Het is ideaal vechtweer in de woestijn

DHAHRAN (Saoedi-Arabie), 9 nov. Het is heerlijk weer in de woestijn. Terwijl president Bush en zijn minister van buitenlandse zaken het vuur onder de crisis in het Midden-Oosten hoger opstoken door de komst van troepenversterkingen aan te kondigen en nadrukkelijk een offensief tegen Irak niet uit te sluiten, waait over de zandvlakten van Saoedi-Arabie een koele bries die het verblijf er ronduit aangenaam maakt.

'Ideaal weer om te vechten', vinden de mannen van een kleine verbindingseenheid van het Amerikaanse leger, die gestationeerd is in de heuvels bij Dhahran, zo'n 200 kilometer van de grens met Irak. 'Een maand geleden was de hitte hier nog ondraaglijk', zegt luitenant Walter Caro (28) die het bevel voert over de veertig soldaten.

Als hij eerlijk is, gelooft hij niet dat zijn manschappen bij een temperatuur van meer dan 50 graden in een oorlog hun werk hadden kunnen doen. Althans niet lang. Destijds troostte hij zich vooral met de gedachte dat voor de Irakezen ongetwijfeld hetzelfde zou gelden. 'Want je went er niet aan. Geen mens kan in die toestand normaal functioneren.' Maar nu, bij een middagtemperatuur die de 25 graden niet te boven gaat, voelt de luitenant zich uitgerust en klaar voor wat-dan-ook.

De tocht naar het kampement voert eerst vanuit de oliestad Dhahran per bus in oostelijke richting. Op de brede snelwegen wemelt het van legergroene vrachtwagens en opleggers die tanks vervoeren. Langs de weg zijn op geimproviseerde parkeerplaatsen honderden reservevoertuigen neergezet. De aanwezigheid van 230.000 Amerikaanse soldaten heeft grondig haar stempel op het kale landschap gedrukt. Het laatste stuk van de reis gaat per jeep in noordelijke richting, dwars door grauwe duinen die hier en daar met pukkels gras zijn bezaaid. Half ingegraven en onder camouflagenetten zijn kanonnen en pantserwagens opgesteld. Bij de toegang tot het kamp schuift een zwaarbewapende zwarte soldaat de van mesjes voorziene draadversperring opzij.

De majoor die het groepje bezoekende verslaggevers begeleidt, begint onmiddellijk de beste plaatsen voor foto- en filmopnamen aan te prijzen. Hierbij de zendmasten. Of daar naast de veldkeuken. Achter de voorraadtent. En vergeet het fitness center niet dat de jongens zelf met behulp van kisten en zandzakken in elkaar hebben gezet. Luitenant Caro noemt het in volle ernst 'a major improvement for our life-styles'. Weten we trouwens, vraagt de majoor weer, dat Arnold Schwarzenegger zelf in de Verenigde Staten een inzamelingsactie is begonnen om de troepen overzee aan echte halters en dergelijke te helpen?

Al lijkt Hollywood soms om de hoek te liggen, Amerika is heel ver weg. Dat beseffen de veertig jongens in het kamp terdege. Zij maken deel uit van de 182ste divisie luchtlandingstroepen, een elite-eenheid die 8 augustus als eerste in Saoedi-Arabie arriveerde. Luitenant Caro denkt niet graag aan die begintijd terug. Eerst was hij in de Verenigde Staten met zijn mannen een week in de kazerne opgesloten geweest; niemand mocht weten of zij al weg waren of niet.

Pag. 4: In de woestijn is het ideaal weer om te vechten

Bij aankomst werden zij pal aan de grens met Irak gelegerd. 'We waren maar heel licht bewapend', herinnert hij zich. 'Ik had alleen het allernoodzakelijkste bij me. Zelfs geen pen om een brief naar mijn ouders te schrijven. Als Saddam Hussein toen had aangevallen en we gingen ervan uit dat hij dat zou doen dan had hij ons weggeblazen. We hadden niets kunnen doen.' Was hij bang? 'Eerder zenuwachtig. Doodzenuwachtig. Dag en nacht.'

Sergeant Tony Padilla (21) heeft nog even gedacht dat het allemaal net zo makkelijk zou gaan als in Panama. Die klus had de 182ste divisie immers in haar eentje en binnen een paar uur geklaard. Maar meteen na aankomst besefte hij dat niet alleen het terrein en het klimaat nogal verschilden, maar dat het Iraakse leger met zijn enorme overmacht niet te vergelijken viel met de wanordelijke troepen van generaal Noriega. Samen met zijn vriend Wade Dial (33) zwierf hij wekenlang langs de linies om mobiele radio-apparatuur te installeren.

Bij een aanval wordt het tweetal volgehangen met elektronica en met de eerste lading parachutisten in vijandelijk gebied gedropt. Tony: 'Onze rol is die van schietschijf, zogezegd.' Wade: 'Die eerste weken ging ik ervan uit dat ik waarschijnlijk snel dood zou gaan. Waarom je dat dan niet zo heel erg vindt? Adrenaline, denk ik. Je hebt het veel te druk.'

