Wind en kraai

Ik word weinig bemind, zei de kraai tot de wind, Laat nou eens horen wat jij daar van vindt: Je krijgt als kraai maar zo zelden een aai, Hoogst zelden een aai en dat vind ik zo saai. Maar ik aai waar ik waai, zei de wind tot de kraai, Ik aai waar ik waai en waar het mij zint;

Ik aai wat ik vind en dus ook menig kind. Menig kind, sprak de wind, en ook menige kraai. Maar dat strelen van velen, dat gaat wel vervelen; Ja, al dat gestreel wordt mij soms wat te veel. Ik deed nu zo graag eens wat anders dan waaien; Wat dunkt jou, als kraai: kan ik ook leren kraaien? Helaas, sprak de kraai, dat gaat mij niet aan. Je moet niet bij mij zijn maar meer bij de haan; Een kraai leidt zijn roepdrift in andere banen: Een haan kan wel kraaien, maar een kraai kan niet hanen.

Bettelheim stierf in maart dit jaar, op 86-jarige leeftijd, schrijft Pekow, in 'isolated misery'; in feite was het zelfmoord. 'Hij had zichzelf gezien als een 'tower of sanity', met een uniek recept tegen verdriet; maar nadat hij met pensioen was gegaan en vooral na de dood van zijn vrouw in l984 werd hij gekweld door depressies. Hij, die zoveel mensen had gedwongen te leven in inrichtingen, vond het ondragelijk te leven in een bejaardentehuis. Zoals zo menige bullebak: he could dish it out, but he couldn't take it.'