Novib valt terug op jaren zestig

De NOVIB is op zoek naar een nieuw profiel. De ontwikkelingsorganisatie die jaarlijks ruim honderd miljoen gulden ter beschikking heeft voor projecten in de Derde wereld, voert op het ogenblik een campagne tot behoud van het tropische regenwoud onder de aansprekende slogan 'kappen met kappen'. Het is een actie, gebaseerd op de succesformule waarmee de NOVIB in de loop der jaren grote ervaring heeft opgedaan, die veel publiciteit trekt. Hier wordt een massapubliek aangesproken met het doel fondsen te werven voor projecten in de Derde wereld.

In kleinere kring is de NOVIB bezig haar ideologische positie scherper af te bakenen. Dit jaar heeft de NOVIB drie publikaties uitgegeven ter ondersteuning van politieke stellingnamen. Twee ervan zijn gericht tegen het beleid van de Wereldbank, en een tegen de Westerse positie in de onderhandelingen over handelsliberalisatie in het kader van de GATT, het Algemeen akkoord over handel en tarieven. De drie publikaties hebben met elkaar gemeen dat ze zeggen op te komen voor de belangen van de armste bevolkingsgroepen in de Derde wereld.

Afscherming

Het zijn opmerkelijke documenten. Terwijl Oost-Europa en de Derde wereld worden opgetild door een golf van liberalisatie en open markteconomie, kiest de NOVIB voor afscherming en gesloten markten in de Derde wereld, voor een 'eigen ontwikkelingsbelang' dat wordt afgezet tegen 'Westerse modernisering'. Economische aanpassingsprogramma's van de Wereldbank en handelsliberalisatie in het kader van de GATT hebben in deze visie voor ontwikkelingslanden uitsluitend negatieve gevolgen. De NOVIB stelt daar een 'herijking van het traditionele idee van ontwikkelingssamenwerking' tegenover, waarbij 'het Noorden zijn levensstijl drastisch zal moeten bijstellen om de toekomst van de gehele wereld een kans te geven' (artikel van NOVIB in de Volkskrant van 13 juni).

Het standpunt van de NOVIB over de GATT is actueel, nu de Europese Gemeenschap eindelijk akkoord is gegaan met een vermindering van de landbouwsubsidies ende onderhandelingen in de GATT over enkele weken in Brussel worden afgerond. Volgens de NOVIB-brochure zal een handelsakkoord 'leiden tot een rampzalig verlies aan soevereiniteit in de ontwikkelingslanden' met 'catastrofale gevolgen voor de honderden miljoenen die nu reeds onder de armoedegrens leven'. De NOVIB concludeert: 'Liever geen akkoord dan een slecht akkoord'.

Deze protectionistische visie is niet alleen kortzichtig, maar ook onjuist. Drie onderwerpen op de agenda van de GATT-ronde, afbraak van de landbouwsteun in de EG en de VS, verruiming van de handel in tropische produkten en het streven om een einde te maken aan het multivezelakkoord dat de textielhandel reguleert, zijn van direct belang voor ontwikkelingslanden.

Tegelijkertijd wordt in de GATT geeist dat ontwikkelingslanden hun grenzen openen en hun handelsbeleid liberaliseren. De GATT probeert het versleten ontwikkelingsmodel te doorbreken waarbij landen in de Derde wereld zich verscholen hebben achter hoge tariefmuren om zogenoemde infant industries te beschermen en de aanwezigheid van multinationale ondernemingen te reguleren. In Latijns Amerika, waar dit beleid sinds de jaren vijftig werd aangehangen, heeft dit geleid tot de bescherming van inefficiente industriesectoren en staatsbedrijven, een verlies aan internationaal concurrentievermogen en uiteindelijk stagnatie. Terwijl NOVIB pleit voor handhaving van dergelijke handelsafscherming, zijn de grote Latijns-Amerikaanse landen, Argentinie, Brazilie en Mexico, juist met veel politieke pijn en moeite bezig hun markten te liberaliseren.

Handel of hulp

De brochure over GATT is in erbarmelijk Engels vertaald geschreven door Bram van Ojik, een veteraan in de Derde wereldbeweging die sinds enige tijd als huisideoloog aan de NOVIB is verbonden. Hij vindt dat de GATT-ronde helemaal niet over handel moet gaan, maar over ontwikkeling. Maar daarvoor is de GATT het verkeerde forum. Met dit typische hulpverlenersstandpunt draait hij het uitgangspunt van de GATT, 'handel, geen hulp' om.

Het zou meer voor de hand liggen dat de NOVIB een krachtige lobby zou voeren tegen de onwil van de EG om het landbouwbeleid te liberaliseren of tegen de Amerikaanse terughoudendheid om het multivezelakkoord af te schaffen. De NOVIB zou ook het standpunt kunnen onderschrijven van de zogenoemde Cairns-groep, een aantal landbouw-exporterende landen waartoe Maleisie, Thailand, Brazilie, Argentinie en andere ontwikkelingslanden behoren.

Voor een dergelijke aanpak kiest de IUCO, de Internationale organisatie van consumentenbonden. De NOVIB legt daarentegen de nadruk op het 'onvervreemdbaar recht' van ontwikkelingslanden op het algemene preferentiesysteem in de GATT.

