse bestaat. Lasch praat zacht maar duidelijk. Hij is grijs rond de slapen en heeft een licht tweedjasje aan. Hij trekt zijn donkere wenkbrauwen soms in een frons als hij de tijd neemt om te formuleren.

Zijn benadering is academisch. Zijn voorbeelden komen eerder uit de literatuur dan uit het dagelijkse leven. Hij probeert niet, zoals veel Amerikanen, de interviewer te behagen door op elke vraag een antwoord te geven. Over zijn nieuwe boek dat deze winter verschijnt, The true and only Heaven: Progress and its critics, zegt Lasch: ' Het is deels een herinterpretatie van de geschiedenis van het vooruitgangsidee en een inventarisatie van de kritiek die er altijd op is geweest.

' Wat vooruitgang altijd zo aannemelijk heeft gemaakt is het feit dat steeds meer wensen en behoeften de economische keten in stand houden. Hoe meer de mensen hebben, des te meer ze verlangen. Het geeft de moderne samenleving deze prachtige machine van produktiviteit, een soort onsterfelijkheid die eerdere samenlevingen niet hadden. Het proces kent geen theoretische grenzen en kan eeuwig doorgaan. Toch werkt zo'n samenleving in de praktijk niet meer zo goed, zelfs niet volgens haar eigen principes. Dat maakt het misschien gemakkelijker om er vragen over te stellen. Maar misschien hebben de Amerikanen nog steeds zo zwaar geinvesteerd in de idee van materialisme en technologische vooruitgang dat ze een dergelijke discussie niet kunnen accepteren.'

Constateerde de Amerikaan Fukuyama niet de overwinning van het liberalisme in de wereld en het einde van ideologische strijd, van de ideeengeschiedenis dus?

' Ik herinner me een boek over Het einde van de ideologie (1960, Daniel Bell - red.). Dat werd gevolgd door tien jaar van intense ideologische strijd. De golf van radicalisme in het land was slechts deels geinspireerd door het marxisme en ontleende heel weinig aan het concrete voorbeeld van de Sovjet-Unie. Men is er nog niet achter dat de moeilijkheden van deze tijd tot nieuwe ideologische strijd kunnen leiden. Er wordt alleen nog maar feest gevierd.

' Sinds de jaren zestig - Vietnam, Watergate - zijn de dingen niet meer het zelfde. Een treffend voorbeeld in de laatste verkiezingscampagne was dat president Bush herhaaldelijk zei dat hij geen nieuwe belastingen zou heffen. Ik denk niet dat iemand Bush geloofde, maar toch vonden ze het goed dat hij een dergelijke belofte deed. Dat is de definitie van totaal cynisme.

' Er heerst ook grote afkeer van de media, mede door hun voorkeur voor negatieve zaken, denk ik. Aan rechterzijde worden de media bovendien beschuldigd van linkse vooroordelen. En dan is er nog een andere, meer amorfe vorm van kritiek. De media zouden niet van een bepaalde ideologie voorstaan, maar teveel macht bezitten om de kwesties te definieren.

' Meer openlijk partijdige journalistiek in alle politieke richtingen zou volgens mij kunnen helpen, omdat de mystiek van objectiviteit, het begrip dat de media alleen informatie verwerken, duidelijk fout is.'

Waarom is uw boek over narcisme een klassieker geworden?

' Waarom het nog steeds verkocht wordt, weet ik niet. Maar ik weet wel waarom het destijds zo'n sensatie veroorzaakte. Dat kwam door de titel. Die scheen een psychologische snaar te raken. Het ging over narcisten en die houden ervan om boeken over narcisten te lezen. Maar het raakte al snel verzeild in een debat over egoisme en de geringe bereidheid om het eigenbelang op te geven. Mijn boek profiteerde van die discussie, hoewel het daar niet op gericht was. Mij ging het veel meer om kenmerken van het pathologische narcisme dat in mildere vorm veel voorkomt in de moderne samenleving: onder andere een sterke afhankelijkheid van de warmte van anderen, gepaard met angst voor die afhankelijkheid en een gevoel van innerlijke leegte.

