Ajaz Moetalibov over de kwestie-Karabach; 'De harde hand is geen uitweg'

Begin dit jaar vonden in Azerbajdzjan pogroms tegen de Armeense minderheid plaats. Dat was voor de Sovjet-regering aanleiding om troepen naar Bakoe te sturen. Tijdens de onlusten die volgden vielen meer dan honderd doden en op straat werden massaal de partijboekjes verscheurd. Maar de communisten keerden terug en ze zijn zelfverzekerder dan ooit. Een gesprek met Ajaz Moetalibov, president van de republiek. Hij weet wat het volk wil: het volk wil hem.

De wonderbaarlijkste overwinning bij de parlementsverkiezingen in Azerbajdzjan droeg Geidar Alijev weg, voormalig Politburolid, voormalig eerste partijsecretaris van de republiek en grote vriend en vereerder van Leonid Brezjnev. Over Alijev (67) doet het verhaal de ronde dat hij Brezjnev bij zijn laatste bezoek aan Bakoe, in 1982, zoveel diamanten en edelstenen schonk dat de directeur van de Bakinese juwelenfabriek zich door het hoofd schoot omdat hij niet wist hoe hij het gat in zijn begroting moest dichten. Pas in 1987 werd Alijev door Gorbatsjov uit het Politburo verwijderd en sindsdien woonde hij stilletjes als 'persoonlijk gepensioneerde' (met behoud van privileges) in zijn Moskouse datsja bij zijn dochter, in de hoop dat de bui over zou trekken. Het heeft er nog even somber voor hem uitgezien, toen zijn naam werd genoemd in verband met de geruchtmakende rechtszaak tegen Joeri Tsjoerbanov, de schoonzoon van Brezjnev die wegens grootschalige corruptie tot 12 jaar werkkamp is veroordeeld. Welnu, voor Alijev lijkt de zon weer te zijn doorgebroken. Hij werd met 95 procent van de stemmen gekozen, een percentage dat waarlijk aan de verkiezingsresultaten van de Periode van de Stagnatie doet denken.

Toegegeven, Alijev is niet in Bakoe gekozen, maar in Nachitsjevan, de Azerbajdzjaanse enclave in Armenie aan de Iraanse grens, waar hij geboren werd en waar de bevolking een half jaar geleden gezamenlijk en ongestoord de grensversperringen demonteerde om zonder plichtplegingen familieleden in Iran te kunnen bezoeken. Nachitsjevan voelt zich omsingeld door de Armeniers en hoopt misschien dat de eens zo machtige arm van Alijev bescherming kan bieden. Bovendien hebben talloze inwoners van Nachitsjevan (295.000 in totaal) aan Alijev hun goede betrekkingen te danken, want in het nepotistische Azerbajdzjan worden familieclan en streekgenoten hoog in ere gehouden. Uit dankbaarheid voor zijn attenties prijkt in de stad nog altijd een borstbeeld van de 'geniale zoon van het Azerbajdzjaanse volk', zoals Alijev zich graag liet noemen.

Alijev is terug in de schoot van zijn volk, maar nog veel opmerkelijker is dat de communistische partij in Azerbajdzjan weer terug in het zadel is geklommen. Negen maanden geleden, op 20 januari, vielen troepen van het Rode Leger Bakoe binnen, waar meetings en manifestaties waren gevolgd op anti-Armeense pogroms. Er vielen 138 doden. Uit woede over de inval verbrandden honderden Azeri in het openbaar hun partijboekjes en verlieten duizenden de partij. Volgens de officiele versie werden de troepen ingezet om een machtsgreep van het Volksfront te verijdelen, volgens de oppositie om een overwinning van de democraten bij de verkiezingen te voorkomen. Als dat laatste inderdaad het doel is geweest, dan zijn de communisten daar wonderwel in geslaagd, want tijdens de parlementsverkiezingen van september wist het Volksfront maar 25 van de 360 zetels in de wacht te slepen. Terwijl in veel Sovjet-republieken de macht van de communistische partij aan het afkalven is, is zij in Azerbajdzjan weer uit de as herrezen.

Smoes

De herrijzenis van de partij lijkt in niet geringe mate de verdienste van Ajaz Moetalibov, voormalig fabrieksdirecteur, voormalig premier, sinds januari eerste partijsecretaris en sinds dit voorjaar president van de republiek. Met deze vermenging van functies lijkt Moetalibov geen enkele moeite te hebben. Hij zetelt in het centrale partijgebouw in Bakoe, waar naast het bescheiden bordje 'Centraal Comite van de communistische partij' een meer dan levensgroot bord prijkt met de tekst 'President van de socialistische Sovjet-republiek Azerbajdzjan'. De onberispelijk geklede en gecoiffeerde president schrijdt me tegemoet en doet me plaatsnemen in zijn kamer met uitzicht op de Kaspische Zee. Hij weet wat hij wil. Hij weet wat het volk wil. Het volk wil hem.

