Mijn dorp is vermoord; gesprek met de Japanse schrijver Kenzaburo Oe

Waarom hebben vier grote Japanse schrijvers uit deze eeuw zelfmoord gepleegd? Omdat, zegt Kenzaburo Oe, Japan zich veel te snel heeft aangepast aan het Westen. De Japanse schrijver was onlangs op de Buchmesse in Frankfurt. 'Amerikanen golden als doodsvijanden, maar ze waren ook aardig en gaven boeken weg.'

De lobby van Hotel Intercontinental in Frankfurt lijkt wel een klein Japans dorp, zoveel Japanners lopen er rond. De schrijver Kenzaburo Oe (55) zit op een bankje met een paar landgenoten te praten. In zijn geblokte overhemd doet hij denken aan een plattelandsbewoner die een dagje in de stad is. Hij spreekt naar eigen zeggen te slecht Engels om zonder tolk een gesprek te voeren. Op zijn eigen tolk wachten we vergeefs maar gelukkig is er een Duitssprekende Japanner die wil bemiddelen.

Oe is in 1935 geboren in Oose, een dorpje op Shikokoe, een van de vier grote eilanden waar Japan uit bestaat. Op zijn achttiende ging hij naar Tokio om Frans te studeren. Hij publiceerde als student enkele verhalen maar zijn doorbraak kwam in 1958, toen hij de novelle, Een dier houden, publiceerde. Hij werd hiervoor bekroond met de Akutagawa-prijs. Het is een van de vele prijzen die Oe in binnen- en buitenland voor zijn werk ontving.

Een groot deel van Oe's werk is niet in het Nederlands vertaald, de boeken die wel zijn vertaald zijn twintig jaar of langer geleden voor het eerst verschenen. Oe schreef voornamelijk romans en verhalen, maar ook essays. Daarin keert Hirosjima regelmatig terug; niet alleen de ontelbare slachtoffers van de atoombom maar ook het verlies van de oorlog. Dat verlies betekende een aantasting van het onoverwinnelijk geachte Tenno-systeem van de keizerlijke monarchie.

Het zijn afmattende dagen voor Oe. Hij heeft zitting in diverse forums en wordt vooraf en na afloop constant door journalisten belaagd. De schrijver is zelf te vriendelijk om iemand iets te weigeren en wordt daarom mee getrokken, voortgeduwd en afgeschermd. Tijdens het gesprek groet Oe deze en gene door te knikken of zijn hand op te steken. We worden maar een keer echt onderbroken als een oude vriend van de schrijver passeert. Oe heft de handen ten hemel en slaakt een kreet. Hij staat op en loopt naar een onberispelijk geklede heer toe. Ze omhelzen elkaar en kloppen elkaar op de schouders. De tolk kijkt verbaasd op. De mannen lachen en praten wat. Oe gebaart in onze richting en komt weer terug. De vriend van Oe is de eigenaar van Hotel Intercontinental en een groot Japans dichter. Als Seiji Tsutsumi staat hij aan het hoofd van de Saison Groep, die eigenaar is van de Seibu-warenhuizen en als Takashi Tsujii publiceert hij poezie en proza. Sinds kort doet het Saison-concern ook in hotels. Oe vertelt giechelend dat Tsutsumi in zijn studententijd lid was van de communistische partij en actief was in de studentenbeweging. Niemand in Japan maalt daar om je mag tijdens je studententijd de beest uithangen, als je daarna maar in het gareel loopt.

Zelfmoord

De snelle vernieuwingen in Japan sinds de vorige eeuw niet alleen technologisch maar ook cultureel hebben volgens Kenzaburo Oe in de literatuur de nodige slachtoffers geeist. Vier grote Japanse schrijvers uit deze eeuw hebben zelfmoord gepleegd: Ryonosuke Akutagawa (1892-1927), Osamu Dazai (1909-1948), Nobelprijswinnaar Yasunari Kawabata (1899-1972) en Yukio Mishima (1925-1970). Oe: 'In 1926 begon de Showa-periode [keizer Hirohito besteeg de troon], daar hangt de zelfmoord van Akutagawa mee samen. Het is dus duidelijk dat zijn dood te maken heeft met het wegvallen van de tradities, maar ook met de kloof tussen Oost en West. Japanse schrijvers meten zich en worden gemeten aan Franse, Russische en andere westerse schrijvers. De literaire technieken uit het westen hebben ze veelal overgenomen maar hun identiteit is Japans. Overal ter wereld plegen schrijvers zelfmoord maar misschien is het innerlijk conflict dat mensen tot die daad brengt bij Japanse schrijvers beter aanwijsbaar.'

Oe verbaast zich over de bewondering in het Westen voor Yukio Mishima. 'In het buitenland denkt men dat Mishima de grootste Japanse schrijver was of nog is, maar Japanners denken dat beslist niet. Zijn gekunstelde stijl valt Japanners direct op. De critici in Japan hebben dat ook gezegd maar in het buitenland weet men dat niet of merkt men dat niet omdat hij natuurlijk ook wel kwaliteiten heeft. Een schrijver als Shogei Oka, een generatiegenoot van Mishima, vind ik veel beter. Hij is in het buitenland praktisch onbekend. Ik denk dat Mishima zich wel bewust was dat hij gekunsteld schreef maar hij maakte het tot onderdeel van zijn strategie. Hij was eropuit om in het buitenland erkenning te krijgen want dan volgt helaas, moet ik zeggen de roem in Japan vanzelf. Zo gaat het vaker in mijn land.'