' Het verscheen ook in een tijd dat de mensen zich afvroegen wat er met al dat idealisme van de jaren zestig was gebeurd. Waar zijn al de radicalen gebleven? Dit boek scheen daar een antwoord op te geven.'

President Jimmy Carter probeerde in 1979 politieke vertaling te geven aan de inhoud van het boek. Hij sprak over een malaise. Dat sloeg toen niet zo aan.

' Ik denk dat het hem tot eer strekte dat hij een nieuw soort gesprek wilde openen over grenzen aan de welvaart, maar het kwam ongelukkig over. Het leek wel of Carter de mensen de les las en dan nog wel degenen die niet voor beschuldigingen van verkwisting en overdaad in aanmerking kwamen in een tijd dat de levensstandaard voor de middenklasse al achteruit ging.

' De pers heeft Carter nooit een kans gegeven. Ze maakten hem al belachelijk voor hij die toespraak gaf. Ik herinner me de satirische verslagen van de vergaderingen die hij hield. Op de een of andere manier werd gesuggereerd dat de president de mensen niet moet toespreken over zaken waar hij diep van overtuigd is. Andere politici concludeerden dat je nooit een sombere toon moest aanslaan en dat je de mensen niet moet storen in hun illusies dat het steeds beter gaat.

' Toch denken de mensen wel degelijk dat het slechter gaat. Carter's opiniepeiler, Patrick Caddell, had eind jaren zeventig al vastgesteld dat mensen uit de middenklasse voor het eerst niet meer geloofden dat ze erop vooruit zouden gaan. Ze hadden hun vertrouwen verloren in de regering en in de publieke instellingen. Carter en zijn medewerkers waren terecht gealarmeerd. Ze wisten alleen niet hoe ze dit gegeven in een politiek haalbaar programma moesten vertalen. En ik ben ervan overtuigd dat niet alleen Reagan maar ook de hele Democratische partij de zelfde les trok uit het optreden van Carter: je moet altijd blijmoedig zijn.

' Er is veel klassebewustzijn in dit land. Terwijl de Democraten maar bleven vertellen dat de mensen niet geinteresseerd zijn in verschillen tussen arm en rijk en in hun dalende levensstandaard, maar in efficiency, produktiviteit en in competentie. Als Amerikanen dergelijke waarden zo belangrijk zouden vinden, waarom kunnen ze de Japanners dan amper bijhouden? Wat zijn de gevolgen van deze economische wedijver? Het is heel ontmoedigend dat er over zulke problemen zo weinig publieke discussie bestaat.'

In de jaren zeventig uitte het narcisme zich in immateriele zelfontplooiing, zoals psycho-analyse, seksuele lustbeleving, encountergroepen of experimenteel druggebruik. In de jaren tachtig was materiele ontplooiing belangrijker.

' Ik denk niet dat de jaren tachtig alleen een orgie van materialisme waren. De politieke veranderingen in de jaren tachtig kwamen ook voort uit een algemene vervreemding van links-liberale politici. Links-liberale democraten werden zo sterk geassocieerd met de zogenoemde sociale kwesties zoals abortus, gedwongen busvervoer voor schoolkinderen om scholen te desegregeren, positieve discriminatie, de oppositie tegen de doodstraf en een rechterlijke macht die wetten maakte, dat ze de kiezers uit de middenklasse en uit de arbeidersklasse kwijt raakten. De Republikeinen hebben onder Reagan deze sociale kwesties uitgebuit en zichzelf als populisten kunnen afficheren hoewel hun economische programma alleen een kleine groep bevoordeelde.

' De bewustzijnsstromingen waar ik over schreef, concentreerden zich in de bovenste lagen van de middenklasse. Sommige vooronderstellen een zekere mate van welstand en die zijn ook niet verdwenen. Er is nog steeds belangstelling voor aerobics, bodybuilding en allerlei soorten pseudoreligies en spirituele new age-bewegingen.

