CBA stemt in met werving Joegoslaven door metaalbedrijven

ROTTERDAM, 10 nov. Het Centraal Bureau Arbeidsvoorziening adviseert minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid) metaalbedrijven in de Rijnmond onder bepaalde voorwaarden toe te staan werknemers in Joegoslavie te werven. De bedrijven zeggen te kampen met een groot tekort aan vakbekwame metaalarbeiders.

Het advies van het Centraal Bureau Arbeidsvoorziening (CBA), dat gisteren is opgesteld, volgt op een excursie afgelopen week van vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en het ministerie van sociale zaken naar Spanje en Portugal. Zij hebben nagegaan of uit beide landen metaalarbeiders beschikbaar zijn die aangetrokken zouden kunnen worden voor tijdelijk werk in de Rijnmond. Dat bleek niet of nauwelijks het geval. Verwacht wordt dat Sociale Zaken volgende week beslist conform het CBA-advies.

Verschillende metaalbedrijven in de Rijnmond, waaronder Grootint, Verolme Botlek en Mercon, verzochten het ministerie eind augustus op korte termijn 300 tot 700 ijzerwerkers, lassers en pijpfitters te mogen werven in Joegoslavie. Het verzoek werd ondersteund door de werkgeversorganisatie FME, die daarbij op wees op het gevaar van prijsopdrijving door koppelbazen die personeelstekorten uitbuiten door werknemers met hoge netto uitkeringen weg te lokken. Dit risico zou kunnen worden beperkt door metaalarbeiders van elders aan te trekken.

Sociale Zaken vroeg advies aan het CBA, het nieuwe orgaan dat het arbeidsmarktbeleid coordineert en waarin werkgevers, werknemers en overheid de verantwoordelijkheid delen. Voor het afgeven van vergunningen voor tewerkstelling van werknemers uit landen buiten de Europese Gemeenschap geldt een restrictief beleid. Alleen als de noodzaak vaststaat en de bedrijven kunnen aantonen dat ze serieus proberen via scholingsactiviteiten meer mensen op de regionale arbeidsmarkt aan te trekken, kunnen ze toestemming krijgen om tijdelijk niet-EG-onderdanen te werven. De werving moet zich daarbij in eerste instantie richten op Spanje en Portugal, die weliswaar deel uitmaken van de EG, maar (nog) niet vallen onder het vrije verkeer van werknemers zoals binnen de rest van de EG geldt.

Het CBA raadt Sociale Zaken aan een speciale commissie, de zogenoemde tripartite metaalcommissie, te laten toetsen of de bedrijven die Joegoslaven willen werven voldoen aan bepaalde voorwaarden. Deze hebben betrekking op de inspanningen die de bedrijven zich getroosten om hun werknemers beter op te leiden en om werklozen voor een baan in de metaal te interesseren. Tenslotte zouden de bedrijven hun ondernemingsraden moeten informeren over de mate waarin zaken worden gedaan met onderaannemers.

Een van de uitgangspunt zou moeten zijn dat de bedrijven ongeveer net zoveel Joegoslaven mogen aantrekken als ze werklozen opleiden. Met name de vertegenwoordigers van de vakorganisaties hebben zich hier sterk voor gemaakt. Zij zouden het onaanvaardbaar vinden wanneer een metaalbedrijf toestemming zou krijgen om bijvoorbeeld honderd Joegoslaven te werven terwijl niet meer dan tien werklozen uit de Rijnmond zouden worden opgeleid. De speciale commissie zou moeten worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de twee regionale bureaus voor de arbeidsvoorziening in de Rijnmond en de Drechtsteden.