Ontmaskering van een undercover-agent; 'Op veertig containers maken ze er maar twee open'

ROTTERDAM, 9 nov. In 1975 wordt John Doe aangehouden op de grens tussen Nederland en Duitsland met 800 gram pepmiddel in zijn bezit. Dat zijn 160.000 kennelijk voor verkoop bestemde pilletjes Perfetine uit de groep wekamines, dus hij zit fout. Hem wordt te verstaan gegeven dat als hij bereid is op te treden als politie-informant 'de zaak onder tafel wordt gestopt'. John Doe kiest voor die uitweg.

'In Nederland werk je als informant voor de politie volgens vaste tarieven', legt hij uit. 'Als je tip leidt tot het onderscheppen van een hoeveelheid hasj krijg je daarvoor twee kwartjes per gram. Heroine doet een tientje per gram. Als je voor andere landen werkt is er veel meer mogelijk.'

Dat zijn werkelijke naam de laatste weken meermalen is genoemd in een rechtszaak in Vancouver verontrust hem niet. De operatie, in mei en juni vorig jaar, beschrijft hij als 'ongelooflijk amateuristisch.' Het was de eerste keer dat hij 'zaken deed' met de Royal Canadian Mounted Police (RCMP). De Nederlandse politie bracht hem op 1 mei vorig jaar in contact met de Canadese politie-sergeant D. Doornbos van de Canadese ambassade in Den Haag. Er werden afspraken gemaakt voor een undercoveroperatie. John Doe zou de pseudo-verkoop van hasj voor een bedrag van 2,8 miljoen Canadese dollars voorbereiden. Hun doelwit was een Nederlandse vrouw en haar toen twintigjarige zoon als kopers in de val te lokken. Hun werd gesuggereerd dat John Doe zelf ook drugs wilde kopen, maar dat hem de tijd ontbrak om naar Canada te gaan.

Op 22 mei 1989 dreigt John Doe het duo te waarschuwen dat zij het slachtoffer zullen worden van een undercoveroperatie. De Canadezen hebben hem nog steeds geen contract voorgelegd en hij vreest te worden afgescheept met 5.000 Canadese dollars. Telefonisch eist hij op die datum voor zijn diensten van Doornbos de helft van het totale bedrag van de transactie, 1,4 miljoen Canadese dollars. Doornbos sust het conflict. De drugshandelaren worden niet ingelicht, maar pas op 3 juni tekent John Doe een overeenkomst (letter of acknowledgement) waarin hem een bedrag wordt toegezegd van 40.000 Canadese dollars. In de nacht van 9 op 10 juni 1989 worden in Vancouver de twee Nederlanders en vijf Canadezen gearresteerd. John Doe ontvangt op 28 juni in het Van der Valk restaurant-Breda van Doornbos zijn beloning, omgerekend tegen de dagkoers een bedrag van fl. 74.058,30.

Minutieus staat het allemaal genoteerd in het rapport van sergeant Doornbos. Zijn notities zijn als bewijsstukken gedeponeerd bij de rechtbank in Vancouver. Net als de letter of acknowledgement waarop de werkelijke naam van John Doe is vermeld. Daarmee is zijn aanvankelijk door de Canadezen gerespecteerde anonimiteit verdwenen.

Dat Doornbos zijn handelingen in deze zaak zo nauwgezet op een rij zette, en daarmee de anonimiteit schaadde van zijn Nederlandse informant, heeft alles te maken met de problemen die in Nederland ontstonden na het afronden van de operatie op 10 juli 1989. Het optreden in Nederland van de Canadees en John Doe wordt hier beschouwd als onwettig. De advocaten van de zeven verdachten in Vancouver beroepen zich op dat onrechtmatig optreden in Nederland en vinden dat de zaak moet worden geseponeerd.

'De Canadezen hebben de zaak verpest', is de bittere reactie van John Doe. 'Het is buiten alle proporties dat ze zich niet discreter hebben opgesteld. En dan dat gesjoemel over geld, dat is volstrekt nieuw voor me. Het is mijn slechtste ervaring met een buitenlands politiekorps. Nee, dan de DEA (Drugs Enforcement Administration van de Verenigde Staten), die zijn een stuk professioneler. Je krijgt een verzoek en dan is het 'yes or no'. Als je niet ingaat op hun voorstel, word je geacht het binnen tien minuten te vergeten.'