' Ik zie geen grote breuk tussen de jaren zeventig en de jaren tachtig. Alleen de materiele aspecten werden in de jaren tachtig meer benadrukt. De Reagan-regering gaf de toon aan. Plotseling was het goed om zoveel te verdienen als je kon en om er een opgeblazen levensstijl op na te houden, ook al leidde dat tot grote schulden. In de jaren zeventig voelden mensen zich nog een beetje in verlegenheid gebracht als ze veel geld hadden.'

Familiebanden worden steeds losser, hoewel iedere Amerikaanse politicus spreekt over het typisch Amerikaanse gezin.

' Dat komt ook omdat de mensen zo bezig zijn met hun werk. Het is helemaal niet ongewoon voor mensen met lagere inkomens om twee banen te hebben, omdat ze zonder meer aannemen dat een inkomen niet genoeg is voor een gezin. Meestal werken beide ouders. Dan is er geen tijd over voor andere dingen, zoals koken of zorg voor de kinderen.

' In een recente opiniepeiling bleek een ruime meerderheid van de werkende vrouwen liever thuis te blijven, als ze het zich konden veroorloven. Ongeveer de helft van de mannen zei het zelfde. Dat zegt wel iets over de tevredenheid over hun werk: die is niet groot. Er zijn niet veel banen die bevrediging schenken. Mijn studenten verwachten allemaal dat ze creatieve banen zullen krijgen, banen waar ze hun verbeeldingskracht op kunnen uitleven. Maar ik vrees dat ze zullen ontdekken dat er niet veel van dat soort banen zijn.

' Alleen mensen in hogere functies werken omdat ze menen dat het 100 procent vrijheid geeft. 'Dat is wel en niet goed', denk ik dan. Het is niet goed voor vrouwen om alleen kinderen groot te brengen. Ze moeten ook een leven buitenshuis hebben. Maar het is ook niet goed als dat de vorm van carrierezucht aanneemt, wat in die wereld van hogere functies zo veel gebeurt. Het najagen van geld en status is al geen waardige zaak, maar de kinderen lijden er ook erg onder, als hun belangen telkens weer worden opgeofferd aan de optimale loopbaankeuze.'

Waarom moeten vrouwen thuis zijn om de kinderen op te voeden en niet de mannen?

' De hele geschiedenis getuigt van onderdrukking van de vrouw. Dat valt niet te ontkennen. Maar er is meer dan een oplossing. De oplossing die zo uitsluitend de nadruk legt op carrieres voor vrouwen is de gemakkelijkste en de meest banale. De mannen doen het, dus waarom zouden vrouwen het niet doen?

' Een andere benadering zou zijn om echte veranderingen aan te brengen in de werkstructuur voor zover dit mogelijk is, meer flexibele schema's, minder fanatiek aandringen op produktiviteit, een drastisch kortere werkweek, wat volgens mij goed mogelijk is in technisch en economisch opzicht. Maar dat zou leiden tot een fundamentele herorientatie van het hele gecorrumpeerde samenlevingsethos.

' Ook milieu-overwegingen maken het waarschijnlijk onmogelijk om over de hele wereld de hoge produktiviteitscijfers te handhaven. Maar dan moeten de mensen wel gewend raken aan een bescheiden levensstandaard. Mijn hoop is dat dit al gebeurt, nu de levensstandaard daalt, zodat de mensen ontvankelijk worden voor dit soort verhalen.'

U benijdt de generatie van de onderhandelende partners - wie werkt, wie zorgt voor de kinderen - niet?

' Nee, ik denk van niet. Ik heb altijd overhoop gelegen met de feministische beweging. Ik ben het probleem gaan zien in het licht van de continuiteit tussen de generaties. Misschien is culturele overbrenging het eerste probleem wat samenlevingen moeten oplossen. Hoe kan alles op zo'n manier aan de volgende generatie worden overgebracht dat de volgende generatie toegang heeft tot wat de eerdere hebben kunnen ontdekken, zonder dat ze teveel belast raakt met de schulden, vooroordelen en vormen van parochialisme van de vorige generaties.

