Zwijgend gezelschap

Je doet een deur open en je kijkt in een kamer uit de zeventiende eeuw. Mooi houtsnijwerk, je zou hier alles wel eens goed willen bekijken, maar je hebt de deur al weer dichtgedaan. Je hebt ook gezien dat een vrouw zich in een hoek opmaakt en die kun je niet zomaar storen.

Op de gang denk je na. De vrouw stond wel erg stil. Ze keek in de spiegel, kamde haar lange haren en toch zag je haar geen beweging maken. Wat had ze aan? Vooral die lange witte rok is je bijgebleven. Ook die bewoog vreemd genoeg niet. De rok had op het ritme van de kammende hand zacht heen en weer moeten gaan.

Langzaam zet je de deur op een kier. Ze staat er nog steeds. Haar houding is niet veranderd. Ze kijkt je met haar zwarte ogen doordringend aan. Je trotseert haar blik en loopt voorzichtig op haar af. Dan zie je dat haar hoofd, lichaam, kleren en de spiegel op hout zijn geschilderd. Alleen de schaduw op de wand is echt.

Meer dan driehonderd jaar geleden liet de vrouw of de heer des huizes zich soms levensgroot portretteren. Niet op een doek maar op een stuk hout dat je overal neer kon zetten. Misschien was de vrouw in deze kamer in werkelijkheid op reis. Om haar niet helemaal uit het oog te verliezen stelde haar echtgenoot haar plaatsvervangster heel opvallend ten toon.

Je gaat de kamer uit en sluit de deur. Zwijgend gezelschap, zo werd die levensechte pop vroeger genoemd. Je herinnert je weer de witte rok en die doordringende blik.

De kammende vrouw ziet eruit alsof de verdwenen reizigster elk ogenblik zou kunnen terugkeren.

    • K. Schippers