Kamer wil nog wachten met bindend studieadvies

ROTTERDAM, 9 nov. De Tweede Kamer wil niet dat minister Ritzen (onderwijs) al op korte termijn een bindend studieadvies invoert voor studenten tijdens de propaedeuse.

De Kamer wil eerst de garantie hebben dat de universiteiten en hogescholen hun onderwijs zo hebben verbeterd en er voor studenten zulke goede begeleiding is dat een bindend advies verantwoord is.

Dit bleek gisteren tijdens overleg tussen de onderwijscommissie van de Kamer met de minister over de hoofdlijnenakkoorden die hij wil sluiten met de universiteiten, hogescholen en academische ziekenhuizen. Van de Kamer mag de minister de akkoorden tekenen, maar zij voelt zich aan de afspraken tussen de minister en het hoger onderwijs niet gebonden.

Gisteren maakten de drie grote fracties de minister al op voorhand duidelijk dat zij grote moeite hebben met een bindend studieadvies. Ritzen heeft in het akkoord met het hoger onderwijs vastgelegd dat hij het wettelijk mogelijk zal maken studenten te dwingen hun studie in een bepaald vak te beeindigen. Dat zou moeten gebeuren aan het einde van het eerste studiejaar. Het advies zou moeten worden gebaseerd op de behaalde studieresultaten.

Ritzen kondigde gisteren aan daarvoor op korte termijn de wetgeving voor het wetenschappelijk onderwijs en het hoger beroepsonderwijs te zullen aanpassen. De grote fracties vinden evenwel dat de minister te hard van stapel loopt. Eerst moet het zeker zijn dat zo'n dwingend studie-advies ook voor studenten aanvaardbaar is en de onderwijsinstellingen er alles aan hebben gedaan om de student zo hoog mogelijke resultaten te laten behalen.

De Kamer vindt het vroeg genoeg als de minister het bindend advies eventueel verwerkt in de Wet op het hoger onderwijs die Ritzen in 1991 wil invoeren.

De minister weigerde gisteren, net als vorige week in het eerste deel van het overleg over de hoofdlijnenakkoorden, in te gaan op de gevolgen voor de universiteiten en hogescholen die het akkoord niet ondertekenen. Daarover nu iets zeggen zou volgens hem alleen maar 'strategisch gedrag' van de instellingen uitlokken, meende hij.