Een medewerker van de president komt melden dat de Moskouse televisie hem de volgende dag in een live-uitzending wil met zijn Litouwse collega Vytautas Landsbergis. Ik met die Landsbergis in een uitzending, briest Moetalibov, ik denk er niet aan. Bedenk maar een smoes, ik heb morgenavond een uiterst belangrijke bijeenkomst, bedenk maar wat! Ik weet toch waar ze op uit zijn! Het voorval blijkt tekenend voor de houding van de president ten opzichte van democraten en onduidelijke intellectuelen 'zonder levenservaring'. Daar gaat hij zijn tijd niet mee verdoen.

Uit woede, machteloosheid en ontevredenheid met de koers van de partij verbrandden de mensen in januari hun partijboekjes, denkt Moetalibov. De schuld voor de escalatie van de situatie ligt deels bij Gorbatsjov, deels bij Moetalibovs voorganger, eerste partijsecretaris Abdoelrachman Vezirov, die de situatie niet juist heeft ingeschat. In zijn plaats zou Moetalibov zijn afgetreden. ' Alle mogelijkheden hadden moeten worden benut om bloedvergieten te voorkomen. Gorbatsjov was goed geinformeerd. Hoeveel codeboodschappen zijn er niet naar hem gestuurd dat de situatie uit de hand dreigde te lopen, maar het enige wat Vezirov te horen kreeg was: heb geduld! De inval van de troepen heeft de president en de hoogste staatsmacht verder in discrediet gebracht. En wat ons betreft: wij hadden het niet zo ver moeten laten komen. Als ik als president van Azerbajdzjan niet voor de handhaving van de orde kan zorgen moet ik daar de conclusies uit trekken. Als politicus moet ik weten wat het volk over me denkt. Als je populariteit daalt moet je opstappen. Dat is de politieke oplossing voor een machtscrisis in elke staat.'

Moetalibov laat er desalniettemin geen misverstand over bestaan dat het de oppositie is geweest die de schuld draagt voor het bloedbad. Er was wel degelijk sprake van een poging tot machtsovername. ' Het Volksfront probeert het allemaal voor te stellen als vrijheidsstrijd. Als zoon van het Azerbajdzjaanse volk ben ik ook voor onafhankelijkheid, maar dan wel met geciviliseerde methoden en niet met bloedvergieten. Welk normaal mens zoekt de confrontatie met een leger? En plotseling drijft een hoopje nieuwbakken revolutionairen de mensen onder de tanks. Drie dagen bad en smeekte men hen het niet op een confrontatie aan te laten komen. Maak van Azerbajdzjan geen laboratorium voor de Baltische republieken! Maar het doel was bloedvergieten. Het gemiddelde intellect van het volk is niet hoog: tanks, de Russische laars, ze komen ons vernietigen en hup, de barricaden op. Wat is het saldo? Schande over ons, en verder niets.'

Sprookjes noemt Moetalibov de uitspraken van Volksfrontleiders dat zij de bevolking niet tot anti-Armeense pogroms hebben opgeroepen, maar in tegendeel juist hebben gewaarschuwd en tijdens de pogroms de straat op zijn gegaan om Armeniers te redden, een feit dat destijds overigens door alle ooggetuigen bevestigd werd. ' Op 13 januari was die enorme meeting op het Leninplein. Daar riep de volksleider Neimet Panachov, die zich nu in Turkije schuilhoudt, dat er in Bakoe geen enkele Armenier over mocht blijven. Waarom heeft niemand van de leiding van het Volksfront daar toen tegen geprotesteerd? Dan vraag ik hen: als jullie het gezonde deel van het Volksfront zijn waarom hebben jullie je kwaliteiten als man dan niet gebruikt om het volk van de onlusten af te houden? Ik had ze godbetert allemaal kunnen laten oppakken. Dat doe ik niet, want het is mijn volk en ik schaam me voor elke arrestant!'

