Flamboyante celliste in concert Penderecki

Concert: Kon. Concertgebouworkest o.l.v. Yakov Kreizberg, met: Karine Georgian (cello). Werken van Penderecki en Stravinsky. Gehoord 8/11 Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling: 9/11 aldaar.

Het wat houterige, onhandige slot van Stravinsky's luid schetterende ballet Petroesjka het publiek begreep niet meteen of er geapplaudisseerd kon worden leek mij symptomatisch voor het hele serie-C concert van donderdagavond. Dat men in een informatieve serie de latere en nog steeds veel te weinig uitgevoerde werken van Stravinsky progammeert, bij voorbeeld Movements, Threni of Requiem Canticles is te verdedigen, maar Petroesjka? Tot de jaren vijftig betaalde Stravinsky een percentage van de Petroesjka-royalties aan de uitgever van Elle avait une jambe en bois, want dat soort bekende melodieen komen er in voor.

Ook het problematische Tweede Concert voor violoncel en orkest uit 1982 van Krzysztof Penderecki hoort eigenlijk niet in een moderne serie thuis. Het is op zijn zachtst gezegd een onhandige compositie, die op twee gedachten hinkt: bruitistische geluidsmontages a la Threnos en een Sibelius-achtige, Slavische cantilene-stijl.

Het begin, met de angstig piepende violen, als een motto vooraan een deel geplaatst, betaalt tol aan Penderecki's verleden uit de jaren zestig, maar in de cellogroep ontwikkelt zich zowaar een heuse melodie. Helaas, echt neo-romantisch nu ook weer niet, al is de allerlaatste hobosolo iets om even voor rechtop te gaan zitten. Maar het blijven aanzetten, want Penderecki kan niet kiezen.

In de Sonate voor violoncel en orkest uit 1964 in feite is het tweede celloconcert, dat volgt op het eerste uit 1966-1972, al zijn derde concert voor dat instrument was er sprake van humor. Het laatste deel vormde met zijn komisch ratelende dialogen een soort persiflage op het virtuoze concert. Maar het concert van gisteravond was helaas serieus bedoeld.

Aan de Armeense Karine Georgian heeft het niet gelegen: zij musiceerde virtuoos en met volle inzet, zonder agressief te worden, met een steeds Slavisch-zangerige toonvorming, flamboyant en royaal. Dirigent Jakov Kreizberg steunde haar uitstekend in een voorbeeldige samenwerking en dat maakte veel goed: zij geloofden in Penderecki's concert. En Penderecki is een vakman zonder meer, hij weet een cello voordelig te etaleren en hoe complex de orkestrale klankvelden ook mogen uitvallen en hoe hard de slagwerkers ook te keer gaan, zij zullen nooit het solo-instrument overheersen. Maar ondertussen blijft het concert een 'jambe en bois' een kunstbeen, dus niet werkelijk romantisch.