Honderdvijftig boeren willen naar Frankrijk

ROTTERDAM, 9 nov. Honderdvijftig jonge Nederlandse boeren hebben zich sinds half oktober bij de Nederlands-Franse Kamer van Koophandel in Den Haag gemeld als belangstellenden voor emigratie naar Frankrijk en het beginnen van een agrarisch bedrijf daar. Ze worden op 24 november voorgelicht over de mogelijkheden op een contactdag.

De Franse overheid probeert jonge boeren, beneden de 35 jaar, uit het buitenland met startpremies en rentesubsidies naar Frankrijk te lokken. 'Veel boeren zijn de Nederlandse regelgeving spuugzat', zegt secretaris J. D. van der Ende van de Kamer van Koophandel. Hij verwacht ten minste 300 belangstellenden.

Frankrijk kampt met ontvolking van het platteland door vergrijzing en weinig interesse van jongeren voor de agrarische sector. Naar verwachting is over tien jaar een derde van de landbouwbedrijven verdwenen. Zestig procent van de 900.000 Franse boeren is ouder dan 55 jaar en in veel gevallen ontbreekt een opvolger.

Voorzitter drs. J. W. Mares van de Koninklijke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond wil jonge boeren die erover denken naar Frankrijk gaan waarschuwen. 'We moeten de mensen geen worst voorhouden. Het lijkt allemaal mooi wat de Franse overheid biedt, maar men moet zich niet laten verleiden door gunstige subsidies', zegt hij. Zij die het avontuur aangaan moeten zich heel goed informeren vindt Mares. Hij kent boeren die vol optimisme naar Frankrijk vertrokken, maar met een kater terugkwamen omdat ze de regelgeving niet voldoende doorgrondden en zich verkeken op de problemen van taal en cultuur. Ook in Nederland bestaat volgens Maris een tekort aan bedrijfsopvolgers. Daarom krijgt elke nieuwe boer jonger dan 35 jaar in ons land een startsubsidie die kan oplopen tot 37.000 gulden.

Behalve door startpremies en rentesubsidie biedt Frankrijk Nederlandse boeren perspectieven omdat er in dat land op het gebied van bouw- en milieuvergunningen voor agrariers nauwelijks regelgeving bestaat. Verder zijn de grondprijzen laag, de melkquota goedkoper en heeft het land een aantrekkelijk klimaat.

Een van de honderden mensen die serieus overwegen om naar Frankrijk te emigreren is C. H. Til in Steenderen in de Gelderse Achterhoek die samen met zijn broer een melkveehouderijbedrijf runt. In welk deel van Frankrijk hij terecht komt, weet hij nog niet. 'Uitbreidingsmogelijkheden in ons land zijn er niet tenzij je heel veel geld op tafel legt, de grondprijzen in de Achterhoek zijn mij te hoog en de regelgeving is erg streng'. Til geeft toe dat er wel risico's kleven aan vestiging met een nieuw bedrijf in het buitenland.

Volgens een onderzoek van het Landbouw Economisch Instituut (LEI) van twee jaar geleden speelt 17 procent van de Nederlandse boeren wel eens met de gedachte om naar het buitenland te emigreren. Motieven waren de superheffingen in eigen land, de milieumaatregelen die uitbreidingsmogelijkheden zouden belemmeren, en de hoge belastingen.

Jaarlijks emigreren twintig tot dertig Nederlandse boeren naar Frankrijk. Ongeveer twintig daarvan zijn professioneel opgeleide agrariers. Het advies-en ingenieursbureau Heidemij dat de emigranten begeleidt, verwacht dat het aantal Frankrijk-gangers de komende jaren fors zal oplopen.

40.000 gulden afhankelijk van de streek en het te verwachten bedrijfsresultaat. Verder krijgen de jonge boeren een gesubsidieerde lening van 130.000 tegen een rentepercentage tussen de 2,75 en de 4,75 procent. Bovendien krijgen zij kortingen op ziekenfonds- en verzekeringspremies en bestellingen van produkten bij cooperaties. Nederanders kiezen vooral voor melkveebedrijven. In Frankrijk hoeven geen grote bedragen te worden betaald voor melkquotum-overname. Een melkveebedrijf met een quotum van 300.000 liter kan in Frankrijk voor ongeveer een derde tot een vijfde van de Nederlandse prijs gekocht worden.