Machtsovername

Een dezer dagen begint in Bakoe het proces tegen Etibar Mamedov en Rachim Kazyev, twee Volksfrontleiders van de radicale vleugel die op 13 januari het zogenaamde Comite voor nationale verdediging oprichtten. Dat comite, dat in feite dus nauwelijks bestaan heeft en nog geen enkele activiteit had kunnen ontwikkelen, vormde voor de autoriteiten het formele argument om te spreken van een poging tot machtsovername en de troepen in te zetten. Volgens de oppositie was het comite een KGB-opzetje. Mamedov en Kazyev zitten sinds 26 januari in Moskou in voorarrest en de zaak is nu, op verzoek van Moetalibov, overgedragen aan het Oppergerechtshof van Bakoe. Beiden worden beschuldigd van het aanwakkeren van vijandschap tussen de volkeren en schending van de openbare orde. Volgens hun advocaat Jusif Gadzjijev, die in januari uit protest uit de communistische partij stapte en inmiddels lid is van de sociaal-democratische partij, is de aanklacht heel zwak onderbouwd. Men baseert zich voornamelijk op uit hun verband gerukte citaten.

Moetalibov is al bij voorbaat van Mamedovs schuld overtuigd. ' Mamedov is een zelfingenomen jongeman. De spoorwegen een maand lamleggen, dat is een misdrijf tegen het volk! De mensen vragen me wel naar hem en dan zeg ik: hij is toch een revolutionair? Die zijn de ene dag op vrije voeten, de andere dag weer in het gevang!' Moetalibov lacht luid om zijn eigen spitsvondigheid. ' De tijden zijn veranderd. Hij hoeft niet weg te rotten in Siberie. Hij heeft een advocaat. Laat hij zijn onschuld maar bewijzen. Ik had hem in Moskou kunnen laten berechten maar dat heb ik niet gedaan. Ik zal hem vrijlaten. Ik ga hem gratie verlenen, hoewel hij schuldig is.'

De president is over het intellectuele niveau van het Volksfront niet erg te spreken. Het zijn mensen zonder levenservaring, stelt hij. ' Ik zeg weleens, heren, ik heb respect voor die revolutionairen die voor hun overtuigingen in de gevangenis hebben gezeten en nog voor de perestrojka voor hun mening uitkwamen. Maar jullie zijn allemaal met toestemming van Gorbatsjov de straat opgegaan. En als hij het nou eens niet had goedgevonden, waar waren jullie dan gebleven?' Waarom heeft het Volksfront trouwens nooit publiekelijk de schuld voor het bloedbad op zich genomen, zoals de partij wel heeft gedaan? Het vertrouwen in de partij is bij de bevolking deels hersteld omdat de partij een nieuwe, onafhankelijke koers heeft ingeslagen. ' We strijden voor echte soevereiniteit. We maken geen kniebuigingen meer naar het centrum. Mijn felle rede tot het 28ste partijcongres, waarin ik Moskous politiek ten opzichte van het Armeense conflict hekel, heeft ook indruk gemaakt. Een persoonlijkheid betekent veel in deze woelige tijden.'

De communistische partij van Azerbajdzjan is geen gewone onderafdeling van de CPSU meer, maar een partij met socialistische orientatie in brede humanitaire zin. Of die partij nog communistisch moet blijven heten is nu van ondergeschikt belang, maar het communisme afzweren mag bepaalde bedenkelijke politieke elementen niet de mogelijkheid geven de burgeroorlog te ontketenen waar ze op zitten te wachten, aldus Moetalibov. ' We hebben geen democratisch fundament en geen ervaring. We hebben niet het recht het volk in een maalstroom van ellende te storten. Ik wil geen shocktherapie zoals in Roemenie. De macht omverwerpen heeft op zichzelf niets te betekenen. De macht is een uithangbord.'

Vernietigde stemkaarten

Partij en oppositie beschuldigen elkaar over en weer van vervalsing van de verkiezingsresultaten. Beide spreken over onverstuurde stembusoproepen en vernietigde stemkaarten, over intimidatie en oneerlijke campagnevoering. Zoveel is duidelijk: de partij beschikt over een gigantisch apparaat, de oppositie moest zich met zeer gebrekkige middelen behelpen. De militaire commandant van Bakoe, kolonel Valeri Boeniatov, sloot tijdens de verkiezingen het vliegveld af voor de door het Volksfront inderhaast opgetrommelde onafhankelijke waarnemers uit het hele land. Zij werden onverrichterzake huiswaarts gestuurd. Door de bank genomen was de kiezersopkomst bedroevend laag: in Bakoe niet meer dan 50 %. Dat is noch voor de oppositie, noch voor de partij een gunstig teken. Toch laat de man in de straat zich over Moetalibov positief uit. En ook de oppositie geeft toe dat hij een slimme en krachtige politicus is.

