Voorrang voor vrouwen in Friesland werkt niet

LEEUWARDEN, 9 nov. Het voorkeursbeleid van de provincie Friesland heeft de afgelopen twee jaar niet geleid tot een aanmerkelijke toename van het aantal vrouwen binnen het provinciaal ambtelijk apparaat. De kwalificatie 'voldoende geschikt' blijkt geen garantie te zijn dat er meer vrouwen worden aangenomen. Dit stelt de Werkgroep Positie Vrouw van de provincie Friesland, die Gedeputeerde Staten en de directies adviseert over emancipatiezaken.

Friesland was in 1988 een van de eerste provincies die besloten om bij voldoende geschiktheid een vrouw aan te nemen voor een functie, ook al is een mannelijke kandidaat beter. Tot die tijd werd bij gelijke geschiktheid de voorkeur gegeven aan een vrouw. Bij de provincie Friesland werken duizend ambtenaren, onder wie 270 vrouwen (27 procent). Deze vrouwen werken voor 67 procent in deeltijd. Van alle 'deeltijders' is 76 procent vrouw.

'Op papier is het een prachtig beleid, maar in de praktijk blijkt het niet te werken, omdat 'voldoende geschikt' een term is die niet hard te maken is', stelt voorzitter P. van den Heuvel van de werkgroep. 'Natuurlijk is er wel iets verbeterd, zoals de kinderopvang en het halfjaarlijkse ouderschaps verlof, maar vrouwen blijven ondervertegenwoordigd in hogere en leidinggevende posities.' De reden ligt volgens haar in de 'historische mechaniek': 'Het is nog steeds niet gewoon om te zeggen: We nemen een vrouw, natuurlijk.'

Bij de provincie Friesland heeft 19 procent van de vrouwen een hogere functie, tegen 42 procent van de mannen. Op leidinggevend niveau liggen die percentages op respectievelijk 4 en 20 procent. Gedeputeerde K. Walsma geeft toe dat het streefpercentage van vijftig procent vrouwen niet is gehaald. In 1988 bleken er voor de 31 externe vacatures vijf vrouwen te zijn aangenomen. Door dat teleurstellende resultaat werd het 'positieve-actiebeleid' aangescherpt en werden chefs achteraf verplicht verantwoording af te leggen waarom er geen vrouw was benoemd.

Volgens Walsma had dat resultaat. 'Het jaar daarop waren er bij externe sollicitatieprocedures twaalf vrouwen van de in totaal 20. Dat is 60 procent.' Volgens Van den Heuvel werkt het achteraf rapporteren echter niet. 'Er wordt toch weer een man benoemd omdat er geen stok achter de deur staat. GS en de directie zouden zich er sterk voor moeten maken om voor hogere en leidinggevende functies, waarin vrouwen zwaar ondervertegenwoordigd zijn, alleen onder vrouwen te werven. Maar dat wekt weerstanden op.'