' Dat mechanisme van culturele overbrenging zie ik kapot gaan, in het onderwijs - het meest opvallende voorbeeld - maar ook in de familie. Als je de familie serieus neemt als het belangrijkste middel waardoor culturen worden overgebracht, dan kun je niet anders dan gereserveerd staan tegenover de richting die het feminisme is ingeslagen, omdat het zoveel overwinningen heeft behaald ten koste van de familie en eigenlijk ten koste van kinderen. En vaak heel openlijk, alsof de rechten van vrouwen gaan boven de rechten van kinderen, een ongelukkige manier van denken.'

U werkte, uw vrouw zorgde voor de kinderen en heeft nooit buitenshuis gewerkt?

' Ja, maar het was ongebruikelijk, ook in vergelijking met onze vrienden. Het typische patroon was dat vrouwen na tien, vijftien jaar teruggingen naar hun werk. En natuurlijk betaalden ze een zware professionele prijs voor al die tijd dat ze waren weggeweest.'

En in uw meer traditionele omgeving kon u wel cultuur overdragen?

' Ik hoop het, al was het toch moeilijk omdat de directe omgeving daarin ook een rol speelt. Hoe de samenleving zich nu zonder veel cultuuroverdracht ontwikkelt, weten we niet. We hebben er geen ervaring mee wat er gebeurt als iedere volgende generatie minder toegang heeft tot het verleden, zelfs het directe verleden, laat staan het verre verleden. Je wordt vandaag de dag geconfronteerd met een staat van semi-amnesie. Er is weinig toegang tot het verleden en men vindt ook dat het er niet toe doet. Er valt niets te leren. Er gebeurde niets, tien of vijftien jaar geleden, vindt men.'

Amerika heeft toch een sterke religieuze inslag. Is godsdienst geen manier van cultuuroverdracht?

' Ik weet niet wat ik daarmee aan moet. Geeft godsdienst werkelijk toegang tot het verleden of is het zo oppervlakkig dat het weinig te betekenen heeft? Het is zeker een manier om cultuur over te dragen. En Amerikanen maken een hoop lawaai over godsdienst. Maar hoe diep het in hun levens is doorgedrongen blijft de vraag.'

Bent u godsdienstig?

' Niet in formele zin. Ik ken ook niemand die godsdienstig is. Ik heb niet veel over het probleem nagedacht en ben gehandicapt door gebrek aan kennis over hedendaagse Amerikaanse godsdienst.

' Mijn ouders waren militant anticlericaal. Ze waren linkse New Deal-liberalen en voelden zich tamelijk verwant met het socialisme. Ik ben veel meer geinteresseerd in godsdienst dan zij waren en ik heb sommige religieuze standpunten, hoewel ze waarschijnlijk niet als christelijk worden herkend. Ik heb zelfs een positieve kijk op de christelijke traditie op een manier die afschuw zou hebben gewekt bij mijn ouders. Zij zouden denken dat ik teruggevallen ben van hun verlichtingsmodel van kritisch denken.'

Waren uw ouders soms religieus opgevoed dat ze er zo op tegen waren?

' Ik weet het niet. Ik ben een levend voorbeeld van de amnesie die ik betreur. Ik was me nooit bewust van de geschiedenis van onze familie en met de grootste moeite heb ik er wat van kunnen reconstrueren. Het is moeilijk om me er bijzonderheden van te herinneren omdat ze voor mij niets betekenden.

' Voor zover ik weet hadden mijn grootouders ook geen godsdienst. Ze kwamen uit het Midden-Westen. Ze waren produkten van de Duitse gemeenschap daar. Een deel daarvan is tot vandaag sterk Lutheraans gebleven. Dat gold zeker niet voor mijn grootouders van beide zijden, want in die tijd was bij hen niet alleen de godsdienst maar ook de Duitse taal volledig uitgestorven. Beide families behoorden tot de lagere middenklasse en mijn ouders waren de eersten die naar college gingen. Ze waren toen helemaal geseculariseerd. De onwetendheid over mijn grootouders, mijn afstamming, geeft me culturele duizelingen.'

    • Maarten Huygen