Lichte, speelse dans met een bedachtzaam accent

Voorstellingen: Consistency of Air. Choreografie en dans: Pauline de Groot en Linda Forsman; muziek: James Fulkerson; Schrenslompen. Choreografie, dans en zang: Wies Bloemen; muziek: Ian Willcock, uitgevoerd door Johan Faber (slagwerk); teksten: Anneke Brassinga. Gezien resp. 6/11 en 7/11 in Het Veem en Theater Frascati, Amsterdam. Daar nog te zien tot resp. 11/11 en 10/11.

Pauline de Groot, een van de pioniers van de moderne dans in Nederland, is altijd een beetje een buitenbeentje gebleven. Haar tamelijk introverte voorstellingen lieten een vaak fascinerend bewegingsidioom zien dat vooral is gestoeld op de in Amerika ontwikkelde 'zachte technieken', waarbij men uitgaat van energie-impulsen die in een bepaald lichaamsdeel beginnen en dan het hele lichaam in beweging brengen. De vergelijking dringt zich op met een in stil water geworpen steen die een serie gevarieerde rimpelingen doet ontstaan, die op hun beurt weer andere teweegbrengen.

Daarnaast gebruikte De Groot elementen uit de oosterse T'ai Chi en werkte zij met (contact-)improvisaties. Veel van haar choreografisch werk droeg in de latere jaren het karakter van onderzoek en experiment, waardoor slechts een klein publiek zich voelde aangesproken. Haar filosofische benadering van de dans en de uitstraling van haar persoonlijkheid trokken echter veel aspirant-danskunstenaars naar haar school en lessen.

In haar nieuwste produktie Consistency of Air, gemaakt en uitgevoerd met de Zweedse Linda Forsman, keert zij terug naar een meer geconstrueerde vormgeving. Er ontstond een uitgewerkte danscompositie zonder andere pretenties dan alleen dans te willen zijn. De twee uitvoerenden verschillen niet alleen in leeftijd maar ook in karakter flink van elkaar. Dat levert een interessante confrontatie op. Dezelfde, altijd organische, ontspannen en vloeiend verlopende bewegingsfrasen krijgen bij de oudere De Groot een aards en bedachtzaam accent terwijl de vitale, springerige Forsman het lichte, speelse element benadrukt. Het sobere toneelbeeld, een smal, langwerpig en vrij in de ruimte hangend doek dat wisselend zacht blauw en roze wordt belicht, benadrukt de ruimtelijke werking van de choreografie. Hetzelfde doet de fraaie muziek van James Fulkerson, een zuiver, bescheiden en harmonieus werkstuk dat in een intieme ruimte goed tot zijn recht komt.

Zuiver, bescheiden en harmonieus zijn geen kwalificaties die van toepassing zijn op de nieuwste produktie van Wies Bloemen, Schrenslompen. In deze solo worden door Bloemen hoogdravende teksten (van Anneke Brassinga) gesproken, gezongen of uitgeschreeuwd, is een slagwerker druk in de weer en bestaat het bewegingsmateriaal vooral uit armbewegingen, een voorover zwiepend bovenlichaam en wat heup- en schouderwiegende loopjes. Een vertoning die op mij de indruk maakt van pretentieuze en ongegeneerde egotripperij. Met danskunst heeft het niets van doen.