De Wereldbank heeft onlangs een pleidooi voor handelsliberalisatie in ontwikkelingslanden gepubliceerd. Niet alleen de nieuwe geindustrialiseerde landen van de Derde wereld, ook de armste ontwikkelingslanden zijn gebaat bij vrije handel, meent de Wereldbank.

Handelsliberalisatie behoort tot de standaardonderdelen van het economische hervormingspakket dat de Wereldbank in ontwikkelingslanden nastreeft. Dat de NOVIB 'harde kritiek' heeft op deze zogenoemde structurele aanpassingsprogramma's is niet verwonderlijk. In een nota die in maart werd uitgebracht schreef de NOVIB dat dergelijke programma's 'niet tot een rechtvaardige en duurzame ontwikkeling leiden' en dat ze 'een negatief effect hebben op de zwakste groepen van de samenleving'.

Kritiek

Dergelijke kritiek is ook door andere organisaties naar voren gebracht, bijvoorbeeld de VN-kinderorganisatie UNICEF, en de Wereldbank erkent schoorvoetend dat er meer aandacht moet komen voor de sociale aspecten van economische hervormingsprogramma's. De kritiek is dus terecht, maar een open deur en de NOVIB laat twee andere aspecten onvermeld. De eerste is de eigen verantwoordelijkheid van ontwikkelingslanden. Niet de Wereldbank of het Internationale Monetaire Fonds maar de nationale elite, de militairen of de grootgrondbezitters houden sociale ongelijkheid, armoede en onderdrukking direct in stand.

Ten tweede zijn structurele aanpassingen geen wrede hobby van de Wereldbank. Ze zijn onvermijdelijk omdat overheden in ontwikkelingslanden hun economische beleid uit de hand hebben laten lopen. Dergelijke aanpassingren zijn een pijnlijke correctie op eerder wanbeleid en op veranderende externe tegenvallers. Bovendien vormen grote economische vertekeningen die door aanpassingen moeten worden gecorrigeerd, zoals hyperinflatie of een zwaar overgewaardeerde wisselkoers, een belasting voor de armen en moedigen ze de elite van ontwikkelingslanden aan hun geld in het buitenland veilig te stellen.

Het aanpassingsbeleid van de Wereldbank is niet zaligmakend, en evenmin is dat het geval met het milieubeleid. Maar de Wereldbank is zeker vergeleken met het Nederlandse ontwikkelingsbeleid en met de NOVIB zelf een pionier ophet gebied van milieuprogramma's in de Derde wereld. Onder druk van milieulobby's houdt de Wereldbank zich sinds enkele jaren bezig met de moeilijke afweging tussen ontwikkeling en milieubescherming. De recente verbeteringen in de ecologische aanpak van de Wereldbank worden in het NOVIB-rapport over het milieubeleid van de Wereldbank wel aangehaald, maar ze worden afgewezen omdat particuliere basisorganisaties zoals door NOVIB in de Derde wereld gefinancierd onvoldoende mogelijkheden tot inspraak hebben.

De binnenlandse verantwoordelijkheid van grondbezitters voor ecologische verwoesting in ontwikkelingslanden komt in de kritiek van NOVIB op het milieubeleid van de Wereldbank niet ter sprake. Overheden van Derdewereldlanden zijn in het beste geval machteloos als het om milieubescherming gaat. Meestal hebben ze een actieve betrokkenheid bij milieu vernietiging, aldan niet onder het mom van 'ontwikkeling'.

De NOVIB zit trouwens zelf op het spoor van de Wereldbank. Een van de groepen die de NOVIB steunt in de campagne 'kappen met kappen' is de bond van rubbertappers in het westelijke Amazonegebied. Het voorstel van een inmiddels vermoorde leider van deze rubbertappers om het oerwoud milieu-vriendelijk te exploiteren in 'extractieve reservaten' is uitgewerkt in een door de Wereldbank gefinancierde studie. Een nieuw programma van de Wereldbank stelt geld beschikbaar om gebieden af te bakenen waarin arme rubbertappers hun inkomen kunnen verhogen door ook noten en andere oerwoudprodukten te verzamelen.

Pronk

De rode draad in de stellingname van NOVIB op deze drie punten handel, aanpassing en milieu is dat Derde wereldlanden zich moeten afwenden van de buitenwereld en zich naar binnen gericht moeten ontwikkelen. Deze visie staat haaks op die welke de politieke geestverwant van NOVIB-directeur Max van den Berg, minister Jan Pronk, uitdraagt in zijn recente nota 'Een wereld van verschil'.

Waar de NOVIB terug valt op jaren zestig-denkbeelden over zelfvoorziening, legt Pronk de nadruk op de vervagende grenzen en smallere ideologische marges in de jaren negentig. Pronk steunt het milieubeleid van de Wereldbank, de GATT-ronde voor handelsliberalisatie en is positief over economische stabilisatieprogramma's, waarbij ook hij meer aandacht voor de sociale dimensie vraagt.

'Open markten', schrijft Pronk, 'zijn een logisch onderdeel van een naar buiten gerichte ontwikkelingsstrategie en ze zijn noodzakelijk om zelf open afzetmarkten te behouden of te verkrijgen.' De visie van de NOVIB staat ver af van dit neo-realisme. En daarmee veroordeelt de NOVIB zich tot een herhaling van ideologische zetten waarvan de meest dynamische ontwikkelingslanden zich juist proberen te bevrijden.