Oostberlijner kan leven zonder Muur nog niet begrijpen

BERLIJN, 9 nov. 'Als je het goed beschouwt, moeten wij eigenlijk opnieuw leren leven'. De Oostberlijner zegt het een beetje met spijt in de stem, maar de opening van de Muur, vandaag een jaar geleden, had hij toch niet willen missen. 'Ik begrijp nu nog niet hoe we dat al die jaren hebben kunnen verdragen', denkt hij nu.

Op deze eerste verjaardag van de opening van de Muur zijn de gedachten ondervoormalige DDR-burgers veelal gemengd. Er is sindsdien nog zoveel gebeurd dat men in die gedenkwaardige nacht, toen de mensen jubelend naar West-Berlijn trokken voor een eerste wandeling met open mond, niet voor mogelijk had gehouden. De vrees voor het behoud van de arbeidsplaats met name, die opkwam na de vurig gewenste invoering van de D-mark. En de verdwijning van de DDR als staat, door een minderheid in Oost-Duitsland wel degelijk betreurd.

'Nog elke keer als ik hier langs kom, denk ik: eigenlijk kun je het niet begrijpen', vindt de Oostberlijner die door de Friedrichsstrasse de grens overloopt, die nog alleen tot de bestuurlijke hereniging van West- en Oost-Berlijn op 2 december een grens tussen gemeenten is. 'Het isallemaal te vlug gegaan, dat kan een mens niet bevatten.'

In de Friedrichsstrasse is de Muur, evenals elders in het centrum van Berlijn, bijna spoorloos verdwenen. Ook het wachthuisje van de Westelijke geallieerden, bekend als Checkpoint Charlie, is in juni weggehaald. Aan de grens herinneren nog de enorme overkapping van de DDR-grenswacht, die kennelijk te solide was om deze op korte termijn te kunnen afbreken, en wat betonnen gebouwtjes. Voor het merendeel Turkse handelaren hebben tafels ingericht voor de verkoop van kleine stukjes muur, DDR-vlaggen en DDR-uniformen aan toeristen. Men zegt dat, bij gebrek aan voldoende echte, DDR-vlaggen, nu al vlaggen uit Azie worden geimporteerd.

De plechtigheden voor de eerste verjaardag van de opening van de Muur blijven vandaag bescheiden. Aan de voormalige grensovergang Bornholmerstrasse, die als eerste openging, wordt een gedenkplaat onthuld. Voor vanavond zijn ten minste evenveel plechtigheden voorzien ter herdenking van de 'Kristallnacht' op 9 november 1938, als voor de opening van de Muur.

De euforie van 1989 lijkt een jaar later spoorloos verdwenen, en keerde inmiddels ook niet terug bij historische gebeurtenissen als de Duitse eenheid of de invoering van de D-mark. 'Gek, ik zou kunnen reizen maar ik blijf liever thuis', constateert een Oostduitse tandarts. Wel gaat zij, net als de meeste Oostberlijners, bij voorkeur naar West-Berlijn om inkopen te doen, een patroon dat zich ontwikkelde toen Westberlijnse winkels in juli goedkoper bleken dan Oostberlijnse, een verschijnsel dat slechts langzaam verandert.

Nog altijd kan de bezoeker merken aan welke kant van Berlijn hij zich bevindt, niet alleen door de straatinrichting, de hogere concentratie Trabanten en andere auto's van Oosteuropees fabrikaat, de andere verkeerslichten, enzovoort. Ook de sfeer is er nog anders: in Oost-Berlijn gaat alles een beetje langzamer, vaker ook gemoedelijker. 'Ze (van de andere kant) zien ons nog vaak als burgers tweede klas', meent een Oostberlijner. 'Ook zij moeten nog heel wat leren'.