De grootste krachtproef voor Moetalibov is natuurlijk de kwestie-Karabach, waar zijn voorganger in feite over gestruikeld is. Zijn standpunt in dezen is duidelijk: onderhandelingen met Armenie kunnen gevoerd worden mits de Armeniers ophouden zich in zijn binnenlandse aangelegenheden te mengen. ' De Armeense intellectuelen moeten hun hovaardij laten varen. Elke tweede Armenier voelt zich een Napoleon. In Armenie is geen enkele Azeri meer over, maar in Azerbajdzjan wonen nog 200.000 Armeniers. Dan is het toch op zijn zachtst gezegd misplaatst om druk op ons uit te oefenen? Vanwege een stuk grond hebben de Armeniers hun broeders in het ongeluk gestort. Zij hebben macht, een sterke diaspora, ze zijn overal aanwezig. Terwijl wij sliepen hebben zij heel geraffineerd het image van het Azerbajdzjaanse volk geschapen als van een volk van schaapherders, Aziaten, vandalen, monsters, dat de christelijke Armeniers vervolgt.'

Met de nieuwe Armeense president Levon Ter-Petrosjan heeft Moetalibov een paar keer contact gehad. Hoewel Petrosjan volgens de president als leider van het voormalige Karabach-comite een van de aanstichters van het onheil is geweest, heeft hij toch hoop dat hij met zijn Armeense collega een gemeenschappelijke taal zal kunnen vinden. Hij vindt hem een nuchter denkend mens en zegt begrip te hebben voor zijn positie. Ter-Petrosjan is aan de macht gekomen op de golven van het Karabach-conflict en nu hij president is vraagt het volk: waar blijft Karabach? ' Maar Karabach kan hij niet pakken. Ik zeg tegen hem, beste kerel, ik voel met je mee. Maar wij moeten ons schamen. We moeten samenleven en wij zullen alleen de geschiedenisboekjes ingaan als we toenadering tot elkaar zoeken. Jullie succes in dit bloederige drama is 7000 vierkante kilometer grond, die de 165.000 Azerbajdzjaanse vluchtelingen uit Armenie hebben achtergelaten.'

De kwestie-Karabach brengt de meeste Azeri het schuim op de lippen en Moetalibovs populariteit zal dan ook samenhangen met zijn onverzoenlijke positie in deze. Verontwaardigd vertelt Moetalibov hoe Petrosjans voorganger Movsesjan hem eens opbelde met het verzoek om een ontmoeting, omdat een paar vertegenwoordigers van Karabach bij hem op audientie waren om over hun problemen te praten. ' Ik zei tegen hem: luister eens, waarom zijn ze bij jou gekomen? Jij bent een bevriend buurland! Karabach is mijn territorium en ze dienen zich bij mij te vervoegen. En jij kunt hun advocaat niet zijn. Maar nu je me toch belt zal ik je eens uitleggen hoe we het probleem zullen oplossen. Pas wanneer jullie begrijpen dat we terug moeten naar de status quo van februari 1988 (toen de autonome provincie Karabach, waar 75 % van de bevolking uit Armeniers bestaat, zich onafhankelijk verklaarde van Azerbajdzjan - red.) kan er een einde komen aan het conflict.

' Wij zijn niet tegen de autonomie van Karabach, maar wij kunnen op het grondgebied van Azerbajdzjan geen andere staatsstructuur erkennen die onze grondwet niet erkent en niet onder de jurisdictie van Bakoe valt. Welk land zou daarmee instemmen? Demonstratief zijn 8 Armeense gedeputeerden uit Karabach in het Armeense parlement gekozen! Dat is alsof er Duitsers zouden worden gekozen in het Franse parlement!' Van die parlementsleden speelt volgens Moetalibov vooral de journalist Zori Balajan een zeer kwalijke rol. De president noemt hem een 'fascistische schavuit' en een 'supernationalist', die gal spuit zodra hij over Azerbajdzjan begint. ' Mensen als hij hebben onze twee volkeren ongelukkig gemaakt. Die moeten voor het gerecht gesleept, ik zou ze laten lynchen, opdat de mensen weten welke straf hierop staat.'