Zeker negentig mensen zijn in de loop der tijd mede door zijn toedoen gearresteerd. 'Maar het kunnen er ook veel meer zijn geweest. In sommige operaties speel je zelf een bescheiden rol, maar er worden wel hele lijnen opgerold van misschien tien, twintig man. Op dat moment ben ik er niet meer bij betrokken.'

Door zijn jarenlange werkzaamheden in de in- en uitvoerbranche is John Doe goed op de hoogte van het functioneren van de douane. Dat verschaft hem een entree bij organisaties die zich bezighouden met illegale handel. 'Dat kunnen drugs of wapens zijn. Maar ook olie, textiel, drank en sigaretten.' Op dit terrein werken binnen Nederland tien tot vijftien criminele groepen. Chinezen, Colombianen, Joegoslaven, Italianen en een grote groep Engelsen zouden in dat circuit zitten. Die groepen werken het liefst met eigen mensen, maar om deskundigen als John Doe kunnen zij niet heen. Die kan ze bijvoorbeeld vertellen dat de grootste mogelijkheden schuilen in containervervoer. Zijn specifieke deskundigheid bestaat uit kennis van de wijze waarop wordt gecontroleerd en hoe die controle kan worden ontdoken.

'Er zijn 1001 varianten', legt hij uit. 'Dubbele wanden of in blik tussen de officiele lading, maar het handigst is toch losgestort een hele container vol smokkelwaar invoeren. Als je veertig containers met marmer binnen trekt, worden er een of twee bekeken. De rest knalt zo door. Een container vol marihuana, dat is vertoond. Het spul is dan ook nog geperst om het volume zo klein mogelijk te houden.'

'Om binnen te komen bij een criminele organisatie moet je iets kunnen wat zij niet kunnen', is zijn stelregel. 'En je moet beginnen met iets illegaals voor ze te doen om het vertrouwen te winnen.' Ook voor die diensten laat hij zich stevig betalen. 'Er zijn tijden geweest dat ik met een kwart miljoen gulden in mijn koffertje liep. Als de operatie is voltooid, ga ik dat toch niet afdragen aan het rijk.'

Volgens John Doe is het openbaar ministerie altijd op de hoogte van de undercoveracties waarbij hij is betrokken. 'Er is altijd een officier van justitie aanwezig als de eerste afspraken worden gemaakt. Soms zit hij in een openbare gelegenheid twee tafeltjes verderop, maar hij is er.' Die mening staat lijnrecht tegenover het standpunt van de Centrale Recherche Informatiedienst, die stelt dat bijvoorbeeld de 'operatie Vancouver' niet correct zou zijn gemeld bij deze dienst.

Is er nooit sprake van meededogen met de figuren die via zo'n undercoveroperatie worden gearresteerd? John Doe antwoordt ontkennend. Ook de arrestatie van moeder en zoon in Vancouver heeft hem niet beroerd. In het verleden is hij dertig, veertig keer bij het gezin thuis geweest, kent alle drie de kinderen, weet dat vader is overleden. 'Daarmee kom je ook allemaal in aanraking als infiltrant.'

Heeft hij niet het gevoel nu en dan in levensgevaar te verkeren? 'Dat gevaar is niet groter dan als ik met 140 kilometer per uur in de spits met twee whisky's op naar huis scheur. Dat gaat ook steeds goed. Soms is er bij een benarde infiltratie sprake van opluchting als de operatie wordt afgerond. Voor de overheid is er dan zeker sprake van een triomf, maar ik raak er niet opgewonden van .

'De Hollandse scene is niet zo kwaadaardig als die van de Chinezen en de Colombianen. Als ik een Chinees was geweest had ik mijn mond gehouden. Als je binnen die kring wordt betrapt op praten heb je het voor je een nekschot krijgt nog een weekje heel moeilijk.'

Een omstreden undercoveroperatie in Canada en Nederland leidde vorig jaar in Vancouver tot de arrestatie van twee Nederlanders en vijf Canadezen. De operatie werd opgezet door de drugs-verbindingsofficier van de Canadese ambassade in Den Haag in nauwe samenwerking met een burger-infiltrant, door hen John Doe genoemd. Die Nederlandse infiltrant (code-aanduiding E3933) was de Canadezen aanbevolen door de Regionale Criminele Inlichtingen Dienst te Breda.