Nog veel vragen over aanpak uitstoot CO2

GENEVE, 9 nov. Aan de deze week in Geneve gehouden conferentie over een verandering van het klimaat op aarde deden noch louter milieuhelden noch louter vertegenwoordigers van 'klimaatcriminelen' deel. Die laatste karakterisering meende de internationale milieu-actiegroep Greenpeace te kunnen bezigen voor koning Fahd van Saoedi-Arabie, voor de presidenten Bush, Gorbatsjov en Kaifu (Japan), als ook voor de Britse premier Thatcher.

De Geneefse conferentie heeft niet het resultaat opgeleverd dat de vele milieu-activisten, die daarbuiten in overvloed aanwezig waren, ervan hadden gehoopt. Zij eisten dat de CO2-emissies, die de voornaamste oorzaak van het broeikaseffect en de klimaatsverandering zouden zijn, onmiddellijk drastisch worden teruggedrongen.

Zonneklaar

Toch gaf de conferentie in een opzicht een heel duidelijke ontwikkeling te zien. Namelijk dat nu algemeen (niet alleen door wetenschappers maar ook door politici) erkend wordt dat er werkelijk een klimaatverandering gaande is en dat het op aarde met alle mogelijke catastrofale gevolgen vandien steeds warmer wordt. Ook bij het Nederlandse KNMI in De Bilt leeft die overtuiging, zij het dat nog steeds niet duidelijk genoeg is wat de oorzaken precies zijn zijn waardoor het warmer wordt. KNMI-directeur H. M. Fijnaut veronderstelt dat de temperatuurstijging en de toename van het zogeheten broeikaseffect, voor zeker vijftig procent te wijten zijn aan het industriele en huishoudelijke energiegebruik overal in de wereld, waardoor er onverantwoord grote CO2-emissies in de atmosfeer terechtkomen. Bovendien is het volgens de KNMI-directeur zonneklaar dat het einde van de temperatuurstijging nog lang niet in zicht is, tenzij daar tegen overal in de wereld krachtig zou worden opgetreden.

Sommige landen, waaronder de lidstaten van de EG en de Skandinavische landen, zeggen daar toe bereid te zijn. Vooral Duitsland zou op dat gebied vergaande doelen hebben gesteld. De Duitse minister van milieu poneerde deze week dat zijn land de absolute koploper is op het gebied van klimaatbescherming. Het wil, nu de voormalige DDR tot het ene Duitsland behoort, het percentage van de gewenste vermindering van de CO2-produktie opvoeren van 25 tot 30. Dat zou betekenen dat Duitsland in het jaar 2005 bijna 320 miljoen ton minder CO2 uitstoot dan nu.

Hoe die vermindering in de praktijk moet worden bereikt staat echter nog niet vast. Juist daarom werd er in Geneve wat schamper gereageerd op het Duitse koploperschap. Als het betekent dat het ministerie van milieuzaken in Bonn in het sterk vervuilde Oost-Duitsland rucksichtslos zal optreden tegen de smerige bruinkoolmijnen en ouderwetse, sterk vervuilende bedrijven, zou dat voor de minister van milieu nogal gemakkelijk zijn, meent men in conferentie kringen, vooral ook omdat de inspanningen die hij zich in het westelijke deel moet getroosten dan heel wat minder intensief zouden worden.

Die EG-landen die zich nu sterk voor de bescheming van het klimaat willen inzetten, zijn stuk voor stuk juist die landen die in Europa de hoogste kooldioxyde-emissies hebben. Terwijl de gemiddelde CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking in Europa 2,4 ton (evenveel als in Japan) bedraagt, is die in West-Duitsland 3,4 ton, in Nederland 3,3 ton en in Engeland 2,9 ton per hoofd van de bevolking per jaar. De minister van milieu en energievoorziening van de EG vinden dat veel te veel. Daarom kwamen zij kortgeleden in Luxemburg tot de afspraak dat de totale kooldioxyde-produktie in de EG in 2000 niet meer mag zijn dat in 1990 het geval was. Maar over de vraag hoe zij die stabilisering willen bereiken zijn nog geen afspraken gemaakt en wachten zij nog op een voorstel van de Europese Commissie in Brussel.

Merkwaardig

Juist omdat het EG-beleid voor bescherming van het klimaat, hoe ambitieus dat in sommige opzichten ook is, nog in de kinderschoenen staat, deed het in Geneve enigszins merkwaardig aan dat sommige Europese ministers van milieuzaken zich zo verontwaardigd toonden over het lage tempo waarin de Verenigde Staten op dit gebied te werk gaan. Vast staat dat de VS, waar het om kooldioxyde gaat, met jaarlijks zo'n 5,4 ton per hoofd van bevolking, de grootste producent ter wereld zijn. De Amerikaanse regering beseft dat record wel degelijk en wil er van af, maar weet nog niet goed hoe een eventuele stabilisatie of vermindering van de CO2-uitstoot feitelijk bereikt zou kunnen worden.

Welke strategieen daarvoor bruikbaar zijn weet men niet alleen in de VS, maar ook in Europa nog niet en zolang daarover geen zekerheid bestaat wil Washington geen doelstellingen formuleren. Zou de Amerikaanse regering daartoe op den duur overgaan, dan belooft dat heel wat. Met de uitvoering en handhaving van milieumaatregelen (law enforcement) zijn in de VS namelijk heel wat strenger dan meestal in Europa het geval is. In Nederland, aldus bleek onlangs nog in de Tweede Kamer, is de situatie vaak zo dat er er wel veel milieuregelgeving bestaat maar dat de overheden er nauwelijks in slagen die effectief toe te passen.

Als vervolg op de Geneefse ministersbijeenkomst beginnen binnenkort in Washington de onderhandelingen voor een mondiaal klimaatverdrag, dat in 1992 op de VN-milieuconferentie in Rio de Janeiro zijn beslag moet krijgen. Ook de VS werken daaraan mee. Problematisch is dat de Sovjet-Unie, na de VS de grootste CO2-producent, nog beslist niet weet wat zij daaraan kan doen, al wordt het CO2-probleem door Moskou wel erkend. Bescherming van het klimaat kost immers veel geld en in de Sovjet-schatkist zijn daarvoor maar weinig roebels beschikbaar.