Bidonvilles

Moetalibov heeft net een nieuw dorp van 90 huizen geopend, waar de eerste vluchtelingengezinnen uit Armenie zich hebben gevestigd. Het zijn deze vluchtelingen, gehuisvest in bidonvilles in de buitenwijken van Bakoe, die zich aan de Armeniers hebben vergrepen. Moetalibov wil deze Azerbajdzjaanse boeren zo snel mogelijk herhuisvesten in nieuwe dorpen om verdere problemen te voorkomen. ' Het zijn verbitterde mensen. Ze zijn van de ene dag op de andere uit hun huis gezet en 'swinters over de bergen gejaagd. Daarbij zijn minstens 70 mensen omgekomen. We hebben gruwelijk fotomateriaal van vrouwen met afgesneden borsten, met in hun huid gekerfde kruisen, maar anders dan de Armeniers laten we dat materiaal niet zien, dat is veel te gevaarlijk. Ik heb vanochtend tegen ze gezegd: koester geen wrok. Hier heb je grond en huizen, over twee jaar is dit een paradijs. Ga aan de slag, kweek tomaten, de hele wereld schreeuwt om tomatenpasta, we zullen jullie deels in valuta betalen. Jullie toekomst zal prachtig zijn.'

Hoeveel Azeri er na de pogroms zijn veroordeeld zegt Moetalibov niet te weten omdat die zaak door de centrale autoriteiten is afgehandeld. Na de inval van de troepen zijn er volgens het Volksfront een paar honderd Volksfrontleden gearresteerd. Juiste cijfers daarover zijn niet te krijgen. Hier en daar zijn al veroordelingen uitgesproken, maar het totaalbeeld blijft onduidelijk.

Alijevs verkiezing in Nachitsjevan kan Moetalibov niet vreselijk bekoren. Hij ziet in hem een politieke tegenstander, die bij de toch al zo gespannen situatie in de republiek alleen maar een hinderpaal is. ' Ik heb hem afgeraden hier naartoe te komen. Alijev is een klassieke vertegenwoordiger van de Brezjnev-periode, hij was generaal van de KGB, wat wil je nog meer? Veel mensen zijn verontwaardigd dat hij terug is gekomen. De telefoon stond hier roodgloeiend, zijn handen zijn met bloed bevlekt. Bovendien stamt hij uit een tijdperk dat het systeem nog werkte. De situatie is nu radicaal veranderd: problemen met Armenie, een binnenlandse oppositie. Als hij op mijn plek zou hebben gezeten zou hij mij niet hebben toegelaten. Hij pleit nu voor hard optreden tegen Armenie, maar de harde hand is geen uitweg. Karabach is immers een produkt van zijn wanbeleid. Wij hebben nu al meer gedaan voor Karabach dan hij tijdens zijn hele dertienjarige bewind.'

Alijev maakte begin jaren zeventig als eerste partijsecretaris - net als Edoeard Sjevardnadze in het naburige Georgie - carriere door tegen de corruptie te strijden. In feite verving hij de ene clan door de andere. Maar met zijn val is er aan de corruptie in Azerbajdzjan geen einde gekomen. Nog steeds zijn smeergeld en steekpenningen de gewoonste zaak van de wereld, aldus de Azeri. Moetalibov geeft dat toe, maar ziet een oplossing van het probleem in een snelle doorvoering van economische hervormingen. ' Het economische verdeelsysteem dat in ons land bestond is een ramp. Vechten met corruptie kun je slechts door mensen hun eigen zaakje, hun eigen bezit te geven. Maar dat 500-dagen-programma van de Russische regering is puur avonturisme. Privatisering levert niets op zolang onze produkten niet met het westen kunnen concurreren.' Moetalibov ziet een soeverein Azerbajdzjan voorlopig nog in confederatief verband met de Unie. Een eigen leger vindt hij zinloos, maar op Azerbajdzjaans grondgebied spelende kwesties moeten door de Azerbajdzjaanse autoriteiten worden geregeld.

'De wereld is nog steeds in blokken opgedeeld en je moet je bij een van die blokken aansluiten. Azerbajdzjan mag geen twistappel worden tussen, bijvoorbeeld, Turkije en Iran. Wij hebben een traditionele band met Rusland, maar het moet wel een gentlemen's agreement zijn. Als het ons lukt de Unie te transformeren tot een confederatie zal dat een groot succes zijn, maar helaas verandert de situatie op dit moment zo snel dat de kansen met de dag kleiner worden. De Armeense aanvallen op dorpen in de provincie Kazach, afgelopen augustus, dat was je reinste oorlog! Met zwaar artillerievuur werd een dorp van 100 huizen gebombardeerd. Ze moesten met behulp van militaire helicopters worden uitgeschakeld! Gorbatsjov heeft veel tijd verspild. Hij had van tevoren moeten weten wat hij wil. Voordat we de bestaande structuren afschaften hadden we iets effectievers moeten bedenken. We spreken over een rechtsstaat maar als de burger zijn leven niet zeker is is er van democratie geen sprake. Dit is toch geen democratie, dit is pure anarchie!'