Spanning en erotiek in een landelijk decor

Voorsteling: De Daders, een Pastorale. Regie: Jan Langedijk; spel: Mike van Alfen, Claudia Buser, Jimi D. Voce, Wouter Steenbergen, Louis Vine; dramaturgie: Robert Steijn; decor: Gert Bakker. Gezien: Toneelschuur Haarlem. Nog te zien aldaar t/m 10/11, daarna tournee.

Het is een uitdagend experiment: een mimegroep beeldt een roman uit waarin het woordgebruik zo overdadig is dat vrijwel alle recensenten die de Nederlandse vertaling ooit bespraken er op een bepaald moment akelig van werden. In de voorstelling De Daders van Jan Langedijk wordt geen woord gesproken. De roman De Pornografie van de Poolse schrijver Witold Gombrowicz, waarop De Daders is geinspireerd, verhaalt over twee dertigers die het platteland bezoeken. Daar vergapen zij zich aan de jeugdige onschuld van een jongen en een meisje. 'Tegenover de uitspraak: De mens wil God zijn, stel ik een andere, wreed en onmetelijk: De mens wil jong zijn', zo verwoordde Gombrowicz het thema. De wreedheid is hierin gelegen, dat de mens zich alleen maar steeds verder van het object van zijn begeerte kan verwijderen. De twee mannen zetten de kinderen aan tot moord en bespoedigen zo hun uittocht uit het paradijs van de onschuld.

De Daders speelt zich af in een landelijk decor. Ongeverfd hout lijkt Jan Langedijk in zijn voorstellingen achterna te reizen. Hier is het gestileerd tot een fraaie, landelijke schuur in een landschap van gemalen boomschors. In de schuur ligt een stapel groene kolen, twee geiten scharrelen rond in de schors. En dat is eigenlijk wat iedereen hier doet: een beetje rond scharrelen. De twee voyeurs, mannen met hoeden in pakken zonder das, speuren besmuikt rond, terwijl de jongen en het meisje in folkloristische dracht onbevangen aan het werk zijn. De geiten doen een beetje van allebei, soms besmuikt, bijna onmerkbaar bewust van de aanwezigheid van anderen, soms onbevangen. Er is weinig concrete actie en toch gebeurt er veel tussen de personages. Alles balt zich samen in subtiele bewegingen die een maximum aan 'suspense' teweegbrengen. Wat past dit goed bij de personages van Gombrowicz, met hun verschrikkelijke binnenwereld vol minutieuze overpeinzingen en strategieen gebaseerd op de kleinste bewegingen van de mensen om hen heen. Het past ook goed bij Jan Langedijk, die al eerder heeft bewezen met een choreogafie van subtiele bewegingen een maximum aan effect te kunnen bereiken.

Het kan niet goed blijven gaan, dit om elkaar heen draaien van de acteurs waarbij de kool en de geit gespaard blijven. De Daders verlaat nu de verhaallijn van het boek. Een vrouw komt op en hanteert een mes met zo'n heftigheid dat ook de geiten aan de kant gaan. Na een tijd gaat ze doodliggen in de schuur, die door een belichting op kaarsen-sterkte en door Hildegard von Bingen-achtige muziek nu erg lijkt op een kerststal. En o wonder, ze beleeft een wederopstanding, wordt Madonna, het onschuldige landschap verandert in een discotheek en de eindelijk bevrijde erotiek zindert door de zaal. Wat heeft dit allemaal te betekenen? Dat er zonder geweld ook geen erotiek bestaat? In elk geval heeft de voorstelling iets van een cake-walk op de kermis: voor je het weet sta je, de disco-dreun nog in je oren, alweer op straat, verwonderd dat het nu al is afgelopen.