Nieuwe uitzondering bij koppeling uitkeringen stap te ver voor PvdA

DEN HAAG, 9 nov. Dat er snel binnen het kabinet over de houdbaarheid van de koppeling tussen lonen en uitkeringen zou moeten worden gepraat, daar waren de PvdA-ministers van overtuigd. Maar dat CDA-minister De Vries (sociale zaken) de discussie zo snel wilde aangaan kwam voor de meesten toch als een complete verrassing. Hij wil niet wachten tot het kabinet zich begin volgend jaar aan de moeizame besprekingen over de 'tussenbalans' zal zetten. Gewapend met het advies van de Raad van State over zijn wetsvoorstel waarin de koppeling tussen lonen en uitkeringen vanaf 1 januari aanstaande wordt geregeld, wil De Vries nu duidelijkheid. Als we moeten besluiten tot forse financiele ingrepen kan de koppeling dan buiten schot blijven, is zijn vraag die in de PvdA-gelederen als retorisch is opgevat.

De meest direct betrokken ministers, verenigd in de 'zeshoek' zijn er de afgelopen weken niet uitgekomen. Vandaag mag het voltallige kabinet zich over deze heikele zaak buigen. Mogen de overheidsfinancien een reden zijn om de koppeling tussen lonen en uitkeringen niet toe te passen, daar gaat het om. Politiek gaat het om de vraag hoe hoog de prijs is die de PvdA wil betalenvoor regeren.

Het leek een puur technische aangelegenheid. Tijdens de onderhandelingen over het regeerakkoord kwamen PvdA en CDA vorig jaar overeen dat de koppeling tussen lonen en uitkeringen die jarenlang niet was toegepast, weer zou worden hersteld. Wel werden er conform een eerder, zoals gebruikelijk, verdeeld advies van de Sociaal Economische Raad twee voorwaarden aan verbonden: als er sprake zou zijn van een onverantwoorde loonontwikkeling dan wel een forse stijging van het aantal uitkeringsgerechtigden, mocht de koppeling opnieuw worden bezien. In die zin zou minister De Vries een wetsvoorstel maken dat de bestaande maar bijna nooit toegepaste regeling een volautomatische koppeling moest vervangen.

De Raad van State plaatste vraagtekens bij het ontwerp-wetsvoorstel. Had een deel van de SER niet in een later advies ook gesteld dat 'ingeval van zeer onevenwichtige verhoudingen in de publieke sector' kan worden afgeweken van de hoofdregel dat de uitkeringen net zoveel stijgen als de lonen gemiddeld. Zou die uitzonderingsgrond ook niet in de wet kunnen worden opgenomen?

Een minister kan een suggestie van de Raad van State naast zich neerleggen. Bijvoorbeeld omdat het politiek onhaalbaar is. De Vries had dat dus ook met dit punt kunnen doen. Over de koppeling zijn met veel moeite afspraken gemaakt in het regeerakkoord. Als ook de overheidsfinancien bij de beoordeling van het al dan niet doorgaan van de koppeling een rol moeten gaan spelen komt het neer op een beleidsmatige aanpassing. Jaarlijks zal dan worden bekeken of en zo ja hoeveel geld er beschikbaar is voor het aanpassen van de uitkeringen en dat was nu net wat de PvdA niet wilde. Die partij staat op het standpunt dat uitkeringsgerechtigden zoveel mogelijk moeten meedelen in de welvaart en geen onderdeel mogen worden van het jaarlijkse begrotingsoverleg.

De Vries wil echter een duidelijke uitspraak van het kabinet, lees zijn PvdA-collega's. In een brief aan de ministers stelde hij dan ook voor de overheidsfinancien als uitzonderingsgrond voor het toepassen van de koppeling toe te passen. Hij vindt het vreemd om nu niet over de koppeling te praten, terwijl die discussie over twee maanden onherroepelijk toch komt.

Wat De Vries en met hem de CDA-ministers willen, is de mogelijkheid openhouden om in noodgevallen ook de uitkeringen bij een bezuinigingsoperatie te kunnen betrekken. 'Het verstand niet op nul zetten', heet dat in CDA-kring. De derde uitzonderingsgrond betekent niet dat de koppeling wordt aangetast, maar kan worden aangetast. Voor de PvdA is dit echter net een stap te ver. En de PvdA ministers voelen zich sterk staan, want er is nu eenmaal een regeerakoord met heel duidelijke uitspraken hierover.

De vraag is hoe lang zij zich daarop nog kunnen beroepen. Naarmate de tijd vordert en de financiele problemen toenemen, wordt de waarde van het regeerakkoord ook bij PvdA-ministers minder.