Inmiddels is de eenheid niet meer aan de grens gestationeerd maar in het relatief veiliger binnenland, waar ze zich bezighoudt met het doorzenden van de eigen berichten en het onderscheppen van vijandelijke boodschappen. Ook bellen de jongens soms illegaal naar huis. Dat kan, omdat zij bevriend zijn met de soldaten op de thuisbasis.

Het kamp wordt langzaam aan comfortabel. Sinds twee weken zijn er voor iedereen tenten, niemand slaapt meer in de open lucht. Om de verveling te bestrijden, heft Tony twee keer per dag gewichten. Wade maakt marsen door de omgeving met dertig kilo bepakking op zijn rug, terwijl de luitenant schaakt. Een dag tevoren is de rockband van de divisie op bezoek geweest en er zijn al verscheidene spectaculaire football-wedstrijden tussen de zandhopengespeeld.

Politiek

Tussen de bedrijven door wordt er bovendien over politiek gesproken. Voortdurend, eigenlijk. Aanvankelijk was iedereen bang en woedend. Woedend op een president die niet scheen te beseffen aan welke gevaren hij de soldaten blootstelde die letterlijk en figuurlijk naar een brandhaard werden gezonden. Volgens de luitenant is er allengs meer begrip voor de motieven van de president gekomen, al zijn de meningen nog steeds verdeeld als het gaat om de vraag waarom de Amerikanen eigenlijk in Saoedi-Arabie zijn. Gaat het om de olie of om de bevrijding van Koeweit? Om allebei, denken Tony en Wade. 'Wanneer de jongens in een rothumeur zijn, wordt er al snel geroepen dat we ons leven in de waagschaal stellen om de benzineprijs laag te houden', zegt de luitenant. 'Maar inmiddels weten we ook wel iets meer over Saddam Hussein en de bedreiging die hij voor de wereldvrede vormt.' Tegelijkertijd klaagt luitenant Caro over gebrek aan informatie. Kranten en tijdschriften bereiken de soldaten bijna nooit, televisie is er niet. Onder de Amerikanen in Saoedi-Arabie heeft bijna niemand, zo is de indruk, gebruik gemaakt van het recht om te stemmen bij de verkiezingen die dinsdag in de Verenigde Staten zijn gehouden. Niet alleen de ingewikkelde kiezersregistratie maar ook het isolement van de troepen lijkt daar schuldig aan.

Zelden hebben de Amerikanen contact met de Saoediers, wier onafhankelijkheid zij geacht worden te beschermen. Een keer naderde een herder het kamp met in zijn hand een cassetterecorder die hij gerepareerd wilde hebben. De wachtposten riepen almaar harder en wanhopiger 'halt' en 'stop', maar de man begreep het niet. Uiteindelijk heeft de dienstdoende officier hem bij een arm gepakt en weggeleid. Je weet niet wat er in zo'n apparaat voor gevaarlijks zit. Misschien een bom. Niemand is de 241 mariniers vergeten die in Libanon het slachtoffer werden van een kamikaze-terrorist.

Argwaan

Daarom wordt er ook met argwaan gekeken naar de auto's die soms langzaam voorbijrijden of zelfs stilstaan vlakbij het kamp. Waarschijnlijk zijn het alleen maar nieuwsgierige streekbewoners die de veelbesproken Amerikanen wel eens willen zien, maar controleren kunnen de soldaten dat niet. 'Alleen de Saoedische politie mag burgers aanhouden en ondervragen', zegt luitenant Caro. 'Daar hebben we niets aan. Probeer hier maar eens op korte termijn een agent te vinden die Engels spreekt.'

Tegen vijf uur verzamelen de mannen zich op een open plek voor de dagelijkse inspectie, die niet veel meer in blijkt te houden dan dat ieder het serienummer van zijn geweer opleest. Tegelijkertijd gaat de zon oranjerood en pijlsnel onder en alsof er een djinn met zijn vingers heeft geknipt wordt de woestijn ineens wonderschoon. Dat wist de majoor van de legervoorlichtingsdienst. Vol trots wijst hij op het plaatje: veertig mannen staan in het gelid, scherp afgestoken tegen de achtergrond van een roze hemel met grijze strepen. Alleen wie nog een paar passen verder achteruit doet, ziet er de niet minder fraaie silhouetten van de cameraman en de microfoonhengel bij.

Op weg naar de hamburgers in de veldkeuken zeggen Tony en Wade dat zij liever niet meer zo lang willen wachten tot er iets gebeurt. Wat hen betreft zou dat 'iets' best een aanval op Irak mogen zijn. 'Van wachten word je steeds kwaaier.' 'Laten we naar huis gaan of iets doen. We zijn er tenslotte klaar voor.' Zelfs hun bedachtzame bevelvoerder stemt met hen in: 'Als ik alle factoren op een rijtje zet, moet ik toegeven dat de omstandigheden voor het winnen van een oorlog nog niet eerder zo gunstig zijn geweest.'

    • H. M. van den Brink