Het is een van de bewijzen voor Japans orientatie op het Westen. Oe: 'In Japan wordt bij de meest uiteenlopende zaken het Westen als voorbeeld gesteld. In reclames zie je Europese mensen die produkten aanprijzen. Alsof Japanners zich daaraan moeten spiegelen of die mensen als ideaalbeeld moeten zien. Die eenzijdige orientatie zou plaats moeten maken voor een verscheidenheid van culturen, westers en Japans.'

De vroege verhalen van Oe, in het Nederlands verschenen onder de titel De hoogmoedige doden, gaan over de oorlog en de Amerikaanse bezetters. Oe: 'Ik was tien jaar toen de oorlog voorbij was. De bewustwording tussen mijn vijfde en tiende ging gepaard met de oorlogssituatie. Amerika werd afgeschilderd als een verschrikkelijke tegenstander. Die angst was enorm groot. Daar kwam een fixatie uit voort op die vijand, de Amerikaan. En dat krijgt iets van een obsessie.

'Mijn houding tegenover Amerikanen is altijd zeer ambivalent gebleven. Ik leerde hen kennen als vijanden in een oorlog, en later als bezetters. Daarnaast waren ze voor mij ook cultuurbrengers. Ze waren aardig en ze gaven boeken weg. Wij kregen Huckleberry Finn en Tom Sawyer cadeau. In de stad Matsoejama op Shikokoe, richtten de Amerikanen een bibliotheek op met alleen maar Amerikaanse boeken. Ik ben daar altijd boeken gaan lenen.'

Na de oorlog bleef Japan nog tot omstreeks 1955 bezet door de Amerikanen. Toen ze vertrokken, werd de bibliotheek in Matsoejama opgeheven en de boeken gingen achter slot en grendel. Vorig jaar besloot iemand om de boeken, die nog steeds lagen opgeslagen, te voorschijn te halen. 'Op bijna alle uitleenkaarten kwam de naam Oe voor, ' vertelt de schrijver trots.

De aanwezigheid van Amerikanen in Japan liet ook zijn sporen na in de prachtige verhalen 'Zijn ze plotseling hun mond verloren?' en 'De schapen met de blote billen'. Oe's ambivalentie spreekt daar telkens weer uit. De Amerikanen worden afgeschilderd als indringers en bezetters die inbreuk maken op een Japanse gemeenschap, of die zich nu in een bergdorp of in een bus bevindt. Anderzijds zijn de Amerikanen niet onsympathiek. In 'Een dier houden' is de Amerikaanse piloot die tijdens de oorlog in het dorp belandt een neger. Niet toevallig, zegt Oe: 'De keus om van de piloot een neger te maken is om een band tussen de Japanners in het bergdorp en de negers te trekken. De negers zijn ook vijanden van de blanke Amerikanen.'

Door het nadenken over het verhaal ontwikkelde Oe ook interesse voor zwarte Amerikanen en het werk van zwarte schrijvers zoals Richard Wright, Ralph Ellison en James Baldwin. Oe: 'Later heb ik ze allemaal in Amerika ontmoet. Toen ik in Harvard gastdocent was, kwam Ellison naar mijn colleges en zo heb ik hem leren kennen. Hij is een van mijn favoriete auteurs. Ellison zei dat ik voor hem de eerste zichtbare Japanner was, de eerste die hij persoonlijk leerde kennen.'

Plundering

De Japanse houding tegenover de Amerikanen veranderde omstreeks 1960. Schoorvoetend had men na 1945 de Amerikaanse defensievoorwaarden geaccepteerd maar na het vertrek van de bezettingsmacht bleven er nog veel Amerikaanse militairen achter. Het Amerikaans-Japanse Veiligheidsverdrag van 1960 hield onder meer een toename in van het aantal legerbases op Japanse bodem. Hier kwam algemeen protest tegen, vooral aan de universiteiten. Bij Oe is protest terug te vinden in zijn roman Voetballen in 1860 uit 1967. Het personage Taka, de kwade genius achter een plundering van een dorpssupermarkt, staat voor Amerika. Door allerlei andere daden in de roman kan hij ook geassocieerd worden met agressie en geweld. Oe antwoordt enigszins terughoudend op de vraag naar het negatieve Amerikabeeld in Voetballen in 1860: 'Het ging er mij destijds om het boek is meer dan twintig jaar oud Amerika als imperialistische macht te kritiseren. Ik wilde verwoorden wat er toen in de studentenbewegingen leefde. Dat was al niet eens meer alleen het veiligheidsverdrag van 1960 maar ook de Amerikaanse deelname aan de oorlog in Vietnam.'

De roman Voetballen in 1860 is niet alleen een protest tegen de Amerikaanse houding tegenover de landen in Zuidoost-Azie. Op kleinere schaal is er ook de tegenstelling tussen het platteland en de grote stad, die in het werk van Oe telkens terugkeert. 'De moord die Taka pleegt op het dorpsmeisje is tekenend voor de situatie in het dorp. Het is een gebeurtenis die niet in Tokio of in een andere wereldstad plaats kan vinden. Het is vergelijkbaar met het milieu in een roman van William Faulkner. Ik wilde ook het conflict tussen Tokio en de periferie uitdrukken. Dat conflict heb ik altijd scherp ervaren omdat ik zelf als achttienjarige vanuit een dorp naar Tokio verhuisde.'

De betrekkelijke veiligheid en overzichtelijkheid van het dorp ging voor Oe definitief verloren, toen hij volwassen werd. In het werk van Oe komt het dorp regelmatig voor en Oe sprak enkele jaren geleden zelf van 'Het dorp van mijn weemoed': 'Net zoals ze in Polen het in puin gelegde Warschau hebben herbouwd, zo heb ook ik getracht mijn verloren gegane dorp in mijn imaginaire wereld te reconstrueren in de vorm van een ander, nieuw dorp.'