India verdient beter

INDIA IS EEN land dat bewondering afdwingt. Welke andere natie in de Derde wereld met een zo grote verscheidenheid aan bevolkingsgroepen, nationaliteiten en godsdiensten kan bogen op een democratisch systeem dat al meer dan veertig jaar functioneert? De Chinese leiders houden halsstarrig vast aan de partijdictatuur, want, zo zeggen ze, democratie is onmogelijk voor landen met zoveel inwoners. Het kan wel, India 850 miljoen mensen, eenzesde van de wereldbevolking bewijst het.

De jongste regeringscrisis in India is daarom ook geen abnormaal verschijnsel. Het is de universele wet van de democratie dat een regering regeert zolang zij het vertrouwen heeft van een meerderheid in het parlement. Premier V. P. Singh kreeg woensdag nog maar een klein deel van de volksvertegenwoordiging achter zich, en trad af. Maar de huidige crisis is wel een van de ernstigste in de Indiase geschiedenis. De combinatie van kasten- en godsdienst tegenstellingen, separatistische stromingen, politieke instabiliteit en economische wanordevormen een serieuze bedreiging voor de democratie.

IN AUGUSTUS lanceerde Singh een banenplan dat voorzag in het vergroten van het quotum aan overheidsbanen voor leden uit de lagere kasten. Geen onzalige gedachte, India is een land met grote inkomensongelijkheid, maar het voorstel had een averechts effect. Terwijl het anachronistische kastensysteem juist op de terugtocht leek te zijn, wakkerde Singh met zijn banenplan oude tegenstellingen aan en bruskeerde hij een deel van zijn achterban, ook in het parlement. Vorige maand was de premier, evenmin als al zijn voorgangers, niet in staat een adequaat antwoord te vinden op de periodiek oplaaiende religieuze twisten. India bevindt zich op het breukvlak van twee wereldgodsdiensten, het hindoeisme (tachtig procent van de Indiers) en de islam (tien procent). De ergste botsingen dateren al weer van eind jaren veertig, toen honderdduizenden doden vielen. Daarna wisten de achtereenvolgende regeringen een betrekkelijke vrede te bewaren.

Singh nam vorige maand een juiste beslissing met de aanhouding van Lal Advani, de voorman van de fundamentalistische Bharatiya Janata Partij (BJP), die de actie leidde voor de bouw van een tempel op de plaats van een moskee in de stad Ayodhya. Advani's provocerende gedrag had kunnen leiden tot een nieuwe godsdienstoorlog, met internationale consequenties: de overwegend islamitische buurlanden Pakistan en Bangladesh zouden hun 'broeders' mogelijk te hulp zijn gekomen. De onrust om Ayodhya bleef nu 'beperkt' tot enige honderden doden, maar Singhs minderheidsregering verspeelde wel de gedoogsteun van de BJP en een kabinetscrisis was onafwendbaar.

HET VERVOLG lag voor de hand: de implosie van Singhs Janata Dal, dat amalgaam van groepjes en ambitieuze mannetjes. Zo ook het meesterlijke spel dat Rajiv Gandhi speelt, het is onderdeel van de democratie. Diens Congres-partij is na het uiteenvallen van de broze regeringsconstructie als grootste politieke formatie opnieuw de as waar alles om draait. Gandhi ging niet in op het verzoek van president Venkataraman een regering te vormen met de dissidente Janata-Dal-leden. Liever profiteert Gandhi nog even van de politieke onrust om bij nieuwe verkiezingen de priemende vinger beter te kunnen wijzen in de richting van Janata Dal en andere tegenstanders. Gandhi wenst dat de kiezers hem in triomf terughalen zoals met zijn moeder Indira gebeurde na een kortstondig interregnum van Janata Dal.

Betrekkelijk los van de politieke problemen staat de economische crisis waarin India verkeert. Het tekort op de betalingsbalans zal, mede door de Golfcrisis, dit jaar oplopen tot tien miljard dollar. En de voor zo'n groot land noodzakelijke decentralisatie van bestuur en economie, waar zowel Gandhi als Singh aan hebben gewerkt, is nog niet ver genoeg doorgevoerd om effect te sorteren.

DE VORMING van een brede coalitieregering, zonder de hindoe-fundamentalisten, zou voor India op dit moment het beste zijn. Alleen zo'n regering moet instaat worden geacht de gecompliceerde problematiek aan te pakken. Een minderheidsregering van Chandra Shekhar (voormalig partijgenoot van de afgetreden premier Singh), zoals nu waarschijnlijk is, wordt een speelbal van de andere partijen, terwijl Shekhars hang naar socialistisch populisme het ergste doet vrezen. Van hem mag namelijk worden verwacht dat hij zal proberen de gerealiseerde decentralisatie in bestuur en economie terug te draaien.